Bij patiënten met bepaalde alvleeskliertumoren (neuro-endocriene tumor, NET) is operatief verwijderen veelal de standaard. Onderzoekers van het Dana-Farber Cancer Institute (Boston, VS) en het UMC Utrecht hebben nu ontdekt dat deze tumoren twee subtypen kennen: ze ontstaan uit alfa- of bètacellen. Voor patiënten met alfacellen zijn de vooruitzichten slechter. “Het bepalen van het subtype lijkt een aanknopingspunt bij de behandelkeuze”, zegt patholoog Lodewijk Brosens. “Hiermee kunnen we patiënten met een lager risico op uitzaaiingen mogelijk een belastende, grote operatie besparen.”

Vijf procent van de patiënten met tumoren van de alvleesklier heeft een neuro-endocriene tumor (NET). Dit type tumoren kan overal in het lichaam voorkomen, maar wordt het meest gevonden in het maag-darmkanaal, de longen en de alvleesklier. De symptomen en klachten bij een NET in de alvleesklier zijn heel verschillend, evenals als het onderzoek en de behandeling die daarbij passen. “Als er geen leveruitzaaiingen zijn, hebben deze patiënten meestal een goede prognose”, vertelt internist-endocrinoloog Koen Dreijerink. “Bij veel patiënten komt de ziekte dan niet meer terug.” Een NET in de alvleesklier is overigens niet wat in de volksmond ‘alvleesklierkanker’ heet en waarmee doorgaans een adenocarcinoom in de alvleesklier wordt aangeduid. Ter vergelijking: bij een adenocarcinoom in de alvleesklier is de vijfjaarsoverleving slechts zeven procent, terwijl dat bij een NET ongeveer zestig procent is.

Complicaties 

Om uitzaaiingen te voorkomen worden vrijwel alle patiënten met een NET in de alvleesklier, die groter is dan twee centimeter, geopereerd. Bij sommige patiënten ontstaat na het operatief verwijderen een nieuwe tumor of is er sprake van uitzaaiingen. Bij twee van de drie patiënten zijn er echter géén uitzaaiingen, terwijl ze wel complicaties of klachten ondervinden van de operatie, zoals buikpijn, spijsverteringsproblemen of diabetes. Gerlof Valk, hoogleraar endocrinologie: “Als je het risico op uitzaaiingen voor de individuele patiënt op basis van bepaalde kenmerken kunt voorspellen, zou je een betere en scherpere keuze kunnen maken tussen wel of niet opereren.”
 

Patiënten verdrievoudigd

Het aantal patiënten bij wie jaarlijks neuro-endocriene tumoren in de alvleesklier worden gevonden, is de afgelopen jaren bijna verdrievoudigd. Deze tumoren komen namelijk steeds vaker per toeval aan het licht bij beeldvormend onderzoek van de buik om een andere medische reden. Veelal zijn er dan nog weinig klachten. Dat is verraderlijk, want patiënten met uitzaaiingen leven gemiddeld slechts twee jaar. Ook is het gedrag van deze tumoren heel wisselend en moeilijk voorspelbaar.
 

Twee subtypen

“Tot nu toe zagen we neuro-endocriene tumoren van de alvleesklier nog als één groep met vergelijkbare eigenschappen”, vertelt patholoog Lodewijk Brosens. Op zichzelf staande tumoren worden meestal operatief verwijderd. Voor de patiënt is dat een belastende ingreep. In feite zou je de kans op uitzaaiingen willen voorspellen, zodat je patiënten met een laag risico daarop minder vaak opereert.” In gezamenlijk onderzoek hebben het Dana-Farber Cancer Institute (Boston, VS) en het UMC Utrecht ontdekt dat er bij neuro-endocriene tumoren van de alvleesklier twee subtypen bestaan. Die zijn ontstaan uit verschillende celgroepen – uit alfa- of uit bètacellen - en ze gedragen zich ook anders. Het verschil is gemakkelijk en betrouwbaar vast te stellen met immuunhistochemie. Deze laboratoriumtechniek wordt door pathologen al vaak gebruikt en kan dus eenvoudig worden toegepast.
 

Kwaliteit van leven

De ziekte blijkt vooral terug te komen bij patiënten met het alfa subtype en veel minder bij het bèta subtype. Bestudering van bewaard weefsel van neuro-endocriene tumoren in de alvleesklier liet zien dat 33 procent van de patiënten met alfaceltumoren uitzaaiingen kreeg en maar 5 procent van de patiënten met bètaceltumoren. De resultaten zijn gepubliceerd in Nature Medicine. “Het lijkt erop dat we hiermee beter kunnen voorspellen welke patiënten een hoog risico hebben op een kwaadaardige tumor die kan terugkeren of uitzaaien”, zegt Lodewijk Brosens. Verder onderzoek moet uitwijzen of dit een goede manier is om te voorspellen welke patiënten gebaat zijn bij chirurgie. Doel is patiënten met een lager risico een grote, belastende operatie te besparen en daarmee hun kwaliteit van leven te verbeteren. Gerlof Valk: “Dit onderzoek is een mooi voorbeeld van hoe internationaal, gezamenlijk gebruik van data en materialen kan leiden tot een verbetering van de zorg voor patiënten met een zeldzame ziekte.”
 

Laat het ons weten als je vragen, opmerkingen of reacties voor de redactie hebt.

Reageer op dit artikel

Dit is een verplicht veld Dit is geen juist e-mailadres Dit is een verplicht veld Dit is een verplicht veld

    Lees meer verhalen

    Ontdek en verdiep je in onze onderwerpen