Terug

HOVON 140

Een fase 3 gerandomiseerd onderzoek om standaard chemo-immunotherapie te vergelijken met ofwel een directe activator van celdood (venetoclax) met een antistof (rituximab) ofwel een CD20 antistof obinutuzumab met venetoclax ofwel venetoclax in combinatie met obinutuzumab en een kinase remmer (ibrutinib) in fitte patiënten met voorheen onbehandelde chronische lymfatische leukemie (CLL)

Meer informatie

Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de stichting HOVON (Hemato-Oncologie voor Volwassenen Nederland). Het onderzoek zal in een groot aantal ziekenhuizen in Nederland en buiten Nederland worden uitgevoerd. In totaal zullen ongeveer 920 patiënten meedoen.

Wat is het doel van het onderzoek?

De huidige standaardbehandeling van chronisch lymfatische leukemie (CLL) bestaat uit een combinatie van chemotherapie en immunotherapie met rituximab, een eiwit (antilichaam) dat is gericht tegen een structuur op de oppervlakte van de CLL-cellen. De keuze van de chemotherapie wordt bepaald door leeftijd en conditie van de patiënt. Onlangs is een effectiever antilichaam beschikbaar gekomen (obinutuzumab), dat er mogelijk voor zorgt dat het langer duurt voordat patiënten met CLL opnieuw moeten worden behandeld.

Ook is er recentelijk een nieuw medicijn ontwikkeld, venetoclax, dat heel gericht ingrijpt op de overleving van de kankercel. Daarnaast is sinds enige tijd ibrutinib beschikbaar, een medicijn dat kankercellen kan doden door signalen te blokkeren die nodig zijn voor de overleving van de kankercellen. Er zijn aanwijzingen dat deze nieuwere medicijnen effectiever zijn en minder bijwerkingen hebben dan de standaard chemotherapie en in de toekomst mogelijk chemotherapie kunnen vervangen.
 
Venetoclax is nog niet geregistreerd en is daarom nog niet beschikbaar voor behandeling buiten studieverband. Dit onderzoek vergelijkt de effectiviteit en bijwerkingen van de standaardbehandeling bestaande uit chemotherapie plus immunotherapie (rituximab) met 3 verschillende behandelingen zonder chemotherapie:

1. rituximab plus venetoclax;
2. obinutuzumab plus venetoclax, en;
3. obinutuzumab plus ibrutinib plus venetoclax.

Welke behandelingen worden onderzocht?

1. De standaardbehandeling is chemotherapie plus rituximab. Dit is de behandeling die aanbevolen zou worden indien u niet zou meedoen aan deze studie. Afhankelijk van uw leeftijd bestaat de chemotherapie uit fludarabine plus cyclofosphamide (voor patiënten van 65 jaar of jonger) of bendamustine (voor patiënten ouder dan 65 jaar).

2. Rituximab plus venetoclax.

3. Obinutuzumab plus venetoclax.

4. Obinutuzumab plus ibrutinib plus venetoclax.

Door loting wordt bepaald welk van deze vier behandelingen u zult krijgen. Uw arts heeft geen invloed op de loting. Zowel u als uw arts krijgen de uitslag van de loting te horen. De loting (ook wel randomisatie genoemd) is nodig om de patiënten die deelnemen aan dit onderzoek op onafhankelijke wijze over de vier behandelingen te verdelen. De kans om voor een bepaalde wijze van behandeling in aanmerking te komen, is voor iedere mogelijkheid even groot.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Onderzoek en controle voorafgaande aan de behandeling

Voordat de behandeling kan starten zal er onderzoek gedaan worden om uw ziekte optimaal in beeld te brengen. De meeste van deze onderzoeken vinden bij alle patiënten met CLL plaats, maar een aantal onderzoeken zijn specifiek voor dit onderzoek.

Behandeling

Standaardbehandeling (chemo-immunotherapie):

  • Fludarabine, cyclofosfamide en rituximab (FCR) voor patiënten van 65 jaar en jonger.

Patiënten die behandeld worden met FCR krijgen deze kuur 1 x per 4 weken, met een maximum van 6 kuren. Fludarabine en cyclofosfamide worden de eerste 3 dagen van elke kuur per infuus toegediend in een bloedvat. Rituximab wordt ook via een infuus langzaam toegediend op de eerste dag van elke kuur.

  • Bendamustine en rituximab (BR) voor patiënten ouder dan 65 jaar. 

