Vorige

Hester den Ruijter

hoofdonderzoeker experimentele cardiologie

Wat doet een hoofdonderzoeker experimentele cardiologie?

Ik doe wetenschappelijk onderzoek naar de verschillen in hart- en vaatziekten tussen mannen en vrouwen. Daarin besteed ik speciale aandacht aan het vrouwenhart. Dit onderzoek doe ik samen met een team van post-docs, artsen in opleiding, biomedische wetenschappers en analisten.
We proberen vrouwen te motiveren om mee te doen aan onderzoek, omdat de kennis over hart- en vaatziekten bij vrouwen minder is dan de kennis over deze ziekten bij mannen. Wat we wel al weten, is dat er belangrijke verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in de ontwikkeling en uiting van hart- en vaatziekten. We zien dat hart- en vaatziekten die vrouwen ontwikkelen vaker onopgemerkt blijven. Daarnaast hebben we geen goede therapieën om te behandelen. Dat moet anders. Mijn team probeert om de nieuwste innovaties in de moleculaire technieken toe te passen om de diagnose en behandeling van hart en vaatproblemen bij vrouwen te verbeteren. 

Naast mijn baan als onderzoeker ben ik ook lid van de Jonge Akademie. Dit is een groep jonge ambitieuze onderzoekers die een duidelijke mening heeft over politieke vraagstukken betreft onderzoek en onderwijs. Ik vind het erg leuk om mee te denken over de toekomst van onderzoek. Hoe houd je onderzoek duurzaam? En hoe je kun wetenschappelijke impact het beste meten? Het stellen van dit soort vragen wordt vaak verward met een gevoel dat je het fundamentele onderzoek niet steunt. Maar dat is verre van waar. Fundamenteel onderzoek heeft zeker een plek, het heeft de basis gelegd voor veel van onze uitvindingen. Ook binnen mijn groep zit een fundamenteel stuk onderzoek. Maar dit is gekoppeld aan klinische vraagstellingen, daardoor begrijpen mensen beter waarom we dit onderzoek doen. 

Tot slot geef ik onderwijs over hart- en vaatziekten, over onderzoek doen in het algemeen en het aantonen van de maatschappelijke waarde van onderzoek. Als onderwijzer beleef ik het meeste plezier aan het begeleiden van kleine groepen bij het schrijven van onderzoeksvoorstellen.   

Wie is Hester den Ruijter

Geboortedatum
1 september 1979

Opleiding
MSc human nutrition (WUR), MSc Clinical Epidemiology (UU), PhD Medical Sciences

Relatie
Samenwonend met Michiel (41), twee kinderen, Joen (9) en Linde (6), twee katten Daro (12) en Frits (12) en hond Felix (3)

Sport
Hardlopen
 

Hester bij Jinek over het vrouwenhart

Wat drijft jou?

Tijdens mijn opleiding kwam ik erachter dat weinig onderzoek de data tussen mannen en vrouwen opsplitst. Toen ik dat zelf deed, zag ik interessante verschillen tussen de geslachten. We weten nog niet alles over de ontwikkeling van bepaalde ziektes bij vrouwen. Dat drijft me, want dat betekent ook dat we met grote stappen vooruit kunnen. 

Daarnaast vind ik translationeel onderzoek (van lab tot bed) het meest spannende dat er is. De technieken gaan zo snel! In zowel klinisch onderzoek als fundamenteel onderzoek worden in rap tempo relevante dingen ontdekt. Dat aan elkaar verbinden vind ik enorm motiverend.

Lees hier een interview met Hester in de Volkskrant 'Hebben mannen een ander hart dan vrouwen?'

Wat zijn belangrijke momenten in je loopbaan?

Mijn eerste gevoel van trots kwam toen ik mijn postdoc plek in Amsterdam verliet. Na zes jaar ging ik een nieuw avontuur aan in Utrecht, waar ik startte als MSc student in de opleiding klinische epidemiologie. Ik had enorm veel zin om nieuwe dingen te leren over klinisch onderzoek en die nieuwe bevindingen te kunnen gebruiken om samenwerkingen aan te gaan met meer fundamentele onderzoekers. Dit maakte dat ik de lastige keuze om Amsterdam te verlaten toch heb gemaakt. Daar was ik trots op.

