Terug

De voors en tegens van reanimeren

"Praat erover, ook met je arts"

CursussenPraten over de dood zou normaler en makkelijker moeten worden, vindt Hans van Delden. Als hoogleraar en medisch ethicus in het UMC Utrecht is hij dagelijks bezig met ethische dilemma’s rond het levenseinde.

Wanneer moeten mensen gaan nadenken over de vraag of ze bij een hartstilstand gereanimeerd willen worden?

“Of je gereanimeerd wilt worden of niet, is slechts één van de dingen waar je over moet nadenken aan het eind van je leven. De echte vraag is: hoe sta ik in het leven? Wat zijn mijn verwachtingen, doelen, wensen, hoop en angsten? Hoe kan de medische zorg mij daarbij helpen en hoe ver wil ik daarmee gaan? Het is voor iedereen nuttig daar een mening over te hebben. Het wordt natuurlijk vooral belangrijk als je naar het ziekenhuis moet voor een operatie of als je aan een ernstige en dodelijke ziekte lijdt. Ga er niet pas over nadenken als je nog maar drie maanden te leven hebt.”

Wat moeten mensen doen om ervoor te zorgen dat hun wensen worden nageleefd?

“Praat erover met je familie en naasten. Want voor hen betekent het ook iets als jij nu zegt dat je niet gereanimeerd wilt worden.

Zorg ook dat je bekend maakt wat jij wilt. Als je bij een hartstilstand niet gereanimeerd wilt worden, kun je via de Nederlandse Vereniging voor een vrijwillig levenseinde (NVVL) een penning aanvragen. Die draag je om je nek zodat hij zichtbaar is op je borst. Een briefje in je portemonnee volstaat niet. Maar praat er vooral ook over met je specialist of huisarts. Uit een groot eigen onderzoek van enkele jaren geleden blijkt dat veel mensen hun wensen wel met elkaar doornemen, maar heel zelden in gesprek gaan met de arts. En dat is juist belangrijk.”

Hans van Delden - hoogleraar en medisch ethicus

Hartstilstand

Tijdens je operatie

Onlangs zette onderzoekster Shona Kalkman van het UMC Utrecht de overlevingscijfers op een rij van reanimaties die tijdens een operatie in het ziekenhuis plaatsvonden. Die blijken iets hoger te zijn dan wanneer iemand buiten het ziekenhuis een hartstilstand krijgt. “Artsen vinden het moeilijk om iemand op de operatietafel te laten sterven, zelfs al heeft diegene een niet-reanimerenpenning of -document. Toch zijn de overlevingscijfers ook weer niet zo goed dat je dat besluit zomaar kunt negeren. Praat met elkaar. Voor de operatie zouden arts en patiënt moeten bespreken hoe te handelen als de patiënt een hartstilstand krijgt.”   
 

Overleven

En dan?

Zo’n acht tot twintig van de honderd mensen overleven een reanimatie buiten het ziekenhuis. De helft daarvan kan na revalidatie zijn leven weer gewoon oppakken en heeft geen of weinig last van de gevolgen (concentratieproblemen, vermoeidheid of gedeeltelijke verlamming). De andere helft houdt ernstige klachten zoals zwaar hersenletsel en worden afhankelijk van anderen.

Maar zo’n gemiddeld getal zegt eigenlijk niets over hoe een individu uit een reanimatie komt. Bij het herstel na een reanimatie spelen allerlei factoren mee. Hoe sneller de reanimatie start, hoe groter de kans is om zonder schadelijke gevolgen te overleven. De overlevingskansen van jongeren liggen hoger dan die van ouderen. Bij mensen die al een andere ziekte hebben, kunnen de gevolgen ernstiger zijn dan bij mensen die voor hun hartstilstand nog relatief fit waren.

Wist u dat..

... 20 van de 100 mensen van 70 jaar of ouder een reanimatie over­leven in het ziekenhuis?

... 3 van de 20 overlevenden echter ernstige blijvende schade hebben.

... 8 van de 100 mensen van 70 jaar of ouder een reanimatie-poging overleven buiten het ziekenhuis? En de helft van de overlevenden hierna ernstige blijvende schadeheeft?

... de overlevingskans sterk toeneemt als hartmassage en mond-op-mondbeademing al zijn gestart voordat de ambulance arriveert?