Vorige

Mondholtekanker

op deze webpagina vindt u informatie over mondholtekanker: over de ziekte zelf én over de behandeling ervan in het UMC Utrecht.

Symptomen mondholtekanker

Mondholtekanker kan de volgende klachten geven:

  • Een pijnlijke zweer die niet binnen 3 weken geneest;
  • Pijn, die kan uitstralen naar de oren en slikklachten;
  • Moeilijker slikken met gewichtsverlies;
  • Zwellingen die in de hals ontstaan.

Mondholtekanker en het UMC Utrecht

Mondholtekanker

Het 'mondholte-carcinoom' is een relatief zeldzame vorm van kanker, die ontstaat in het slijmvlies van de mond. Het ‘mondholte-carcinoom’ kent een indeling op basis van de locatie van de tumor. De mond gaat over in de oropharynx (middelste keelholte). Alle slijmvliezen vóór de tonsilnis (van de keelamandelen), de tongbasis (tongwortel) en zachte gehemelte behoren tot de mondholte.

 

Soorten mondholtekanker

De meeste kankers in de mondholte ontstaan aan de oppervlaktelaag, het slijmvlies. Ze worden plaveiselcelcarcinoom genoemd. Soms gaat het om een ander type kwaadaardig gezwel, bijvoorbeeld speekselkliertumor of een kwaadaardige tumor uitgaande van lymfeklierweefsel (maligne lymfoom). De speekselklieren worden elders besproken en kunt u vinden onder het kopje ‘ziektebeelden’. Het maligne lymfoom wordt door een hematoloog behandeld en hier verder niet besproken.

Mondholtekanker komt weinig voor

In tegenstelling tot goedaardige slijmvliesafwijkingen van de mondholte komt kanker in de mondholte weinig voor. Om deze reden wordt de behandeling ervan uitgevoerd in slechts enkele gespecialiseerde centra, waaronder UMC Utrecht Cancer Center. Per jaar wordt in Nederland bij ongeveer 950 mensen mondholtekanker geconstateerd. De zijkant van de tong en mondbodem zijn de meest voorkomende tumorlocaties. Het komt vaker voor bij mannen dan vrouwen, meestal boven de 50 jaar.

Uw lichaam

De mondholte bestaat uit de mobiele tong, mondbodem, wangen, lippen, onder- en bovenkaak met het bedekkende slijmvlies van het tandvlees. De mondholte gaat over in de middelste keelholte met o.a. de keelamandelen en de tongwortel.

Oorzaken mondholtekanker

Factoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan van mondholtekanker zijn:

  • Roken;
  • Fors alcoholgebruik (meer dan 4 eenheden per dag);
  • Chronisch irriterende factoren, zoals een slecht passende of scherpe gebitsprothese, of scherpe gebitselementen.

Vanwege eventuele aanleg is het belangrijk om te weten of mond- en keelkanker in uw familie voorkomt. Specifieke genen zijn echter nog niet bekend.

Onderzoek en diagnose

Uw behandelend arts bepaalt in overleg met u welke onderzoeken er nodig zijn:

  • voor het stellen van de diagnose en
  • als kanker bij u wordt vastgesteld: het bepalen van het stadium van de ziekte.

Als mondholtekanker wordt vastgesteld, overlegt u samen over het behandelplan dat voor u het beste is. In sommige gevallen is er al onderzoek gedaan voordat u naar het UMC Utrecht Cancer Center werd doorverwezen. Indien mogelijk zullen wij dat onderzoek opvragen en gebruiken. Soms is het nodig om bepaalde onderzoeken te herhalen.

 

Welke onderzoeken gedaan moeten worden verschilt per patiënt. Dat hangt onder andere af van uw conditie, leeftijd en het stadium van de ziekte. Deze onderzoeken en behandelingen kunnen worden toegepast, maar hoeven dus niet bij iedereen gedaan te worden.

  • Klinisch onderzoek van mondholte en hals. Dat betekent het inspecteren van de gehele mondholte met spiegeltjes en/of spatel en het voelen van de hals op aanwezigheid van zwellingen, mogelijk duidend op vergrote of afwijkende lymfeklieren.
  • Vaak wordt ook gekeken met een zogenaamde endoscoop. Dat is dunne een flexibele slang met licht en een camera. Die wordt meestal via uw neus naar de keel opgeschoven om uitbreiding van de  afwijking te bekijken of om aanwezigheid van andere afwijkingen op te sporen dan wel uit te sluiten. Indien nog niet elders afgenomen wordt  ook een stukje weefsel verkregen voor onderzoek, het zogenaamde 'biopt'. Ookvindt onderzoek plaats van het gebit, wanneer u eigen tanden en kiezen hebt. Dit gebeurt door een tandarts van het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde van het UMC Utrecht.
  • Echografie (met eventueel aanprikken van een lymfeklier: 'cytologische punctie')
  • Longfoto (X-thorax)
  • MRI-scan
  • CT-scan
  • FDG-PET-scan

Behandeling mondholtekanker

In het algemeen wordt mondholtekanker behandeld met een operatie. Dit is wel afhankelijk van de locatie, de grootte en de uitbreiding van de tumor en uw conditie. In multidisciplinair overleg wordt vastgesteld wat voor ú de beste behandeling is. Een multidisciplinair overleg (MDO) is een gesprek waaraan artsen deelnemen die verschillende specialismen hebben. Bijvoorbeeld een hoofd-halschirurg, een radiotherapeut (bestralingsarts) en een medisch oncoloog.

