Vorige

CC-220-MM-001

Een multicenter, open-label, fase 1b/2a-dosisescalatieonderzoek om de maximaal verdraagbare dosis te bepalen, en de veiligheid, verdraagbaarheid, farmacokinetiek en preliminaire werkzaamheid te beoordelen van CC-220 als monotherapie en in combinatie met dexamethason bij proefpersonen met gerecidiveerd en refractair multipel myeloom

Meer informatie

De CC-220-MM-001-studie onderzoekt een nieuwe behandeloptie voor patiënten met multipel myeloom (ziekte van Kahler) waarbij de ziekte is teruggekomen en de laatste behandeling niet is aangeslagen. Multipel myeloom is een kanker van plasmacellen (een type immuuncel die antilichamen, stoffen die bacteriën en virussen aanvallen, produceert) in het beenmerg. Wereldwijd zullen ongeveer 118 patiënten, verspreid over 27 locaties, deelnemen aan dit onderzoek. In Nederland doen naar verwachting 20 proefpersonen op 3 locaties mee.

Doel van het onderzoek

Het doel van dit onderzoek is te testen wat de maximaal verdraagbare dosis van het onderzoeksmiddel is, zowel wanneer het alleen wordt gebruikt als in combinatie met dexamethason (DEX), een ander geneesmiddel voor de behandeling van multipel myeloom. Een ander doel van het onderzoek is te testen hoe veilig het onderzoeksmiddel is, zowel wanneer het alleen wordt gebruikt als in combinatie met DEX. De deelname aan dit onderzoek zal circa 2 jaar duren. De maximale duur van uw deelname aan het onderzoek zal afhangen van uw reactie op de behandeling, wanneer uw multipel myeloom zich verder ontwikkelt, hoe goed u de onderzoeksbehandeling (het onderzoeksmiddel met of zonder DEX) verdraagt en of u ervoor kiest zich terug te trekken uit het onderzoek voordat het onderzoek is afgerond. 

Welk geneesmiddel wordt er onderzocht?

Het onderzoeksmiddel heet CC-220 en is een middel dat behoort tot een groep geneesmiddelen die bekendstaat als immunomodulerende middelen. Dit zijn middelen die de werking van het immuunsysteem (het systeem dat het lichaam beschermt tegen bacteriën en virussen) kunnen wijzigen of reguleren. DEX is een synthetisch (kunstmatig) steroïd dat wordt gebruikt voor de behandeling van multipel myeloom. DEX lijkt geprogrammeerde celdood te veroorzaken. Dit betekent dat steroïden zoals DEX de vernietiging van myeloomcellen in gang kunnen zetten. CC-220 is een experimenteel geneesmiddel, wat betekent dat het in Nederland nog niet is goedgekeurd voor de behandeling van multipel myeloom. Hierdoor is de combinatie van CC-220 en DEX ook een experimentele behandeling. Het onderzoeksmiddel CC-220 is niet aan proefpersonen met kanker van het bloed of andere organen gegeven. Het is echter wel onderzocht bij gezonde proefpersonen. Op basis van de gegevens van gezonde proefpersonen leek het onderzoeksmiddel goed verdragen te worden; er werden geen ernstige bijwerkingen of bijwerkingen die de dood tot gevolg hadden gemeld. Er waren geen ernstige problemen met vitale functies (hartslag, bloeddruk en lichaamstemperatuur), ECG’s of lichamelijke onderzoeken.

Daarnaast wordt het onderzoeksmiddel ook onderzocht bij proefpersonen met een auto-immuunziekte, systemische lupus erythematodes; het onderzoek is nog aan de gang en de gegevens zijn nog geblindeerd.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Als u instemt met deelname, wordt u willekeurig ingedeeld in één van twee groepen. De ene groep ontvangt alleen het onderzoeksmiddel (aangeduid als cohort A en cohort C, zoals hieronder beschreven) en de tweede groep ontvangt een combinatie van het onderzoeksmiddel + DEX (aangeduid als cohort B en cohort D, zoals hieronder beschreven). Het onderzoek bestaat uit de volgende delen, ook wel perioden genoemd: screeningsperiode, behandelperiode, bezoek einde behandeling, bezoek na behandeling en langdurige follow-up. U kunt aannemen dat u tot 4 jaar deelneemt aan het onderzoek.

