Terug

Hartklepoperatie

Bij een hartklepoperatie wordt een van uw hartkleppen vervangen of gerepareerd.

Meer informatie

Een hartklep kan lekken of vernauwd zijn. Beide afwijkingen kunnen tegelijkertijd voorkomen. Op den duur kan hierdoor schade aan het hart ontstaan. De cardioloog adviseert een hartklepoperatie als er klachten bestaan die worden veroorzaakt door de klepafwijking. Een klepoperatie is ook een mogelijke optie als uw hart minder goed gaat pompen. Soms kan een hartklepoperatie ook nodig zijn, terwijl u nog geen duidelijke klachten hebt.

Er zijn twee mogelijkheden: de chirurg repareert of vervangt de hartklep. Bij een vernauwing van de hartklep wordt deze bijna altijd vervangen. Als er alleen sprake is van een lekkage, kan de klep misschien gerepareerd worden. De cardiothoracaal chirurg (hartchirurg) bepaalt samen met de cardioloog of dit mogelijk is

Reparatie

Bij een reparatie van een klep maakt de chirurg bijvoorbeeld een uitgerekte klepring weer kleiner, vervangt een van de ophangtouwtjes van de klep of haalt een ziek stuk weefsel uit de klep en repareert zo de hartklep.

Reparatie van de hartklep heeft de voorkeur boven vervanging van de hartklep. Tijdens en na de operatie zijn de risico's lager. Reparatie is echter niet altijd mogelijk. Uw chirurg kan u dit helder uitleggen.

Vervanging

Bij een vervanging haalt de chirurg de bestaande klep helemaal of gedeeltelijk weg en vervangt de klep door een mechanische klep of een biologische klep. Uw cardioloog informeert u over de voor- en nadelen van beide soorten hartkleppen. De chirurg maakt uiteindelijk samen met u de afweging welke klep het beste is in uw situatie. Mechanische kleppen zijn gemaakt van duurzaam materiaal, meestal titanium. Biologische kleppen zijn gemaakt van het hartzakje van een rund, varken of paard.

Nieuw type biologische klep

In sommige gevallen kan bij jongere patiënten die een aortaklepvervanging moeten ondergaan, gekozen worden voor een nieuw type biologische klep. Deze biedt mogelijk op de langere termijn voordelen. Er zijn echter nog geen lange-termijnresultaten van deze klep beschikbaar, waardoor niet zeker is of de voordelen ook waargemaakt gaat worden.

In alle gevallen wordt de klepkeuze gemaakt in zorgvuldige samenspraak met de cardiothoracaal chirurg. 

Voorbereiding

De voorbereiding begint al thuis: het is verstandig om te stoppen met roken en (indien nodig) extra hulp te regelen voor na de operatie. Het kan ook nodig zijn om te stoppen met bepaalde medicijnen. Uw arts informeert u hierover.

Is de operatiedatum in zicht, dan kan het nodig zijn de operatie uit te stellen, bijvoorbeeld als u verkouden bent of een andere ontsteking hebt. Ook als iemand in uw naaste omgeving last heeft van een besmetting, is het goed contact op te nemen met het ziekenhuis.

Een klein uur voor de operatie wordt u naar de operatieafdeling gebracht; als eerste ligt u in bed op de ‘holding’, een soort wachtkamer. Als de voorbereidingen op de operatiekamer klaar zijn zijn, halen de anesthesioloog en de anesthesie-medewerker u op en rijden u naar de operatiekamer. Op de operatie krijgt u een extra infuus en plakkers om u tijdens de operatie te bewaken. Dan krijgt u narcose via een infuus. Als u diep genoeg in slaap bent, krijgt u een urinekatheter, scheren we zo nodig borsthaar weg. Daarna begint de operatie.

Voorbereiden op een openhartoperatie

Tips voor het gesprek over de operatie

Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich voorbereiden op het gesprek met uw zorgverlener over uw operatie.

Lees meer
Vrouw kijkt op telefoon

Wat moet u meenemen?

Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

Lees meer

Tijdens de behandeling

De chirurg opent het borstbeen. Daarna worden de twee helften opzij geduwd en zo kan de chirurg uiteindelijk bij uw hart komen. Het openen van het borstbeen geeft een wond van ongeveer vijftien centimeter.

