Hoogleraar biostatistiek René Eijkemans werkt met collega’s aan een Centrale faciliteit voor data science in het UMC Utrecht. Zo’n faciliteit, waarin data scientists, statistici, bio-informatici en andere methodologen hun krachten bundelen, is volgens hem nodig om in toekomstig onderzoek een rol van betekenis te blijven spelen. “Data analytics is té belangrijk om alleen aan de tech-bedrijven over te laten.”

Natuurlijk, big data en data analytics zijn momenteel een hype. De suggestie dat ‘alles kan’ en het antwoord op elke onderzoeksvraag ‘meer data’ is, maken René aan het lachen. Maar zoveel is duidelijk, het combineren van databronnen en zorgvuldig toegepaste data-analyses bieden mooie kansen voor de gezondheidszorg. “Kijk alleen al naar de ambitie waarmee de grote tech-bedrijven zich op deze markt storten”, vertelt hij. “Google heeft contracten met grote Amerikaanse ziekenhuizen gesloten, waardoor ze medische gegevens van 700.000 patiënten kunnen analyseren.”

Wat is toegepaste data analytics?

Toegepaste data analytics is een onderzoeksmethode die – simpel gezegd – werkt met grote hoeveelheden gegevens en nieuwe technieken (zoals kunstmatige intelligentie en machine learning), die patronen in die gegevens kunnen herkennen. Toegepaste data analytics biedt bijvoorbeeld mogelijkheden om patronen te herkennen: 
1. in vaste structuren, zoals bij beeldopnamen van ons lichaam. 
Denk bijvoorbeeld aan het herkennen van tumoren op röntgenfoto’s en CT-scans. 
2. in fysieke processen voor zogeheten early warning systems. 
Reuma is een ontstekingsziekte die in cycli verloopt: na een rustige periode vlammen de ontstekingen ineens op en hebben patiënten veel last en pijn. Het UMC Utrecht heeft een model ontwikkeld dat het verloop van de ziekte per individu kan voorspellen. Een patiënt hoeft dan niet doorlopend zware medicijnen te nemen, maar alleen als de ontstekingen dreigen op te vlammen. Ze hebben daardoor minder last van de bijwerkingen. 
3. in fysieke processen voor systemen die risico’s op ziekte voorspellen.
Een voorbeeld uit het UMC Utrecht is U-Prevent, een model waarmee je het risico op hart- en vaatziekten van een individuele patiënt op langere termijn kunt voorspellen. Vul gegevens in zoals leeftijd, geslacht, bloeddruk, cholesterolgehalte en eventuele medicatie. Vervolgens kun je zien wat het effect van de medicatie is en hoeveel ziektevrije jaren dit oplevert.



Beste behandeling

De grote belofte van toegepaste data-analyse is zorg op maat. Oftewel: voor iedere patiënt de beste behandeling. Daarom startte het UMC Utrecht eerder al een corporate programma met pilotprojecten onder de naam ADAM: Applied Data Analytics in Medicine. Veelbelovende ADAM-projecten zijn bijvoorbeeld het voorspellen van bloedvergiftiging bij vroeggeboren baby’s en van hevige ontstekingen bij reumapatiënten. Maar, zo meent René, als het UMC Utrecht ook in de toekomst een rol van betekenis wil blijven spelen, is het tijd voor de volgende stap: het bundelen van de beschikbare kennis en expertise binnen het UMC Utrecht en de Universiteit Utrecht in een centrale faciliteit voor data science, waarin medici, patiënten, data scientists, bio-informatici, statistici en methodologen hun krachten bundelen. 

“Als we de data-analyses in de toekomst uitbesteden aan partijen als Google en Apple, houden we op een academisch ziekenhuis te zijn. Data-analyse op gegevens van patiënten is té belangrijk om alleen aan tech-bedrijven over te laten. Alle nieuwe technieken en toepassingen zullen hun meerwaarde voor patiënten en zorgverleners eerst moeten bewijzen. Daar kunnen wij als universitair medisch centrum veel kritischer naar kijken dan commerciële tech-bedrijven.”



Nieuwe sensortechnieken

De initiatieven van de tech-bedrijven zullen de gezondheidszorg de komende jaren sterk veranderen, verwacht René. Ze zullen nieuwe software verkopen of beschikbaar stellen, zodat artsen meer met elektronische hulpmiddelen gaan werken. “Een beeldherkenningssysteem haalt bijvoorbeeld nu al betere resultaten dan de gemiddelde radioloog. En om zich een goed oordeel over data-analyse studies te kunnen vormen, zullen artsen, verloskundigen, fysiotherapeuten en andere zorgverleners methodologisch beter geschoold moeten zijn.” 

Daarnaast voorziet René het grootschalige gebruik van nieuwe sensortechnieken: van pleister en armbandje tot chip onder de huid. In combinatie met e-health toepassingen als het patiënten-portaal kunnen patiënten dan veel meer thuis doen, zoals monitoren. Het aantal bezoeken aan het ziekenhuis kan daarom enorm omlaag.
 

Creepy big brother

Aan de andere kant blijft de patiënt een mens met behoefte aan sociaal contact, denkt René. “Of al dat thuisgemonitor en al die digitale communicatie geen verschraling op intermenselijk vlak betekenen, zal nog moeten blijken. Bovendien zullen sommigen dat monitoren ervaren als een creepy big brother-idee: je wordt continu in de gaten gehouden.” En hij benadrukt: “De mens is uiteindelijk de maatstaf, niet de techniek. Iets gebeurt pas, als er genoeg meerwaarde voor mensen in zit.”

Laat het ons weten als je vragen, opmerkingen of reacties voor de redactie hebt.

Reageer op dit artikel

Dit is een verplicht veld Dit is geen juist e-mailadres Dit is een verplicht veld Dit is een verplicht veld

    Lees meer verhalen

    Ontdek en verdiep je in onze onderwerpen