Tien procent van alle kinderen in Nederland heeft last van terugkerende luchtweginfecties. Soms zo vaak dat zij lijden onder de gevolgen: ze groeien minder hard, ontwikkelen zich minder snel dan leeftijdsgenoten en kunnen uiteindelijk zelfs longschade oplopen. Deze kinderen krijgen vaak langdurig antibiotica voorgeschreven. Maar is dat wel de beste manier van behandelen? Daar start nu onderzoek naar.

De inzet van antibiotica bij luchtweginfecties roept bij onderzoekers en behandelaars nog veel vragen op. Werkt het wel goed genoeg tegen luchtweginfecties? En wat zijn de effecten op lange termijn voor deze kinderen? Dat zijn de kernvragen van de Approach-studie waar kinderarts in opleiding Lilly Verhagen in het UMC Utrecht aan werkt. Doel van het onderzoek: inzicht geven in de zin van de inzet van antibiotica. 

Nadelige bijeffecten

“Kinderen die chronisch last hebben van terugkerende luchtweginfecties krijgen een lange tijd, vaak maandenlang, antibiotica. In de hoop daarmee die infecties te onderdrukken en het chronisch effect terug te dringen. Dat doen we zodat deze kinderen zich beter voelen en ze weer goed kunnen functioneren” vertelt Lilly. “Maar we zijn ons er steeds meer van bewust dat antibiotica allerlei bijeffecten hebben die nadelig kunnen zijn. Er wordt bijvoorbeeld steeds meer bekend over de lange termijneffecten, die wijzen in de richting van overgewicht en ouderdomsziektes.”
 
Naast de bijwerkingen speelt het wereldwijde probleem met opkomende antibioticaresistentie een rol. Bacteriën ontwikkelen daarbij weerstand tegen antibiotica, waardoor ze niet meer tegen die bacterie werken. “Het is belangrijk dat we daar ook rekening mee houden door voorzichtig te zijn met het voorschrijven van antibiotica. Toen er – jaren geleden – werd begonnen met het voorschrijven van antibiotica tegen luchtweginfecties leek het heel goed te werken. Maar sindsdien is dat niet meer onderzocht. Nieuw onderzoek is dus hard nodig.“
 

Placebo

De Approach-studie richt zich op twee delen: de werking van de medicatie en de bijwerkingen en langetermijneffecten. “Het gaat ons om de kinderen en hun klachten. Doet de medicatie wat we willen dat het doet, namelijk de infectie terugdringen of genezen, en wat doet het daarnaast nog meer dat juist niet gewenst is?”

“Tijdens het onderzoek, dat zes maanden loopt, verdelen we kinderen die vaak last hebben van luchtweginfecties onder in twee groepen. De kinderen in de eerste groep krijgen de gebruikelijke antibiotica toegediend, terwijl de kinderen uit de tweede groep een placebo krijgen. Na verloop van tijd kunnen we op basis hiervan zien of langdurig antibioticagebruik wel de juiste oplossing is. Tijdens het onderzoek houden we de kinderen natuurlijk scherp in de gaten. Voor hun veiligheid worden van álle kinderen dagelijks de klachten bijgehouden in een eenvoudige app die we speciaal voor de ouders van de deelnemers hebben ontwikkeld. Als een kind een acute infectie krijgt, is de betrokken arts uiteraard vrij de studiemedicatie te staken om een korte antibioticakuur te geven. Zo lopen de kinderen geen gevaar. Een resultaat zou ook kunnen zijn dat we zo ontdekken dat een korte kuur voldoende is, en langdurig antibioticagebruik helemaal niet nodig.”
 
Het is noodzakelijk om met testgroepen te werken, omdat onderzoek naar de werkzaamheid en resistentie niet in een laboratoriumsituatie kan worden uitgevoerd. Het palet aan bacteriën die kunnen zorgen voor luchtweginfecties bij kinderen en resistent kunnen worden, is erg breed. Het gaat niet om één bacterie maar om een samenspel van vele bacteriën. Dat is niet in een laboratorium na te bootsen.
 

Kiddy Goodpills

Het onderzoek wordt mogelijk gemaakt door een bijdrage van 150.000 euro door Kiddy Goodpills. Dit bedrag hebben zij gedoneerd aan het goede doel van ons ziekenhuis, stichting Vrienden UMC Utrecht & Wilhelmina Kinderziekenhuis. Stichting Kiddy Goodpills werft fondsen om noodzakelijk geneesmiddelenonderzoek bij kinderen mogelijk te maken. Dit om ervoor te zorgen dat kinderen, de juiste, goed geteste medicatie krijgen.

Naast het Wilhelmina Kinderziekenhuis van het UMC Utrecht en het Juliana Kinderziekenhuis nemen nog vijf andere ziekenhuizen in Nederland deel aan de Approach Studie: het Spaarne Gasthuis in Hoofddorp/Haarlem, het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda, het Isala in Zwolle, het Amsterdam UMC (locatie VUMC) in Amsterdam en het Reinier de Graaf Ziekenhuis in Delft. De eerste onderzoeksresultaten worden over twee jaar verwacht.
 

Laat het ons weten als je vragen, opmerkingen of reacties voor de redactie hebt.

Reageer op dit artikel

Dit is een verplicht veld Dit is geen juist e-mailadres Dit is een verplicht veld Dit is een verplicht veld

    Lees meer verhalen

    Ontdek en verdiep je in onze onderwerpen