Screeningsperiode

Als u instemt met deelname aan dit onderzoek begint voor u de screeningsperiode. Tijdens deze periode (voordat u de onderzoeksbehandeling kunt ondergaan) voert de arts tests uit om te bepalen of u kunt deelnemen aan dit onderzoek. Deze screening wordt binnen 28 dagen voorafgaand aan de eerste dosis van uw onderzoeksbehandeling uitgevoerd. Tijdens dit bezoek zal de onderzoeksarts/-medewerker gegevens verzamelen over uw leeftijd, ras, geboortejaar en etniciteit. Gevoelige informatie zoals iemands ras of gezondheidsinformatie wordt ook wel ‘bijzondere persoonsgegevens’ genoemd en voor deze gegevens bestaat extra wettelijke bescherming. Daarnaast zal de onderzoeksarts/-medewerker u vragen stellen over uw ziekten/aandoeningen uit verleden en heden, operaties, allergieën, geneesmiddelen die u gebruikt of hebt gebruikt (inclusief procedures en geneesmiddelen die u hebt gekregen voor de behandeling van uw multipel myeloom), andere onderzoeken waaraan u hebt deelgenomen en het/de anticonceptiemiddel(en) dat/die u op dat moment gebruikt. Tijdens de screening zullen daarnaast een lichamelijk onderzoek, een elektrocardiogram (ECG), een röntgenfoto en andere procedures worden uitgevoerd. Er zullen ook bloed, urine en een beenmergmonster worden afgenomen.
 
Beenmergaspiratie en -biopsie
Beenmergaspiratie is een procedure waarbij een kleine hoeveelheid beenmergvocht en beenmergcellen verwijderd wordt via een in het bot gestoken naald. Een beenmergbiopsie is een procedure waarbij wat bot en beenmerg wordt verwijderd, zodat de beenmergcellen kunnen worden bekeken onder een microscoop. De beenmergmonsters worden gebruikt om te zien hoeveel van de ziekte aanwezig is in uw beenmerg en daarnaast voor biomarkeronderzoek. De aspiratie (afname van vloeistof) wordt meestal eerst gedaan, gevolgd door de biopsie. In dit onderzoek worden tijdens de screening een beenmergaspiratie en/of -biopsie uitgevoerd.

Behandelperiode

Als de tests tijdens de screeningsperiode uitwijzen dat u kunt deelnemen aan het onderzoek, begint voor u de behandelperiode (de periode waarin u de onderzoeksbehandeling ontvangt). De behandelperiode is opgedeeld in twee delen: uw deelname zal in ofwel deel 1 ofwel deel 2 vallen, afhankelijk van het moment in de studie waarop u bent ingeschreven. Deel 1 zal worden afgerond voordat de inschrijving voor deel 2 begint. Uw onderzoeksarts zal u vertellen aan welk deel van de studie u kunt deelnemen als u beslist dat u aan het onderzoek wilt deelnemen.

Deel 1 - Dosisescalatie
Tijdens dit deel van de behandelperiode wordt u ingedeeld in één van twee groepen (cohorten). Cohort A ontvangt alleen het onderzoeksmiddel en cohort B ontvangt het onderzoeksmiddel + DEX. De dosis van het onderzoeksmiddel zal op bepaalde tijdstippen worden verhoogd om de hoogste verdraagbare dosis van het onderzoeksmiddel (de hoogste dosis van het onderzoeksmiddel waarbij geen onacceptabele bijwerkingen optreden) te bepalen voor de behandeling van multipel myeloom. Uw onderzoeksarts, andere onderzoeksartsen die aan het onderzoek werken en Celgene Corporation (de sponsor) zullen elke dosis te evalueren om te bepalen of het veilig is om door te gaan naar de volgende, hogere dosis. Als een dosisniveau als veilig wordt beschouwd, worden een extra 3 tot 6 patiënten ingeschreven voor het eerstvolgende hogere dosisniveau. Dit gaat door totdat de niet-getolereerde dosis (de dosis die niet kan worden verdragen door een groep proefpersonen) wordt bereikt. U begint op het dosisniveau dat wordt getest wanneer u aan het onderzoek begint. Als u de dosis die u ontvangt niet kunt verdragen, zal uw arts met u bespreken of een vermindering van de dosis mogelijk is volgens de protocolinstructies. De dosis onderzoeksmiddel die u krijgt, wordt nooit verhoogd. Nadat de niet-getolereerde dosis is gevonden, begint deel 2, dosisexpansie, met de aanbevolen dosis (een dosis lager dan de niet-getolereerde dosis).
 