Mijn tweede moment van trots kwam toen ik een eerste aanvraag had geschreven over vrouwen en hart- en vaatziekten. Het is me toen gelukt om een persoonlijk verhaal van een patiënte op te nemen in die aanvraag. Daaruit bleek de urgentie van het onderzoek én werd zijzelf ook krachtig in beeld gebracht.

Mijn laatste voorbeeld gaat over Neelie Kroes. Toen ze me bezocht had, dacht ik: “Wat een aardige vrouw, maar daar hoor ik vast niks meer van.” Dat had ik mis, sinds twee jaar heeft ze zich enorm ingezet voor bekendheid voor dit thema en onderzoek. Naast een fantastische ambassadeur is ze bovendien een voorbeeld voor me. Ik ben trots dat ze mij persoonlijk zo steunt. 

Wat zijn jouw grootste uitdagingen?

De uitdaging voor mij is dat ik ervoor zorg dat het veld niet onnodig polariseert. Gebrek aan kennis bij vrouwen kan snel als een aanklacht klinken, en dan zijn de meeste mannen ook nog cardioloog, dan snap je wel dat het onderwerp snel in de allergie beland als het in een verwijtende sfeer terecht komt. En dat mag niet gebeuren. Kennisachterstand zegt niet dat je al weet dat het allemaal anders is, dat betekent dat je nog moet uitzoeken wat er precies anders is. Dat moet zorgvuldig gebeuren, en daar moet je dus ook zorgvuldig over communiceren, en dat is mijn uitdaging. 

Loopbaan

Ik heb in Wageningen gestudeerd, waarna ik een promotie heb gedaan in het AMC op het gebied van hartritmestoornissen en ion-kanalen in hartspiercellen. Na mijn promotie heb ik nog drie jaar gewerkt in het laboratorium voor Experimentele Cardiologie. Daarna besloot ik een aantal jaren meer klinisch onderzoek te gaan doen.

In het UMC Utrecht ben ik bij het Julius Centrum gaan werken en heb ik de opleiding tot klinisch epidemioloog afgerond. Na drie jaar ben ik bij het Laboratorium voor Experimentele Cardiologie begonnen waar ik mijn onderzoekslijn naar verschillen in hart- en vaatziekten bij mannen en vrouwen heb opgezet. Dat is nu ongeveer vijf jaar geleden. De afgelopen jaren heb ik gemerkt hoe het is om je passie te kunnen volgen en echte zingeving in je werk te ervaren. Hier voel ik me als een vis in het water. Ik ben ervan overtuigd de komende jaren veel te kunnen bereiken met het team dat ik nu om me heen heb. 

Onderzoeksprojecten

Queen of Hearts

Queen of Hearts is de naam van een groot wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe biomarkers (stofjes in het bloed) om de diagnose van hartfalen bij vrouwen te verbeteren. Dit doen we bij vrouwen die in het verleden een zwangerschapsvergiftiging hebben doorgemaakt. Deze vrouwen lopen namelijk meer risico op het krijgen van hartfalen.

Met dit onderzoek willen we nieuwe stofjes in het bloed ontdekken – zogenoemde biomarkers – om hartfalen eerder te herkennen. Dit onderzoek voeren we uit bij ruim 1250 vrouwen die bloeddrukproblemen hebben gehad tijdens de zwangerschap, en bij 1250 vrouwen die dit niet gehad hebben. Deze groepen willen we met elkaar vergelijken om te onderzoeken of het bloed informatie bevat over wie (beginnend) hartfalen heeft.

Voor dit onderzoek werken de UMC’s van Maastricht, Utrecht, Groningen, Leiden en Amsterdam samen.

Meer informatie over dit onderzoek 
 

Argus

Onderzoekers van het UMC Utrecht gaan in de ARGUS-studie op zoek naar een snellere en betere diagnose bij patiënten met klachten van pijn op de borst.


Meer informatie over dit onderzoek