Nadat u bent aangesloten op de hart-longmachine moeten we uw hart stilleggen om zo de klepoperatie mogelijk te maken. De hart-longmachine neemt de functie van uw hart en longen over en zorgt voor voldoende aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen voor uw lichaam.

Daarna opent de chirurg het hart. Hij bekijkt de hartklep en beslist dan pas definitief wat de beste behandeling is: een reparatie of een klepvervanging. Bij een klepvervanging is voor de operatie met u al besproken welke klep u krijgt.  Tijdens de operatie bepaalt de chirurg de definitieve maat van de klep of de klepring. Bij een reparatie bestaat altijd het risico dat dit toch niet goed genoeg kan. In zo’n geval wordt de klep alsnog vervangen. Uw chirurg zal dit van tevoren goed met u bespreken en ook bespreken met wat voor soort klep de mogelijke vervanging zal gaan plaatsvinden.

Zodra de ingreep aan uw hartklep klaar is, leidt de chirurg het bloed weer door uw hart zodat niet de hart-longmachine, maar uw hart zelf het lichaam weer voorziet van zuurstof en voedingsstoffen. De hart-longmachine wordt afgekoppeld, er worden drains (slangetjes om het wondvocht af te voeren) ingebracht en uiteindelijk sluit de chirurg uw borstbeen met stevige staaldraad. Hierna wordt u naar de intensive care (IC) gebracht. 

Minimaal-invasieve klepoperatie

In sommige gevallen, is het mogelijk om een reparatie of vervanging van de mitralisklep uit te voeren, via een kleine snee aan de 

rechter zijkant van de borst. Dit noemen we een ‘minimaal-invasieve’ operatie. Hierbij wordt het borstbeen niet geopend. Het voordeel van deze operatie is, naast het kleinere litteken aan de zijkant, dat patiënten over het algemeen wat sneller op de been zijn na de operatie. Of u in aanmerking komt voor deze manier van opereren voor uw mitralisklep, wordt samen met de cardioloog van tevoren goed bekeken. Mocht dit zo zijn, dan bespreekt uw cardioloog of uw chirurg dit met u.

De hartklepoperatie

Anesthesie (verdoving of narcose)

Dit is algemene informatie over anesthesie (verdoving of narcose). De anesthesioloog geeft u tijdens het ‘preoperatief spreekuur’ meer uitleg over anesthesie.

Lees meer

Operatie

Wat gebeurt er voor tijdens en na de operatie?

Lees meer

Na de behandeling

Intensive care (IC)

Na de operatie brengen we u naar de intensive care. Hier bent u aangesloten op bewakingsapparatuur. Zo kunnen we goed in de gaten houden hoe het met u gaat, omdat u de eerste uren na de operatie nog in slaap bent. Ook bent u aangesloten op een beademingsmachine. U hebt een beademingsbuis in uw keel . Zodra u zelf kunt ademen verwijderen we de beademingsbuis. Het kan zijn dat u dan ook al wat meer wakker bent. Als u nog een beademingsbuis in uw keel hebt als u wakker wordt, kan dat een benauwd gevoel geven. U kunt dan ook nog niet praten. We proberen u ondanks dit alles zo prettig mogelijk wakker te laten worden.

U hebt meerdere infusen, één in de hals en een of meer in uw arm. Daardoor krijgt u medicijnen en voedingsstoffen. Een maagsonde zorgt ervoor dat uw maag leeg blijft en u niet misselijk wordt. U hebt een urinekatheter en twee tot vier plastic slangetjes (drains) om wondvocht en lucht af te voeren. Door die slangetjes kunnen we ook zien of u veel bloed verliest in de eerste uren na de operatie. U kunt soms pijn hebben aan de wond of door de drains. Hebt u pijn? Vraag dan om voldoende pijnstilling. Het is belangrijk dat u goed doorademt en goed kunt ophoesten. Als u pijn hebt lukt dat niet.  

Medium care (MC)

Als de arts vindt dat u voldoende hersteld bent (en als er plaats is op de afdeling) brengen we u naar de medium care. Deze bevindt zich op verpleegafdeling B4 oost. Dit gebeurt meestal een dag na de operatie in de ochtend of in het begin van de middag. Sommige patiënten kunnen direct vanaf de intensive care naar de verpleegafdeling. Dit wordt per patiënt bekeken.

