English translation for this page is not available

Vorige

Sfincterprothese

Een sfincterprothese is een kunstmatige blaassluitspier die de urinebuis gesloten houdt totdat u wilt plassen.

Meer informatie

Meer informatie over de sfincterprothese

De sfincterprothese bestaat uit drie onderdelen: een manchet, een ballon en een controlepompje. De prothese wordt volledig in uw lichaam ingebracht. De drie onderdelen zijn met slangetjes op elkaar aangesloten en gevuld met een steriele vloeistof. De manchet werkt als een natuurlijke sluitspier die de plasbuis licht samenknijpt om de urine in uw blaas te houden.

Wanneer u wilt plassen, gaat de druk van de urinebuis af, zodat de urine kan stromen. Door in de pomp te knijpen die in uw balzak is geplaatst, wordt steriele vloeistof uit de manchet in de ballon gepompt. De lege manchet drukt de urinebuis dan niet meer samen en de urine kan uit de blaas stromen. Kort nadat de blaas leeg is, stroomt de steriele vloeistof automatisch uit de ballon terug in de manchet. Is de manchet vol, dan wordt de urinebuis weer samengedrukt en kan de urine niet meer vrij stromen. Dit hele proces duurt een paar minuten.

Resultaat

Dit hulpmiddel zorgt voor controle over uw blaas. De meeste mannen verliezen met deze prothese alleen bij inspannende activiteiten nog een paar druppels urine. Zoals bij elke medische ingreep werkt de prothese niet bij alle patiënten volledig. Soms is daarom aanvullende bescherming nodig, zoals verbandmateriaal.

Voorbereiding

Voorbereiding Tijdens het bezoek aan de polikliniek ontvangt u van ons een recept voor speciaal scrubmiddel en laxeermiddel zodat u deze middelen kunt ophalen bij uw apotheek.Om infecties tijdens en na de operatie te voorkomen treft u zelf de volgende  voorbereidingen:

    • Twee dagen voor het plaatsen van de prothese scrubt u zich twee keer per dag met het speciale scrubmiddel.  Het is belangrijk dat u zichzelf stevig wast vanaf uw knieën tot aan uw navel.
    • De avond voor de ingreep moet het onderste gedeelte van uw dikke darm leeg zijn. Hiervoor krijgt u een laxeermiddel in een kleine tube die u leegknijpt in de anus.

Tips voor het gesprek over de operatie

Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich voorbereiden op het gesprek met uw zorgverlener over uw operatie.

Lees meer

Tijdens de behandeling

Tijdens de behandeling Voor de operatie brengen wij u onder volledige narcose. De ingreep duurt een uur tot anderhalf uur. De chirurg maakt twee kleine sneetjes om de prothese te kunnen inbrengen. Via het  eerste sneetje, tussen de balzak en de anus, wordt de manchet geplaatst. Het tweede sneetje wordt in uw onderbuik gemaakt. Via dit sneetje brengt de chirurg de ballon en het controlepompje in.Vervolgens verbindt hij de manchet, de ballon en het controlepompje  door middel van slangetjes en vult ze met steriele vloeistof. De chirurg sluit de wond tussen de balzak en de anus met oplosbare hechtingen. Het voordeel is dat deze hechtingen niet verwijderd hoeven worden. De wond in uw onderbuik sluit de chirurg met hechtingen die niet oplossen. Deze hechtingen worden later weer verwijderd.

Operatie

Wat gebeurt er voor tijdens en na de operatie?

Lees meer

Anesthesie (verdoving of narcose)

Dit is algemene informatie over anesthesie (verdoving of narcose). De anesthesioloog geeft u tijdens het ‘preoperatief spreekuur’ meer uitleg over anesthesie.

Lees meer

Na de behandeling

Na de operatie hebt u een katheter in de plasbuis in verband met mogelijke zwelling van de plasbuis. De katheter zal na twee dagen weer verwijderd worden. Na de operatie kunt u een lichte pijn voelen in uw balzak. Lichte pijn is normaal na een chirurgische ingreep. U krijgt pijnstillers tegen deze pijn. Tijdens uw verblijf in het ziekenhuis kunt u weer beginnen met lopen. Met de arts overlegt u wanneer u uw dagelijkse activiteiten zoals douchen, autorijden en uw werk weer kunt oppakken. Belangrijk is dat u uw balzak niet te lang belast vanwege de operatiewond. Geef uw lichaam de tijd om te herstellen. Tot zes weken na de operatie mag u niet zwaar tillen. Zorg ervoor dat de druk in uw onderbuik niet te groot wordt. Activeren van de prothese Zes weken na de operatie activeren we de prothese. Hiervoor wordt u opnieuw een dag opgenomen in het ziekenhuis. Vanaf die dag kunt u uw prothese daadwerkelijk gebruiken. Tijdens de opname leggen wij uit hoe u de prothese moet bedienen. Houdt u er rekening mee dat u in de periode tussen de operatie en het activeren van de prothese dezelfde incontinentieklachten hebt als voor de operatie. Wanneer uw prothese  is geactiveerd, kunt u het plassen weer controleren. Door het gebruik van het controlepompje leegt u uw blaas wanneer u dat wilt. Wij adviseren u de blaas elke twee tot drie uur te legen. Het is verstandig om andere mensen (bijvoorbeeld uw partner) uit te leggen hoe de prothese werkt, zodat deze persoonkan helpen als dat nodig is. De prothese zou de seksuele activiteit niet mogen beïnvloeden.  Mogelijke complicaties Zelfs als een onderzoek helemaal goed is gedaan (“volgens het boekje”), kunnen er problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties. Waarschuw uw arts als:

    • er een zwelling of warme plek ontstaat
    • het gebied rondom de wonden rood wordt
    • de pijn langer duurt dan twee weken
    • de pijn sterker wordt
    • er vloeistof uit de wond komt Bij elke medische ingreep die u in de toekomst ondergaat is het belangrijk dat u uw arts informeert over uw prothese. Zij kunnen dan de nodige voorzorgsmaatregelen treffen, als dat nodig is. Dat geldt vooral voor ingrepen waarbij een katheter of een ander instrument in de plasbuis wordt ingebracht. Zulke ingrepen kunnen alleen veilig worden verricht nadat uw prothese is uitgezet (gedeactiveerd).

Hebt u vragen?

Polikliniek

Verpleegafdeling

Specialisme

Contact

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de polikliniek urologie. Voor een afspraak hebt u een verwijzing nodig van de huisarts of specialist.

De polikliniek is op werkdagen bereikbaar van

08.30 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.00 uur

Ziektebeelden