Vorige

Oorspeekselklier operatie

Bij een operatie aan de oorspeekselklier wordt deze middels een snede voor het oor richting de hals verwijderd, omdat er sprake is van een aandoening van de oorspeekselklier.

Meer informatie

De oorspeekselklier kan op twee manieren een probleem geven:

  1. Een gezwel in de oorspeekselklier kan worden opgemerkt doordat een bobbel onder een kaakrand ontstaat dan wel op de wang, voor of vlak onder het oor. Soms gaat het oorlelletje wat naar buiten staan. Over het algemeen geeft dit geen pijnklachten of uitval van de aangezichtszenuw. De meeste gezwellen zijn goedaardig (een cyste, pleiomorf adenoom of Warthintumor). Kwaadaardige gezwellen van de speekselklieren zijn zeldzaam.
  2. Ontsteking:  In de klier zelf of in de afvoerbuis naar de mond kunnen – hoewel uiterst zeldzaam – stenen voorkomen die de speekselafvoer belemmeren. Wanneer deze speekselstenen vast blijven zitten, kan een chronische oorspeekselklierontsteking ontstaan. Ook zonder speekselstenen kan de oorspeekselklier chronisch ontstoken raken. Wanneer de pijnklachten en de ontstekingen ernstige vormen aannemen, kan worden besloten de aangedane speekselklier te verwijderen.

In beide gevallen kan het nodig zijn het oppervlakkige deel van de oorspeekselklier te verwijderen. Uw arts bespreekt de voor- en nadelen van deze behandeling met u. Ook bespreekt hij met u of er alternatieve behandelingen zijn. Zo kunt u zelf goed beslissen of u de behandeling wilt ondergaan.

Resultaat

Het in zijn geheel verwijderen van het oppervlakkige deel van de oorspeekselklier. 

Uw lichaam

De oorspeekselklier (in het plaatje: 1) is gelegen voor en onder het oor; het is de klier die bij de ziekte ‘bof’ gezwollen is. De mens heeft twee oorspeekselklieren, die samen met twee speekselklieren onder de kaak (in het plaatje: 2) en twee onder de tong (in het plaatje: 3) de zes grote speekselklieren vormen. Daarnaast bevinden zich nog talloze microscopisch kleine speekselkliertjes vlak onder het slijmvlies van de mond- en keelholte.

Al deze speekselklieren samen zorgen voor de dagelijkse speekselproductie, die belangrijk is voor de eerste stappen in de spijsvertering en het vochtig houden van de slijmvliezen van mond- en keelholte. Via een afvoergang (in het plaatje: 4), die in het wangslijmvlies uitmondt, wordt het speeksel uit de oorspeekselklier naar de mondholte afgevoerd.De oorspeekselklier bestaat uit twee delen: een oppervlakkig en een diep gelegen deel, respectievelijk de oppervlakkige en diepe kwab genoemd (zie verder). Tussen deze twee kwabben loopt een belangrijke zenuw, de aangezichtszenuw (nervus facialis). Deze zenuw verzorgt de mimiek van het aangezicht (lachen, huilen, grimassen), het sluiten van de lippen (drinken) en het sluiten van de oogleden.

1: Oorspeekselklier
2: Onderkaakspeekselklier
3: Ondertongspeekselklier
4: Afvoergang oorspeekselklier

  • Voorbereiding

    Afhankelijk van de planning wordt u een dag voor de ingreep opgenomen of kunt u de dag van de ingreep nuchter op de afdeling komen. U ontvangt hierover schriftelijke informatie. 

    Wat moet u meenemen?

    Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

    Tips voor het gesprek over de operatie

    Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich voorbereiden op het gesprek met uw zorgverlener over uw operatie.

    Operatie

    Dit is algemene informatie over de operatie. Of de onderstaande informatie op u van toepassing is, hangt af van uw persoonlijke situatie. Uw zorgverlener bespreekt dit met u.

    Anesthesie (verdoving of narcose)

    Dit is algemene informatie over anesthesie (verdoving of narcose). De anesthesioloog geeft u tijdens het ‘preoperatief spreekuur’ meer uitleg over anesthesie.

  • Tijdens de behandeling

    De operatie van de oorspeekselklier vindt plaats op de operatiekamer van het UMC Utrecht. U wordt voor deze behandeling opgenomen in het UMC Utrecht.
    Op de operatiekamer krijgt u een algehele narcose. De operatie van de oorspeekselklier valt in twee belangrijke delen uiteen:

    1. Het maken van de huidsnede

    Om de oorspeekselklier goed te kunnen overzien en te kunnen verwijderen, maakt de KNO-arts een snede in de huid die voor het oor langs naar de hals loopt. Als het mogelijk is, wordt deze snede in een bestaande huidplooi gemaakt, zodat het litteken naderhand minder opvallend is. Op deze wijze kan een ruim zicht op de oorspeekselklier verkregen worden, zodat de aangezichtszenuw verantwoord kan worden opgezocht. Dit betekent dus dat soms een grote huidsnede nodig is om een relatief kleine aandoening veilig te kunnen verwijderen. De huidsnede voor een oppervlakkige of totale parotidectomie is hetzelfde.
     

