Terug

Diëtetiek

De informatie op deze pagina's is bedoeld voor professionals in de gezondheidszorg die gebruik maken van onze Diëtetiek richtlijnen. Onderstaande richtlijnen worden eens per twee jaar herzien. Richtlijnen mogen gebruikt worden met bronvermelding.

Afdeling Diëtetiek
Huispostnummer G01.111
Postbus 85500
3508 GA Utrecht

T 088 755 66 09

E

Richtlijnen

Pancreasenzymsuppletie

In samenspraak met de ziekenhuisapotheek heeft Diëtetiek UMC Utrecht twee richtlijnen ontwikkeld voor pancreasenzymsuppletie bij volwassenen met sondevoeding (laatste herziening maart 2017). De richtlijnen zijn opgesteld voor intern gebruik en gebaseerd op de pancreasenzympreparaten die in het UMC Utrecht beschikbaar zijn.

Refeeding Syndroom

Met refeeding syndroom bedoelen we het brede scala aan complicaties die kan ontstaan als gevolg van metabole en functionele veranderingen na starten van volledige voeding (orale, enterale of parenterale) bij ernstig ondervoede patiënten.

De afdeling Diëtetiek heeft in samenwerking met een MDL-arts, endocrinoloog en ziekenhuisapotheker een richtlijn ‘Refeeding syndroom’ ontwikkeld voor volwassen patiënten in het UMC Utrecht (laatste herziening 2015).

De richtlijn geeft een overzicht van de klinische symptomen, de criteria van risicopatiënten en aanbevelingen ter voorkoming en/of zo nodig behandeling van het refeeding syndroom.

Nutritional Assessment

De afdeling Diëtetiek van het UMC Utrecht beschikt over kennis, vaardigheden en meetinstrumenten om lichaamssamenstelling, spierkracht en energiebehoefte van patiënten te bepalen. Deze objectieve metingen dragen bij aan het op gestructureerde wijze bepalen van de voedingstoestand. Dit heet Nutritional Assessment.  Om de verschillende metingen op een gestandaardiseerde wijze uit te voeren en te interpreteren zijn (in samenwerking met het Nutritional Assessment Platform) SOP’s (Standard Operating Procedures) ontwikkeld.

Het meten van het energieverbruik in rust (REE) middels indirecte calorimetrie geeft informatie over het energieverbruik in rust van een patiënt. Het energieverbruik in rust wordt gemeten met behulp van indirecte calorimetrie. Aan de hand van de samenstelling van de door de patiënt in- en uitgeademde lucht wordt het energieverbruik in rust bepaald. Deze informatie wordt gebruikt om de totale energiebehoefte per dag te berekenen. 

Het meten van de lichaamssamenstelling met behulp van bio-elektrische impedantie geeft informatie over de hoeveelheid vetmassa (vetweefsel) en vetvrije massa van het lichaam. Deze gegevens worden gebruikt bij het bepalen van de voedingstoestand van een patiënt.

Het meten van de handknijpkracht geeft inzicht in de spierkracht en is gerelateerd aan de totale hoeveelheid spiermassa in uw lichaam. Een verandering in spierkracht kan een aanwijzing zijn van een veranderde voedingstoestand en/of lichamelijke conditie.

De BOD POD ® gebruikt het principe van totale lichaams densitometrie om de hoeveelheid vetmassa en vetvrije massa in het lichaam te schatten. Totale lichaams densitometrie is gebaseerd op de bepaling van lichaamsdichtheid door het meten van lichaamsgewicht en lichaamsvolume middels air displacement plethysmografie. Deze gegevens kunnen worden gebruikt bij het bepalen van de voedingstoestand van een patiënt.