Deel 2 - Dosisexpansie
Ook tijdens dit deel zijn er 2 cohorten: cohort C ontvangt alleen het onderzoeksmiddel (zoals in cohort A in deel 1) en cohort D ontvangt het onderzoeksmiddel + DEX (zoals in cohort B in deel 1). In deel 2 wordt de aanbevolen dosis van het onderzoeksmiddel (met of zonder DEX) gebruikt, zoals bepaald in deel 1. De aanbevolen dosis onderzoeksmiddel in deel 2 is ofwel de hoogste verdraagbare dosis (een dosis lager dan de niet-getolereerde dosis) of een dosis waarvan op basis van laboratorium- en veiligheidsinformatie is vastgesteld dat deze optimaal is voor de behandeling.
U ontvangt de onderzoeksbehandeling in cycli, die elk 28 dagen duren en bestaan uit onderzoeksbehandeling tijdens de eerste 21 dagen en vervolgens 7 dagen zonder
onderzoeksbehandeling. De eerste cyclus gaat in wanneer u de eerste dosis van CC-220 inneemt
(dag 1 van cyclus 1).
Als u wordt ingedeeld in cohort A of cohort C (alleen onderzoeksmiddel), neemt u het onderzoeksmiddel via de mond in op dag 1 tot en met 21 van elke cyclus. Als uw ziekte verergert tijdens de behandeling, kan DEX worden toegevoegd aan de behandeling met het onderzoeksmiddel als uw onderzoeksarts van mening is dat dit in uw belang is. De dosis onderzoeksmiddel die u dan krijgt, is niet hoger dan de dosis van het onderzoeksmiddel die in cohort B en D in combinatie met DEX is getest en als veilig wordt beschouwd.
Als u wordt ingedeeld in cohort B of cohort D (onderzoeksmiddel met DEX), neemt u het onderzoeksmiddel via de mond in op dag 1 tot en met 21 van elke cyclus en neemt u DEX via de mond in op dag 1, 8, 15 en 22 van elke cyclus. De dosis DEX is afhankelijk van uw leeftijd. Als u 75 jaar of jonger bent, is de startdosis DEX 40 mg, eenmaal per dag. Als u ouder bent dan 75 jaar, is de startdosis DEX 20 mg, eenmaal per dag. In tabel 1 hieronder ziet u een schematische weergave van de behandelperiode en de toename van de dosis.
Tijdens de behandelingsperiode moet u tijdens cyclus 1 tot en met 4 voor alle onderzoeksprocedures naar het ziekenhuis komen. Vanaf cyclus 5 hoeft u het ziekenhuis alleen te bezoeken op dag 1 van elke cyclus.
U zal worden gevraagd bij te houden wanneer en hoeveel onderzoeksmiddel en DEX u tijdens elke cyclus hebt gebruikt. Als uw onderzoeksarts het nodig vindt, kan de dosis van één of meer van de geneesmiddelen die u in een cyclus gebruikt, worden aangepast.
 