    2. Het opzoeken van de aangezichtszenuw

    De hoofdstam van de aangezichtszenuw komt uit het rotsbeen (schedelbot waar het oor in zit) de oorspeekselklier binnen en vertakt zich vervolgens naar de verschillende spiergroepen (voorhoofd, oog, wang en mond) van het aangezicht. Vanaf de hoofdstam worden alle zenuwvertakkingen opgezocht, vervolgd en vrijgelegd. Door dit te doen wordt de oppervlakkige kwab vanzelf veilig verwijderd (dit oorspeekselklierweefsel ligt als het ware op de aangezichtszenuw).
    Bij de totale parotidectomie moet ook het oorspeekselklierweefsel onder de aangezichtszenuw worden weggenomen. De operatie duurt dan langer en de aangezichtszenuw moet veel vaker worden aangeraakt.
    De operatie wordt beëindigd met het aanbrengen van een wonddrain (zie verder) en het hechten van de operatiewond. De duur van de operatie (1 – 4 uur) hangt af van de uitgebreidheid en plaats van de aandoening in de oorspeekselklier.

  • Na de behandeling

    Na de behandeling heeft u een slangetje in de hals, een wonddrain. Als deze geen wondvocht meer produceerd zal deze na enkele dagen worden verwijderd. De opnameduur is hiervan afhankelijk, en bedraagd meestal 4-5. De klier wordt opgestuurd voor weefselonderzoek. De uitslag van dit weefselonderzoek krijgt u na 1 week op de polikliniek. Hier zal dan ook controle van het wondgebied plaatsvinden. Daarnaast zal de uitslag van het weefselonderzoek in sommige gevallen nog bepalen of er nabehandeling plaats moet vinden. Dit wordt dan vantevoren al met u besproken. 

    Leefregels

    Er zijn geen specifieke leefregels na de operatie.

    Mogelijke bijwerkingen

    Als er tekenen zijn van ontsteking van het wondgebied, zoals roodheid, zwelling, toename van de pijn, of koorts, moet u contact opnemen met de arts.
     

    Mogelijke complicaties.

    Zelfs als een onderzoek helemaal goed is gedaan (“volgens het boekje”), kunnen er problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties. Zoals uit de beschrijving van de oorspeekselklieroperatie (parotidectomie) blijkt, speelt de aangezichtszenuw een centrale rol bij een parotidectomie. Elke aanraking van de zenuw met chirurgische instrumenten kan zwelling van de zenuw veroorzaken, waardoor de functie na de operatie tijdelijk belemmerd kan worden. De uitgebreidheid van de operatie (oppervlakkig/totaal en/of kleine/grote aandoening) bepaalt de ernst van tijdelijk verminderde spieractiviteit in één gelaatshelft. Hierdoor ontstaat een (gedeeltelijk) scheef gezicht. Voorafgaande aan de operatie valt niet vast te stellen bij wie en hoe ernstig functievermindering zal optreden. Wanneer het oog na de operatie niet gesloten kan worden, is het dragen van een horlogeglasverband (pleisterverband met ingebouwd doorzichtig gedeelte) ‘s nachts nodig, naast het gebruik van oogdruppels om uitdroging van het oog te voorkomen. Een niet of slecht functionerende aangezichtszenuw, die tijdens de operatie volledig intact is gebleven, herstelt zonder behandeling in de loop van enkele weken tot maanden. Daarnaast is het niet altijd mogelijk om de belangrijkste gevoelszenuw van de huid in de hals te behouden bij het adequaat verwijderen van de oorspeekselklieraandoening. Dit veroorzaakt na de operatie een verdoofd gevoel van de oorschelp en het operatiegebied. Na verloop van enkele maanden wordt het verdoofde gebied steeds kleiner en vaak herstelt het helemaal. Mocht het gevoel niet geheel normaal worden, dan wordt dat in het dagelijks leven nauwelijks als hinderlijk ervaren.

     

    Daarnaast worden bij het verwijderen van (een deel van) de oorspeekselklier, met het oog onzichtbare, zenuwtakjes doorgesneden, die belangrijk zijn voor de speekselproductie. Na de operatie kunnen deze doorgesneden zenuwtakjes vergroeien met zenuwuiteinden van zweetkliertjes in de wang, waardoor een soort ‘kortsluiting’ ontstaat. Bij een minderheid van de patiënten kan dit tijdens of voor een maaltijd leiden tot transpiratie en roodheid van de huid in het geopereerde gebied. We noemen dit late gevolg van de oorspeekselklieroperatie het syndroom van Frey. Ook het ruiken of zien van voedsel kan tot een dergelijke reactie leiden. Wanneer dit transpireren tot problemen aanleiding geeft, is behandeling mogelijk met plaatselijke injecties van een medicament dat deze zenuwtjes blokkeert.

Zorgverleners

De hoofdhalschirurgen van het UMC Utrecht verrichten deze ingreep. 

Wachttijden en toegangstijden

Laatst bijgewerkt: 13-2-2019
Toegangstijd polikliniek keel-, neus- en oorheelkunde: 6 weken
Uitleg wachttijden
Belangrijk Dit is de gemiddelde wachttijd. De wachttijd kan per patiënt verschillen. Het is afhankelijk van de reden voor verwijzing.

Contact en vragen

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek keel-, neus- en oorheelkunde.

Meer informatie

Meerdere websites bieden informatie over oppervlakkige parotidectomie. Wij adviseren u de website www.kno.nl.