Terug

Beenmergpunctie

Bij een beenmergpunctie wordt beenmerg opgezogen voor onderzoek. We kunnen het beenmerg dan gedetailleerder onderzoeken, bijvoorbeeld onder de microscoop.

Mijn patiënt doorverwijzen

Wat is Beenmergpunctie

Er zijn twee soorten beenmergpuncties:

Beenmergpunctaat

De arts of physician assistant brengt een naald in het beenmerg en zuigt hiermee losse beenmergcellen op.

Beenmergbiopt

De arts of physician assistant brengt een naald in het beenmerg en schuift deze ongeveer twee centimeter in de beenmergholte. Daardoor blijft in de naald een stukje (een ‘pijpje’) beenmerg met botdeeltjes zitten. Dat haalt de arts met naald weer naar buiten.

Op welke plek doen we een beenmergpunctie?

Een beenmergpunctie kan op twee plaatsen gebeuren:

  • ter hoogte van het borstbeen of,
  • ter hoogte van het bekkenbot aan de rugzijde.

Op welke plek doen we een beenmergbiopt?

  • Altijd ter hoogte van het bekkenbot aan de rugzijde.

Voorbereiding

Wanneer u bloedverdunners gebruikt, meldt u dit dan aan uw behandelend arts. Van hem of haar hoort u of u tijdelijk met de bloedverdunners moet stoppen. Verder hoeft u geen specifieke voorbereidingen te treffen.

Tijdens het onderzoek

Tijdens het onderzoek zijn de internist-hematoloog of de physician assistant aanwezig en een verpleegkundige. Soms is er ook een coassistent of een laborant aanwezig.

Bij een beenmergpunctaat

De arts verdooft de huid en het botvlies eerst met een injectie. Dit kan even gevoelig zijn. Als de verdoving is ingewerkt, brengt de arts een holle naald in waarmee hij het beenmerg kan opzuigen. Dat geeft een kortdurend pijnlijk gevoel ter hoogte van het borstbeen of in het been (afhankelijk van de plaats waar de punctie wordt uitgevoerd). Dit duurt enkele seconden.

Bij een beenmergbiopt

Voor het afnemen van een pijpje bot, verwijdert de arts een stukje bot (twee tot vier centimeter) met een speciale holle naald.

Duur van het onderzoek

Het onderzoek duurt tien tot vijftien minuten.

Na het onderzoek

Direct na het onderzoek

Na het onderzoek blijft u nog vijftien tot dertig minuten liggen met een waterzakje op de borstkas of onder de heup. Dit voorkomt een bloeduitstorting op de plaats waar de arts u geprikt heeft. De verpleegkundige controleert het wondje op nabloeden. Daarna mag u weer naar huis.

Thuis

U kunt na het onderzoek gewoon alle dagelijkse werkzaamheden weer verrichten. Wel is het verstandig om u te laten vervoeren door iemand anders. De pleister kunt u de volgende dag verwijderen.

Afspraak

U maakt een afspraak om de uitslag met uw arts te bespreken op de polikliniek. Meestal is dit na ongeveer een week.

Mogelijke complicaties

Er is een kans dat u een nabloeding krijgt op de plaats van de beenmergpunctie. Dit komt echter zelden voor. Als u bloedverdunners gebruikt, is de kans op nabloeding groter. Een lichte nabloeding kunt u stoppen door enige tijd stevig op de plek te drukken. Bij een ernstigere nabloeding moet u contact opnemen met uw arts.

Bijwerkingen

U kunt na het onderzoek een beurs gevoel houden op de plaats van de punctie. Dit is normaal en trekt na enkele dagen vanzelf weer weg. De kans op deze napijn is groter wanneer er tijdens het onderzoek een pijpje bot is weggenomen (beenmergbiopt).

U kunt een paracetamol innemen tegen de pijn.

Hebt u vragen?

Als u vragen hebt over een beenmergpunctie, kunt u contact opnemen met de Polikliniek Hematologie.

T 088 75 583 80

De polikliniek is bereikbaar van 08.00 tot 17.00 uur.

Polikliniek

Verpleegafdeling