Een leven lang leren én verwonderen
Na ruim veertig jaar neemt Ronald Bleys afscheid van het UMC Utrecht. De hoogleraar Klinische Anatomie bracht het menselijk lichaam tot leven voor generaties artsen en droeg met zijn onderzoek bij aan het verbeteren van verschillende operaties. Voor zijn jarenlange inzet ontving hij zelfs een koninklijke onderscheiding. Wat hij in al die jaren heeft geleerd, is duidelijk: blijf nieuwsgierig, denk in oplossingen en geniet van het onverwachte.
Wie het kantoor van Ronald Bleys binnenloopt, ziet meteen waar zijn passie ligt. In de kasten staan schedels, botten en andere anatomische modellen. Niet zo gek voor iemand die al ruim veertig jaar op de afdeling Anatomie van het UMC Utrecht werkt. Door al die ervaring staat Ronald onder zijn collega’s ook wel bekend als de ‘wandelende anatomische atlas’. Toch was die passie voor anatomie er niet vanaf het begin.
Van droog vak naar levenslange fascinatie
“Toen ik in 1978 geneeskunde ging studeren, moest ik allerlei onderdelen van het schouderblad uit mijn hoofd leren”, vertelt Ronald. “Ik dacht: wat moet ik met al die naampjes?”
Dat veranderde op de snijzaal, waar hij voor het eerst een lichaam zag dat beschikbaar was gesteld aan de wetenschap. “Dat maakte diepe indruk. Niet alleen omdat iemand zijn lichaam aan studenten had toevertrouwd, maar ook omdat het er heel anders uitzag dan op de mooie, gestileerde plaatjes uit boeken. Ik ging steeds beter begrijpen waarom het lichaam is zoals het is.”
Na zijn artsexamen kreeg Ronald een functie als docent bij de afdeling Anatomie. Hij dacht dat voor een jaar te doen en daarna KNO-arts te worden, maar toen hij het aanbod kreeg om te blijven, heeft hij dat geaccepteerd. Dat ene jaar werden er uiteindelijk ruim veertig. “Het was op dat moment een goede keuze. Je kunt plannen wat je wilt, maar soms loopt het anders. Ik heb er nooit spijt van gehad.”
Onderzoek en zorg versterken elkaar
Gedurende zijn carrière ontdekte Ronald vooral hoe zijn werk zorg, onderzoek en onderwijs met elkaar verbindt. Als anatoom behandelt hij zelf geen patiënten, maar zijn onderzoek kan wel direct bijdragen aan betere operaties.
Hij onderzocht bijvoorbeeld met collega's de zenuwen die langs de slokdarm lopen. Bij operaties vanwege slokdarmkanker moeten chirurgen soms delen van deze zenuwen verwijderen, terwijl bepaalde vertakkingen belangrijk zijn voor de longen. Door het verloop van deze vertakkingen nauwkeurig in kaart te brengen, konden onderzoekers en chirurgen een operatietechniek ontwikkelen waarbij deze gespaard blijven.
“Dat je onderzoek doet waarvan de resultaten vrijwel direct bij operaties kunnen worden toegepast, vind ik fantastisch”, vertelt Ronald. En die wisselwerking blijft van groot belang. “Nieuwe technieken, zoals robotchirurgie, laten chirurgen dingen zien die voorheen verborgen bleven. Dat roept weer nieuwe vragen op die we met anatomisch onderzoek kunnen beantwoorden.”
‘Ik heb gewoon mijn werk gedaan’
Toch is Ronald vooral trots op zijn bijdrage aan de opleiding van generaties artsen. Hij werkte mee aan verschillende onderwijsvernieuwingen, waaronder het blok ‘Vorm en Functie’. Daarin leerden eerstejaars geneeskundestudenten in drie weken de hoofdlijnen van de anatomie, gebaseerd op inzicht en samenhang. Verdieping vond daarna in meerdere blokken plaats.