Een extra beenmergaspiratie is nodig, terwijl een beenmergbiopsie kan worden uitgevoerd naar eigen inzicht van uw arts, op het moment dat er voor het eerst wordt vastgesteld dat uw ziekte is verbeterd (er kan bij u een heel goede gedeeltelijke respons of een volledige respons zijn opgetreden), voor het verkrijgen van biomarkers op dag 15 van cyclus 2 en op het moment dat er wordt vastgesteld dat uw ziekte is verslechterd.
Als er bij u in deel 2 van het onderzoek een heel goede partiële respons is opgetreden en er is vastgesteld dat u negatief bent voor minimale restziekte (MRD) (een van de biomarkerbepalingen), wordt er om de 6 maanden zolang u MRD-negatief bent een beenmergaspiraat bij u afgenomen. Naar inzicht van uw arts kan op elk moment tijdens de onderzoeksperiode een beenmergaspiratie en -biopsie worden uitgevoerd.
Tijdens de onderzoeksbehandeling moet u een lage dosis aspirine innemen. Als u geen lage dosis aspirine kunt gebruiken, zal een ander medicijn worden voorgeschreven om het ontstaan van bloedstolsels te voorkomen.

Bezoek einde behandeling

U moet terugkomen voor een bezoek op het moment dat uw onderzoeksbehandeling wordt afgebroken of wanneer u het onderzoek hebt afgerond. Uw behandeling zal worden voortgezet totdat u niet meer op de behandeling reageert of totdat onaanvaardbare toxiciteit optreedt. De duur van het onderzoek staat daarom niet van tevoren vast.

Bezoek 28 dagen na behandeling

28 dagen na het bezoek einde behandeling moet u voor de veiligheid terugkomen voor een follow-upbezoek. Als u een vrouw bent en zwanger kunt raken en u een onregelmatige menstruatie hebt, moet u ook na 14 dagen terugkomen voor een bezoek na behandeling.
Tijdens het onderzoek stelt de onderzoeksarts/-medewerker u ook vragen over eventuele medische
aandoeningen of bijwerkingen die u tijdens het onderzoek ondervindt. Als u op enig moment tijdens het onderzoek meent dat een bezoek aan uw onderzoeksarts noodzakelijk is terwijl het nog geen tijd is voor uw volgende bezoek, kunt u het onderzoekscentrum bellen om een afspraak te maken. Tijdens dit bezoek kan de onderzoeksarts enkele tests uitvoeren als hij/zij denkt dat dit nodig is. De onderzoeksarts kan u ook vragen om voor enkele extra tests naar het ziekenhuis terug te komen als hij/zij denkt dat dit in uw belang is.

Bezoek na behandeling

Als u besluit om met de onderzoeksbehandeling te stoppen om een andere reden dan verergering van uw ziekte en u ten minste een beetje op de onderzoeksbehandeling hebt gereageerd, wordt u na het bezoek bij 28 dagen na behandeling om de 28 dagen gecontroleerd totdat uw ziekte verergert of u begint met een nieuwe behandeling voor myeloom. Tijdens die periode wordt er geen lichamelijk onderzoek of laboratoriumonderzoek gedaan. De onderzoeksarts ziet u in het ziekenhuis of u wordt gebeld door een lid van het ziekenhuispersoneel om te horen over uw huidige gezondheidstoestand.

Langdurige nacontrole

Alle proefpersonen die zijn opgenomen in deel 2 van het onderzoek krijgen een langdurige nacontrole. Als u in deel 2 van het onderzoek bent opgenomen, wordt er elke 3 maanden contact met u opgenomen om te vragen naar uw gezondheid en of er nieuwe kanker bij u is geconstateerd. Deze nacontrole duurt minstens 2 jaar vanaf de datum waarop de laatste proefpersoon in het onderzoek is opgenomen.

Deelnemen aan het onderzoek?

U kunt vrijwillig deelnemen aan dit onderzoek. Neem voor meer informatie contact op via onderstaande contactgegevens.

Onderzoeker

Internist-hematoloog

Mw. Prof. Dr. M.C. Minnema

Lees meer

Ziektebeeld

Polikliniek

Klinische studies

Contact en vragen

Heeft u na het lezen van deze informatie vragen, of wilt u meer informatie, dan kunt u altijd contact opnemen met een van de onderzoekers, Mw. Prof. Dr. M.C. Minnema, via onderstaande contactgegevens.