Vorige

HOVON 127

Fase 3-onderzoek waarin bij patiënten met een Burkitt-lymfoom twee behandelingen vergeleken worden (R-CODOX-M/R-IVAC versus DA-EPOCH-R)

Doel van het onderzoek

Het doel van deze studie is daarom te onderzoeken of het DA-EPOCH-R-schema ook in Nederland goed uitvoerbaar is en net zulke resultaten laat zien als in de Verenigde Staten. In dit onderzoek worden twee behandelschema’s met elkaar vergeleken: R-CODOX-M / R-IVAC (hierna de oude behandeling A genoemd) en DA-EPOCH-R (hierna de nieuwe behandeling B genoemd).

Er zijn 2 redenen waarom men denkt dat de nieuwe behandeling B effectief is

  • Ten eerste zullendrie chemotherapiemiddelen gedurende vier dagen onafgebroken gegeven worden (in plaats van dagelijkse giften). Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat snel groeiende cellen makkelijker doodgaan als ze gedurende een langere periode in aanraking zijn met chemotherapie.
  • Ten tweede zal de dosering van de chemotherapie verhoogd of verlaagd worden tijdens de kuren. Gebleken is dat er tussen mensen grote verschillen bestaan in de snelheid waarmee chemotherapie afgebroken (geklaard) wordt. In het nieuwe schema wordt hiermee rekening gehouden en wordt de dosering van een volgende kuur aangepast naar aanleiding van uw bloedwaarden.

Een ander voordeel van de nieuwe behandeling B is dat de kuren grotendeels poliklinisch gegeven zouden kunnen worden. We weten echter nog niet of dit echt haalbaar is, en er is een kans dat u toch opgenomen moet worden als er bijvoorbeeld complicaties zijn, zoals koorts. 

De nieuwe behandeling B zal worden vergeleken met de oude behandeling A. Er is niet echt een standaardbehandeling voor Burkitt-lymfoom, maar het oude behandelschema A wordt in verschillende centra in de wereld en in Nederland gebruikt. Dit schema bevat twee middelen (cytarabine en methotrexaat) die in hoge dosering gegeven worden. Hierdoor is er kans op bijwerkingen (zoals slijmvlies-beschadiging en infecties). Daarom is ziekenhuisopname bij dit schema noodzakelijk.

In dit onderzoek zal gekeken worden naar de effectiviteit van beide behandelingen. Daarnaast zal gekeken worden naar de bijwerkingen van beide schema’s en het aantal dagen dat u in het ziekenhuis behandeld moet worden. 

Opzet van de studie

Als u meedoet aan het onderzoek zal door loting worden bepaald of u behandeld gaat worden met de R-CODOX-M / R-IVAC-behandeling (de oude behandeling A) of met de DA-EPOCH-R-behandeling (de nieuwe behandeling B). Uw arts heeft geen invloed op de loting
Voor beide behandelingen geldt dat ze worden toegediend via een infuus in één van de grotere bloedvaten die zich vlak onder het sleutelbeen bevinden of in uw bovenarm.

Behandeling A: R-CODOX-M / R-IVAC

Als u heeft geloot voor behandeling A, krijgt u eerst een kuur R-CODOX-M en daarna een kuur R-IVAC. Beide kuren worden aansluitend nog eens herhaald. De kuren worden ongeveer om de vier weken gegeven. Hiervoor wordt u opgenomen in het ziekenhuis. U blijft opgenomen tot uw bloedgetallen voldoende hersteld zijn, waarna u misschien kortdurend naar huis kunt, voordat de volgende kuur gestart wordt.

Behandeling B: DA-EPOCH-R

Als u voor behandeling B heeft geloot, krijgt u zes kuren volgens een bepaald schema. De middelen etoposide, doxorubicine en vincristine zullen continue toegediend worden met behulp van een infuuspomp. Voor de toediening van de eerste kuur zult u gedurende vijf dagen in het ziekenhuis worden opgenomen. Als dit goed verloopt, kunt u, indien haalbaar, tijdens de volgende vijf kuren naar huis met de pomp. U moet dan wel gedurende de eerste vijf dagen van de kuur naar de dagbehandeling komen om een nieuwe zak met medicijnen aan te laten sluiten. De volgende kuur start op dag 22 als uw bloedgetallen voldoende hersteld zijn.

Lumbaalpunctie

Burkitt-lymfoomcellen kunnen ook in het hersenvocht gaan zitten en kunnen zich daar vermeerderen. Om dit te voorkomen, worden bij beide behandelschema’s lumbaalpuncties (ruggenprikken) met chemotherapie gegeven. Bij beide schema’s gebeurt dit achtmaal: bij behandeling A tijdens iedere kuur (driemaal tijdens een R-CODOX-M-kuur en éénmaal tijdens een R-IVAC-kuur) en bij behandeling B tweemaal tijdens de eerste vier kuren. Dit is niet anders dan wanneer u niet aan het onderzoek zou meedoen. Als blijkt dat het Burkitt-lymfoom ook in het centrale zenuwstelsel zit, kunt u niet verder in het kader van dit onderzoek behandeld worden en zal een andere behandeling met u besproken worden.

Tijdens dit onderzoek zal halverwege de behandeling en na afloop onderzocht worden hoe uw ziekte op de behandeling heeft gereageerd. Dit gebeurt onder meer met (PET-)CT-scans. De onderzoeken die hiervoor gedaan worden, zijn niet anders dan wanneer u niet aan het onderzoek zou meedoen.

Deelnemen aan het onderzoek?

U kunt vrijwillig deelnemen aan dit onderzoek. Neem voor meer informatie contact op via onderstaande contactgegevens.

Onderzoeker

Internist-hematoloog

Mw. Prof. Dr. M.C. Minnema

Lees meer

Ziektebeeld

  • Burkitt-lymfoom

Polikliniek

Klinische studies

Contact en vragen

Heeft u na het lezen van deze informatie vragen, of wilt u meer informatie, dan kunt u altijd contact opnemen met de onderzoeker, Mw. Prof. Dr. M.C. Minnema, internist-hematoloog, via onderstaande contactgegevens.