Maar minstens zo kenmerkend is zijn manier van lesgeven. Midden in het gesprek over zijn afscheid pakt Ronald een oud laken met een gat voor zijn hoofd, staat op en spreidt zijn armen. “Zo ziet het eruit als het buikvlies over de baarmoeder en eileiders valt”, legt hij met een grote glimlach uit. “Dit is inmiddels zelfs al mijn tweede laken.”
Ook menig student hielp mee met het uitbeelden van de anatomie. Zo speelde een student weleens een darm, terwijl Ronald met een theedoek liet zien hoe die in de buik is opgehangen. “Het maakt de anatomie veel beeldender. En omdat er even iets anders gebeurt, heb je de aandacht meteen weer terug.”
Dat zijn aanpak indruk maakte, blijkt uit de vele reacties onder zijn afscheidsbericht op LinkedIn. Oud-studenten vertellen hoe zijn lessen als inspirerend zijn ervaren en hun zijn bijgebleven, soms zelfs na tientallen jaren. “Dan denk je: dat heeft toch impact gehad, daar mag ik best wel een beetje trots op zijn”, zegt Ronald. “Terwijl ik eigenlijk gewoon mijn werk heb gedaan.”
Blijf kijken naar wat wél kan
In ruim veertig jaar leerde Ronald niet alleen veel over anatomie en lesgeven, maar ook over samenwerken en omgaan met veranderingen. Dat was niet altijd even makkelijk. Rond de eeuwwisseling kwam het anatomieonderwijs onder druk te staan en zat de afdeling jarenlang zonder hoogleraar. “Ik heb toen geleerd dat er in een grote organisatie altijd omstandigheden zijn die niet leuk zijn. Maar dat betekent niet dat er geen leuke dingen meer zijn. Die moet je altijd blijven zoeken.”
Die positieve houding herkennen zijn collega's. “Zijn deur staat altijd open en hij geeft iedereen de ruimte om zich te ontwikkelen”, vertelt collega en docent-onderzoeker Cindy Cleypool. “Daardoor voelt iedereen zich op zijn plek. Dat maakt onze afdeling heel bijzonder.”
Een bijzonder afscheid
Tijdens zijn afscheidsrede blikte Ronald terug op zijn carrière en de ontwikkeling van de anatomie. Na afloop wachtte hem nog een bijzondere verrassing. Terwijl hij dacht dat iedereen naar de receptie zou gaan, verscheen de burgemeester in de zaal. Ronald werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
“Dat deed me wel veel”, vertelt hij. Vooral omdat zijn collega Tom Roeling het initiatief had genomen. “Het is natuurlijk een hele eer dat je een lintje opgespeld krijgt, maar het gaat vooral om het gebaar erachter.”
Ronald Bleys met zijn koninklijke onderscheiding, samen met Ap Reinders, burgemeester van de gemeente Stichtse Vecht.
Blijf genieten van het onverwachte
Met die bijzondere erkenning sluit Ronald zijn lange carrière bij het UMC Utrecht af. Hoewel hij het contact met studenten en collega's zal missen, kijkt hij ook uit naar wat komen gaat. Zo krijgt hij meer tijd voor andere passies, zoals gitaarspelen in zijn hardrockband en fietsen.
Voor zijn collega's zal zijn vertrek wennen zijn. “Ik ben al een tijdje op zoek naar het magische ingrediënt dat Ronald aan onze afdeling toevoegt”, vertelt Cindy. “Het is die combinatie van vertrouwen, toegankelijkheid en warmte die we graag willen behouden.”
Ook Ronald hoopt dat die positieve houding blijft bestaan, zowel tegenover collega's als studenten. In zijn afscheidsrede gaf hij daarom nog één belangrijke les mee: behoud oog voor het onverwachte en geniet ervan. Een passende boodschap van iemand die ooit enigszins bij toeval in de anatomie belandde en er vervolgens ruim veertig jaar met plezier bleef werken.