Verpleegafdeling

Als u weer voldoende hersteld bent gaat u vanaf de medium care terug naar de verpleegafdeling B4 oost. Afhankelijk van uw toestand heeft u dan meestal geen drains en maagsonde meer. Het kan zijn dat de arts het nodig vindt de drains langer te laten zitten.

De eerste dagen

De eerste dagen na deze zware operatie kunt u zich niet lekker voelen. U kunt last hebben van:

  • vermoeidheid;
  • koorts;
  • emoties.

Dat is normaal. U hoeft zich daar niet ongerust over te maken. Geef uw klachten vooral goed aan bij de verpleegkundige. Ook als u vrijwel geen klachten heeft na de operatie is dit normaal en hoeft u zich daar geen zorgen over te maken.

Revalidatieprogramma

Op de verpleegafdeling begint u met het revalidatieprogramma. Eerst oefent u onder begeleiding op bed. Later oefent u op de gang. Na ongeveer vier dagen gaat u samen met andere patiënten oefenen.  De fysiotherapeut besteedt aandacht aan:

  • ademhaling;
  • houding;
  • beweeglijkheid van uw gewrichten;
  • uithoudingsvermogen;
  • traplopen.

Tijdens de operatie is het borstbeen geopend waardoor de spieren en pezen zijn ontwricht. Deze kunnen de eerste weken gevoelig zijn. De eerste zes weken mag u niet  tillen of veel kracht zetten met uw armen.

Leefregels en oefeningen na de operatie

Mogelijke complicaties 

Er kunnen tijdens of na de operatie problemen (complicaties) optreden. Sommige patiënten lopen een groter risico dan andere. Dit risico is afhankelijk van de conditie van uw hart en uw andere organen. Heel soms sterven mensen tijdens een operatie. Als u een groter risico loopt, dan bespreekt uw cardioloog dat met u en met uw familie. De chirurg bespreekt dit ook met u vóór de operatie.Een hartoperatie blijft in alle gevallen een risicovolle, zware ingreep. Tussen de dag van opname en een maand na de operatie overlijdt één tot vijf procent van de patiënten. De kans op complicaties (nabloeding, infectie, nier- of longfunctiestoornissen, hartinfarct, herseninfarct, hartritmestoornissen is tussen de twee en vijf procent. Ook kan het nodig zijn om u tijdens de operatie een bloeddtransfusie te geven. Als u hier bezwaar tegen hebt, moet u dit bij opname duidelijk melden.

Hartklepoperatie en het UMC Utrecht

Het UMC Utrecht is hét hart- en vaatcentrum van midden-Nederland. Ons doel: minder hart- en vaatziekten. Hieraan werken we elke dag tijdens de patiëntenzorg, door wetenschappelijk onderzoek en door onderwijs.

Zorgverleners

Cardiothoracaal chirurgen

drs. E.E.H.L. van Aarnhem
mw. dr. S. Bemelmans-Lalezari
drs. T.C. Dessing
mw. drs. M. Gianoli
dr. N.P. van der Kaaij
drs. R.C.A. Meijer
drs. F.Z. Ramjankhan
Prof.dr. W.J.L. Suyker

Assistenten in opleiding tot specialist (aios)

drs. T.C.L. Bracco Gartner
dr. J. Hjortnaes
dr. K.A. Jacob
dr. D. Stecher

Zorgkosten

Het UMC Utrecht maakt ieder jaar afspraken met zorgverzekeraars over de tarieven van zorgkosten. Deze tarieven hebben invloed op de hoogte van uw zorgpremie. Wij vinden het belangrijk dat de tarieven voor u als patiënt zo inzichtelijk mogelijk zijn. Zo kunt u vooraf zien wat uw behandeling bij het ziekenhuis kost. Daarom kunt u hier alle tarieven voor behandelingen van de zes grote zorgverzekeraars bekijken. 

Hebt u vragen?

Hebt u vragen? Neem dan contact op met poliliniek cardio-thoracale chirurgie

T 088 75 561 41

De afdeling is bereikbaar van 08.00 - 16.30 uur

Polikliniek

Verpleegafdeling

Centrum

Meer informatie

Meer informatie vindt u op de volgende websites:

Meer informatie vind u ook in het volgende artikel:

Minder hersenschade bij hartklepvervanging: artikel uit "Hoe gaat het?"