Vorige

Het verhaal van Carmen

Carmen van der Pol is als oncologisch chirurg verbonden aan het UMC Utrecht Cancer Center. Zij voert operaties uit bij patiënten met borstkanker.

Eén keer per jaar een berg op

Een jonge patiënt komt op de poli. Ze vertelt trots dat het heel goed met haar gaat. Ik vraag hoe het met haar man is. “Hij doet morgen mee aan de Amstel Gold Race”, zegt ze, “want eigenlijk zijn we door jou gaan fietsen hè.”


Ieder jaar krijgen ongeveer 14.000 vrouwen borstkanker. Bij mannen komt het ook voor, maar veel minder vaak. Ongeveer 100 per jaar. Als oncologisch chirurg vind ik dat ik één keer per jaar een berg op moet om geld in te zamelen. Dit jaar wordt het de Mont Ventoux. Ik ben een fanatiek fietser en probeer mensen altijd te stimuleren. Deze mensen ook. Tegenwoordig weten we hoe belangrijk bewegen is. Je kunt er in een revalidatieperiode echt iets positiefs uithalen. Dat je iedere keer weer meer kan.
 

Een paar jaar geleden ben ik begonnen met patiëntblogs lezen. Op aanraden van een verpleegkundige van de mammapoli. Een eyeopener. Bijvoorbeeld hoe mensen een uitslaggesprek ervaren. Dat maakt zo veel helder over wat je als dokter betekent voor mensen. Hoe je dingen zegt, hoe je kijkt.
 

Het begint al als ik mensen uit de wachtkamer haal. Ze kijken me bijvoorbeeld vragend aan, terwijl er nog drie patiënten vóór hen zijn. Zo’n blik van ‘doe mij even een seintje’. Of ze gaan interpreteren. “Ja, ik vond al dat u zo serieus keek. Het is vast niet goed.” Tegenwoordig probeer ik bij een goede uitslag alvast een geruststellend knikje te geven. Dat scheelt weer een half uur stress voor die mensen. Enerzijds school ik me in de communicatieve kant van mijn vak, anderzijds leer ik veel van patiënten.
 

Mailen

Patiënten mogen mij altijd mailen. Dat geeft een veilig gevoel. Vijf jaar geleden zou ik hebben gedacht: nooit doen. Maar mailtjes beantwoorden is een kleine moeite, groot plezier. Ik probeer ook altijd snel te antwoorden. Er zit hooguit een dag tussen.


Na de behandelfase verandert de inhoud van de mails. Eerst zijn ze vragend, hulpbehoevend. Later wordt het meer een fijn contactmomentje. Over vakanties bijvoorbeeld. Dat gebeurt wederzijds. Ik deel natuurlijk niet mijn hele privéleven met patiënten, maar geef net iets meer weg dan het starre witte jassenbeeld.


Bejegening en communicatie kunnen mensen goed zelf beoordelen. Het medisch-inhoudelijke is lastiger. Bij wie moet je wezen? Er wordt natuurlijk wel steeds meer op internet gezocht. Maar wat iemand in eerste instantie wel of niet bindt, is toch hoe je mensen benadert.

Eén keer heb ik tijdens een gesprek een inschattingsfout gemaakt. Tegenover me zit een stel dat ik uitleg geef over een bepaalde operatie. Een ingreep die informatie geeft over het toekomstperspectief, maar voor de overleving van de vrouw niets uitmaakt. Wil ze het weten of niet? Iets weten kan ook belastend zijn. Uiteindelijk moet ze zelf kiezen. Het gesprek, waarbij ook een verpleegkundige zit, verloopt in mijn beleving goed. Ze gaan naar huis met alle input die ze nodig hebben om na te denken. Een paar dagen later krijg ik van die verpleegkundige terug dat die mensen helemaal in de war zijn. Ze hebben er niks van begrepen. Ze willen graag nog een gesprek. Ik ben flabbergasted. Geen enkel signaal in die richting ontvangen. Achteraf bezien heb ik die mensen veel te hoog ingeschat.

Vertrouwenspersoon

Soms voel ik dat het met iemand op meerdere fronten klikt. Dat ik naast arts ook vertrouwenspersoon word. Daar kan een vriendschap uit groeien. Of andersom: ik behandel ook familieleden en goede vriendinnen. Dat heb ik wel moeten leren. Ik weet nu dat ik het kan. In de spreekkamer ben ik de dokter. Even gezellig bijkletsen kan daarna.


Een klik kan ook alleen in geven zitten. Zoals met een mevrouw die dood zou gaan en af en toe even met me komt praten. Hoewel ik medisch gezien niks kan doen, zijn die gesprekken blijkbaar belangrijk voor haar. Ze geeft me Cd’s met goede muziek, een boekje met gedichten. Maar een uitnodiging om samen met mijn man en haar naar een concert te gaan, vind ik uiteindelijk te ver gaan. Dat snapt ze ook.


Vorig jaar ben ik de Stelvio gaan fietsen met een bevriende patiënt, haar dierbaren en mijn gezin. Ik zit daar als vriendin aan tafel, meer dan als haar behandelaar. Dat is bijzonder. Soms zijn dingen zo vertrouwd dat ik blij ben dat ik iemands dokter mag zijn.
 

 

Disclaimer

In de verhalen van zorgverleners komen patiënten voor. Om hun privacy te beschermen zijn soms aanpassingen gedaan aan de beschrijving van de personen of hun omstandigheden.