In plaats van een operatie kan besloten worden de behandeling te laten bestaan uit bestraling, eventueel versterkt met chemotherapie. Dit kan ook nodig zijn ná een operatie voor mondholtekanker.

 

Chirurgie (operatie)

Een operatie in de mondholte is ingrijpend. Hoe ingrijpend hangt af van het stadium van de ziekte. Verwijdering van kleine tumoren geeft vaak weinig restverschijnselen. Bij grotere gezwellen is de operatie ingrijpender. Bij groei van de tumor nabij of in het bot van onder- of bovenkaak kan het noodzakelijk zijn ook (een deel van) het kaakbot en evt. tanden te verwijderen. Mogelijk worden bij de operatie eveneens lymfeklieren verwijderd (een zogenaamd 'halskliertoilet' of ‘halsklierdissectie’). Regelmatig is een uitgebreide reconstructie nodig. Daarvoor kunnen verschillende weefseltransplantaties worden toegepast. Daardoor kan de operatie lang (8 tot 12 uur) duren. Doel is dat u na de operatie weer zo goed mogelijk kan spreken, slikken en ademhalen. Ook wordt gekeken naar mogelijkheden voor tandheelkundig herstel.

Radiotherapie en Chemo-bestraling

Radiotherapie (bestraling) kan deel uitmaken van een behandeling die gericht is op genezing. We noemen dit een 'curatieve bestraling'. Deze bestraling wordt in een aantal gevallen versterkt  door chemotherapie (een medicijnbehandeling). Dat wordt dan chemo-bestraling genoemd. Dankzij de nieuwste technieken kan bestraling heel precies worden uitgevoerd. Het omliggende, gezonde, weefsel wordt dan zoveel mogelijk ontzien.

Bestraling kan ook gericht zijn op het verlichten van uw klachten. We noemen dit een 'palliatieve bestraling'.

In een eerste gesprek zal de radiotherapeut u uitleg geven over deze behandeling.

 

Photodynamische therapie (PDT)

PDT is gebaseerd op de interactie tussen een lichtgevoelige stof (fotosensitizer), zuurstof en laserlicht met een specifieke golflengte. Bij deze behandeling krijgt u via een injectie de stof Foscan toegediend. Deze stof hecht vooral aan kankercellen maar maakt ook de rest van het lichaam gevoeliger voor licht. Vier dagen na de injectie wordt de tumor belicht met een laser. Hierdoor ontstaat er in de tumor een chemische reactie, waardoor de kankercellen afsterven.

PDT kan worden toegepast na eerdere chirurgische of radiotherapeutische behandelingen of een eerdere behandeling met PDT.

Uw behandelteam

Samenstelling

Het behandelteam van de Hoofd-hals chirurgische oncologie (HHCO) bestaat uit kaakchirurgen, KNO-artsen en verpleegkundig specialisten. U kunt de foto's hiernaast aanklikken om meer informatie te vinden over de behandelaars.

Afhankelijk van uw behandeling kan uw zorgteam worden uitgebreid met een radiotherapeut (bestralingsarts) en/ of een internist-oncoloog (voor tumorbehandelingen met medicijnen).

Meer informatie


Wat kunt u zelf doen

Als de diagnose is gesteld is het van belang dat u in een optimale conditie bent. U doorstaat de behandeling dan het beste. Daarbij gaat het om leefregels op het gebied van:

  • gezond eten met voldoende groenten en fruit;
  • voorkom gewichtsverlies;
  • stoppen met roken;
  • alcohol matigen;
  • voldoende lichaamsbeweging en rust nemen.

Vooruitzichten

Met een curatieve behandeling kan ruim 50% van de mondholte-tumoren worden genezen. Met een curatieve behandeling duiden we behandelingen aan die worden ingezet met het doel om de kanker te genezen.

De kans op genezing is groter bij kleine tumoren en indien er weinig of geen uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn.

Zijn er uitzaaiingen op afstand of komt kanker terug na een eerdere operatie en bestraling, dan is deze vorm van kanker meestal niet meer te genezen. Dan wordt de behandeling palliatief: gericht op behandeling van klachten en de kwaliteit van leven. U kunt hierover meer lezen op de pagina over palliatieve zorg. U bent bij ons dus nooit 'uitbehandeld'.

Emotionele gevolgen

De steun van een partner, een vriend of andere naaste is in het dagelijks leven belangrijk. Vraag hen mee bij uw bezoeken aan het ziekenhuis. Het is meestal fijn om een naaste te hebben die u kan helpen met het verwerken van de grote hoeveelheid informatie en u kan steunen tijdens de behandeling.

Op de pagina 'Hulp en ondersteuning bij kanker' leest u meer over de ondersteuning die er verder beschikbaar is. In het ziekenhuis zelf is een Poli Ondersteuning bij kanker. daar kunt u informatie en hulp krijgen bij het leren leven met de gevolgen van uw ziekte en behandeling.

 

Meer betrouwbare informatie is te vinden op:

  • de site van de NWHHT, de Nederlandse Werkgroep Hoofd-Hals Tumoren. De NWHHT is een werkgroep van medici en para-medici die gespecialiseerd zijn in kanker van het hoofd-halsgebied.
  • de site van de patiëntenvereniging HOOFD-HALS, een actieve patiëntenorganisatie die informatie, lotgenotencontact en belangenbehartiging verzorgt.