Patiënten die behandeld worden met BR krijgen deze kuur 1 x per 4 weken, met een maximum van 6 kuren. Bendamustine wordt op de eerste 2 dagen van elke kuur per infuus toegediend in een bloedvat.

Rituximab wordt op de eerste dag van elke kuur toegediend, eveneens per infuus.

Rituximab plus venetoclax (RVe):

Deze behandeling bestaat uit 12 kuren venetoclax. Iedere kuur duurt 28 dagen (4 weken). De eerste 6 kuren worden gecombineerd met rituximab, welke wordt toegediend op dag 1 van de eerste 6 kuren. Venetoclax tabletten moeten 1x per dag worden ingenomen. De dosis wordt vanaf dag 22 van kuur 1 wekelijks verhoogd tot een maximale dosis van 400 mg per dag is bereikt (dit heet: dosis-escalatie).

Obinutuzumab plus venetoclax (GVe):

Deze behandeling bestaat uit 12 kuren venetoclax (zie vorige paragraaf voor wijze van inname). Iedere kuur duurt 28 dagen (4 weken). De eerste 6 kuren worden gecombineerd met obinutuzumab, dat per infuus wordt toegediend op dag 1 van de eerste 6 kuren. Om een sterker effect te krijgen wordt obinutuzumab in de eerste kuur drie of vier keer toegediend.

Obinutuzumab plus ibrutinib plus venetoclax (GIVe):

Deze behandeling bestaat uit 12 kuren venetoclax plus ibrutinib. Iedere kuur duurt 28 dagen (4 weken). Afhankelijk van het succes van de behandeling kan de ibrutinib voortgezet worden na de 12 kuren. De eerste 6 kuren worden gecombineerd met obinutuzumab (1000 mg). Zie voorgaande paragrafen voor wijze van inname venetoclax.

De ibrutinib tabletten moeten 1 x daags ingenomen worden, te beginnen op dag 1 van de eerste kuur. De duur van de behandeling is minimaal 12 kuren (van 28 dagen). Of de behandeling daarna wordt voortgezet hangt af van de eventuele aanwezigheid van zeer kleine aantallen CLL cellen in het bloed, de zogenaamde minimal residual disease (MRD). De ibrutinib-behandeling wordt gestaakt als het aantal CLL-cellen bij twee opeenvolgende bepalingen onder een bepaalde waarde is (wij noemen dat: MRD-negatief). Als er nog wel CLL-cellen aantoonbaar zijn, zal de behandeling voor totaal maximaal 36 maanden worden voortgezet.

Venetoclax dosis-escalatie

Aan het begin van de venetoclax-behandeling en de eerste dagen van de dosis-escalatie zult u zorgvuldig worden gecontroleerd, omdat de (op zich gunstige!) snelle daling van het aantal CLL-cellen ernstige bijwerkingen kan veroorzaken, met name voor de nier (het zogenaamde tumorlysissyndroom).

Om dit tumorlysissyndroom te voorkomen, zal in deze fase frequent bloedonderzoek plaatsvinden (vóór, 6-8 uur na, en 24 uur na inname van venetoclax). Uw risico op het ontwikkelen van het tumorlysissyndroom hangt af van de hoeveelheid CLL-cellen in uw bloed, de grootte van de lymfeklieren en de functie van uw nieren. Het kan zijn dat kortdurende ziekenhuisopname nodig is bij de start van de venetoclax-behandeling en de dosis-escalatie. Bij bijwerkingen kan het nodig zijn het verhogen van de dosis uit te stellen of geheel te onderbreken en na een korte periode te herstarten. Uw arts zal u adviseren hoe en waar u de venetoclax moet innemen.

Follow-up periode

Na de behandeling start de zogenaamde follow-up periode. Tijdens deze periode wordt gekeken naar het effect en de veiligheid van de behandeling op de langere termijn. Deze periode duurt minimaal tot en met een eventueel noodzakelijke nieuwe behandeling. U komt in de follow up elke 3 maanden voor controle op de polikliniek. Dit is niet vaker dan wat gebruikelijk is na behandeling voor CLL.

Deelnemen aan het onderzoek?

U kunt vrijwillig deelnemen aan dit onderzoek. Neem voor meer informatie contact op via onderstaande contactgegevens.

Contact en vragen

Heeft u na het lezen van deze informatie vragen, of wilt u meer informatie, dan kunt u altijd contact opnemen met de onderzoeker, Dr. R. Mous, via onderstaande contactgegevens.