3,3 miljoen euro voor draagbare kunstnier

De Europese Commissie heeft 3,3 miljoen euro subsidie toegekend om een prototype draagbare kunstnier verder te ontwikkelen voor toepassing bij buikspoeling. Het uiteindelijke doel is dat patiënten minder afhankelijk worden van nierdialyse en dat hun kwaliteit van leven verbetert.

De subsidie is toegekend via het Horizon 2020 programma voor het prototype draagbare kunstnier, dat oorspronkelijk ontwikkeld is binnen het Europese NEPHRON+ project voor hemodialyse.

Patiënten kunnen op twee manieren dialyse ondergaan: via een shunt om direct bloed uit een bloedvat te halen (

) of via buikspoeling (

). Bij buikspoeling hebben patiënten een katheter door de buikwand waarmee ongeveer twee liter spoelvloeistof in de buikholte wordt ingebracht. Afvalstoffen en overtollig water bewegen dan vanuit het bloed naar de spoelvloeistof in de buik en na een paar uur laat de patiënt de vloeistof (inclusief afvalstoffen) er weer uitlopen. Dit proces moet vier tot zes maal per dag worden herhaald.

Buikspoeling

, internist-nefroloog en projectcoördinator, licht toe: ‘Voordelen van buikspoeling zijn dat patiënten dat thuis kunnen uitvoeren, dat het een continue vorm van dialyse is en dat er geen toegang tot de bloedbaan nodig is. Er zijn echter twee grote nadelen. Ten eerste, de mate van bloedzuivering die met buikspoeling wordt bereikt, is relatief laag waardoor patiënten vaak last hebben van de afvalstoffen en medicatie nodig hebben – zoals fosfaatbinders – om de afvalstoffenconcentratie in het bloed laag te houden. Ten tweede is de techniekoverleving beperkt; na enkele jaren is vaak een overstap naar hemodialyse noodzakelijk. De twee belangrijkste redenen hiervoor zijn het frequent optreden van buikvliesontsteking en afname van de filterwerking van het buikvlies door schadelijke invloed van de spoelvloeistof. Door toepassing van een draagbare kunstnier hopen we beide nadelen op te lossen.’

Deze video van de Nierstichting laat zien wat het nu voor een patiënt betekent om nierdialyse te moeten ondergaan.

{^youtubevideo|(width)425|(height)264|(rel)True|(autoplay)False|(fs)True|(url)https://www.youtube.com/watch?v=im7wSFwGQN0^}

Draagbare kunstnier

Met behulp van een draagbare kunstnier, die aangesloten wordt op de buikkatheter, wordt de spoelvloeistof in de buik continu gezuiverd. Daardoor blijft de concentratie afvalstoffen in de buikvloeistof laag, terwijl die zich anders ophoopt. Het gevolg is dat er meer afvalstoffen uit het bloed via het buikvlies in de spoelvloeistof terechtkomen waarmee de mate van bloedzuivering aanzienlijk verbetert, terwijl er minder wisselingen met verse spoelvloeistof nodig zijn (nog maar 1-2 per dag). Minder wisselingen betekent minder vaak de katheter aan- en afkoppelen, waarmee de kans op infectie van het buikvlies afneemt.

Glucose

Conventioneel bevat de spoelvloeistof voor de buikspoeling een heel hoge glucoseconcentratie waardoor het overtollig water van de patiënt via osmose over het buikvlies van het bloed naar de spoelvloeistof in de buik gaat. Gerritsen: ‘Om het overtollig water goed te kunnen onttrekken moet de glucoseconcentratie voldoende hoog blijven gedurende de tijd dat de spoelvloeistof in de buik zit. Glucose wordt echter opgenomen over het buikvlies. Er is daarom in het begin een heel hoge glucoseconcentratie nodig in de spoelvloeistof. Juist die hoge glucoseconcentratie tast het buikvlies aan. Met een draagbare kunstnier wordt het mogelijk om continu een beetje glucose toe te voegen. Heel hoge glucoseconcentraties zijn dan niet meer nodig, waardoor het buikvlies minder snel wordt aangetast.’

Verder ontwikkelen

De subsidie wordt gebruikt om het prototype draagbare kunstnier verder te ontwikkelen, zodat het ook bij patiënten getest kan worden. Gerritsen: ‘In eerste instantie willen we ’s nachts bij patiënten de draagbare kunstnier testen, waarbij het apparaat naast het bed staat, bijvoorbeeld op een nachtkastje. Het meest ideale zou zijn als de patiënt de draagbare kunstnier ook overdag bij zich zou kunnen dragen, maar zover zijn we nog niet; daarvoor is het apparaat nu nog te groot.’

Aan de verdere ontwikkeling wordt samengewerkt door de afdeling Nefrologie van het UMC Utrecht, ingenieursbedrijf Nanodialysis en de universitaire medische centra van Modena (UNIMORE) en Madrid (IdiPAZ).

Verder lezen?

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Reageer als eerste

Reacties

Reageer

Om spam te voorkomen vragen we u de onderstaande code over te typen.