Vorige

Pleurapunctie

Als u een longziekte hebt, kan er te veel vocht tussen de longvliezen zitten. Een pleurapunctie is een prik tussen die vliezen. Tijdens deze punctie kan de arts vocht wegzuigen voor bijvoorbeeld verder onderzoek.

Longvliezen

Rondom de longen liggen vliezen (pleura), die bestaan uit een binnen- en een buitenvlies. De pleuraholte is de laag tussen de longvliezen en de borstvliezen. In deze laag zit een klein beetje vocht, dit vocht zorgt ervoor dat de longen zonder wrijving kleiner en groter kunnen worden bij uit- en inademen. 

Waarom een pleurapunctie?

Er zijn verschillende redenen waarom we deze  bahandeling uitvoeren:
  • Diagnostische pleurapunctie
    Om te onderzoeken wat de mogelijke oorzaak is van het vocht tussen uw longvliezen.
  • Therapeutische pleurapunctie
    Om zoveel mogelijk vocht weg te nemen en daarmee uw benauwdheid af te laten nemen.
  • Een combinatie van beide puncties
  • Voorbereiding

    U mag gewoon eten en drinken als u een pleurapunctie krijgt. Gebruikt u bloedverdunners? Overleg dan met uw arts of u deze medicijnen mag innemen in de 24 uur voor het onderzoek.

    Op de dag van uw afspraak meldt u zich in het UMC Utrecht bij de poliklinieken, receptie 8. Dit is de afdeling longfunctie.

    Wat moet u meenemen?

    Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

    Tips voor het gesprek over een onderzoek

    Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich voorbereiden op het gesprek met uw zorgverlener over een onderzoek.

  • Tijdens het onderzoek

    Markering punctieplaats

    Voor dit onderzoek gaat u op de rand van het bed of van de onderzoektafel zitten. U trekt uw bovenkleding uit. U zit licht voorover gebogen op de onderzoekstafel. De arts bepaalt vooraf de plaats waar er het beste geprikt kan worden. Dit gebeurt bijna altijd met een echo onderzoek, soms alleen met luisteren naar uw longen.  Aan de hand van het echo onderzoek (of het luisteren) markeert de arts de prikplaats en desinfecteert uw huid op die plek met jodium of alcohol.

    Verdoving

    In de meeste gevallen neemt de arts met één prik met een dun naaldje het vocht weg. U krijgt dan geen verdovingAls de arts een dikkere naald moet gebruiken, krijgt u een plaatselijke verdoving.

    Punctie

    De arts prikt (na een eventuele plaatselijke verdoving) tussen twee ribben tot in de laag tussen de vliezen. Wanneer er alleen vocht voor onderzoek afgenomen hoeft te worden, zuigt de arts het vocht op in een spuit. (diagnostische punctie).

    Wanneer de arts meer vocht wil afnemen, plaatst deze na de prik een dun slangetje (katheter) tussen de longvliezen om zoveel mogelijk vocht af te kunnen nemen. Eventueel wordt dit slangetje aangesloten op een zuigsysteem om het verwijderen van het vocht te versnellen. (therapeutische punctie).  Als het nodig is, wordt ook dit vocht naar het laboratorium gestuurd voor onderzoek.

    Duur van het onderzoek

    Het onderzoek duurt ongeveer 10 tot 30 minuten. Hoe lang het precies duurt, hangt af van de hoeveelheid vocht die de arts afneemt en hoe snel de arts dit kan wegnemen.

    Mogelijke complicaties

    Bij iedere punctiekan het zijn dat u flauw valt als reactie op de prik en het afzuigen van het vocht. Bij het wegnemen van veel vocht, kan u kortademig worden met daarbij een hoestprikkel. Dit is een  reactie op het uitzetten van de long. Dit duurt meestal maar even en verdwijnt weer vanzelf na de punctie.

    Zeldzame complicaties zijn een klaplong [link naar klaplong] of een bloeding

  • Na het onderzoek

    Nazorg

    Een pleister op de prikplaats dekt de wond af. Na het onderzoek moet u een half uur rustig aan doen. Het kan zijn dat er na de punctie röntgenfoto's gemaakt worden om het effect van de pleurapunctie te kunnen beoordelen.

    Uitslag

    Na het onderzoek wordt er met u een vervolgafspraak gemaakt. U komt op de afgesproken dag/tijd naar de polikliniek. Uw behandelend arts bespreekt de uitslag van het onderzoek met u.

Contact en vragen

Hebt u nog vragen over het onderzoek? Neem dan contact op met de afdeling longfunctie.

088 75 572 57
De afdeling is bereikbaar van
09.00 - 17.00 uur