Terug

Jumpers knee

Een jumpers knee is een overbelastingsblessure. Het betreft een peesaanhechtingsprobleem aan de onderzijde van de knieschijf. De aandoening komt veel voor bij sporten met veel sprongbelasting, zoals volleybal en basketbal, maar kan ook bij andere sporten voorkomen.

Mijn patiënt doorverwijzen

Symptomen jumpers knee

Bij het ontstaan van de jumpers knee speelt overbelasting een belangrijke rol. Klachten kunnen variëren afhankelijk van de duur van de blessure.

De klachten kunnen worden ingedeeld in vier stadia, welke voor alle peesblessures gelden:

  1. Pijn/stijfheid na inspanning.
  2. Pijn ook bij warming-up.
  3. Pijn tijdens hele inspanning.
  4. Pijn dag na inspanning en bij dagelijkse activiteiten.

In eerste instantie bestaan de klachten vaak uit pijn tijdens en na het sporten met klachtenvrije periodes als er niet gesport wordt. Bij langdurige overbelasting kunnen de klachten ook in rust op gaan treden en gaan ze vaak niet meer weg.

De meest voorkomende klachten zijn:

  • pijn aan de onderzijde van de knieschijf;
  • zwelling van de kniepees;
  • stijfheid en/of startpijn;
  • in eerste instantie vermindering van klachten tijdens/na warming up (als de spieren warm zijn) met nareactie bij staken van sportbelasting.

Oorzaken jumpers knee

De jumpers knee wordt ook wel springers knie of patella tendinopathie genoemd. Door een disbalans tussen de (over)belasting van de pees en de mate waarin de pees belastbaar is, ontstaat aan de onderzijde van de knieschijf een verminderde peeskwaliteit. De chronische irritatie van deze pees brengt belastingsafhankelijke klachten van pijn en soms zwelling van de pees aan de onderzijde van de knieschijf met zich mee. Als de klachten langer aanwezig zijn kunnen er ook klachten in rust blijven bestaan, waardoor sporten moeizaam gaat of helemaal niet meer mogelijk is. Vaak worden deze klachten gezien bij sporten met veel sprongbelasting, zoals volleybal en basketbal. Bij sporten waarbij veel belasting op de kniepees komt, zoals hardlopen, veldsporten of bergwandelen komt deze blessure ook regelmatig voor.

De knie

De knie is een scharniergewricht die boven- en onderbeen met elkaar verbindt. Aan de voorzijde van het  kniegewricht bevindt zich de knieschijf (patella). Door samenwerking tussen de bovenbeenspieren (quadriceps) en dijbeenspieren (hamstrings) kan de knie buigen en strekken. Het overbrengen van strekkrachten gebeurt via pezen die aanhechten aan de knieschijf.

De jumpers knee ontstaat door een chronische overbelasting van de pees. Dit begint vaak met acute overbelasting, waarbij microscheurtjes in de pees ontstaan. Het lichaam heeft niet de tijd dit goed te herstellen voor een volgende training, waardoor er opnieuw microscheurtjes ontstaan. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde peeskwaliteit. Dit uit zich in belastingsafhankelijke pijnklachten aan de onderzijde van de knieschijf, welke in een later stadium ook in rust kunnen blijven bestaan.

Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van deze klachten:

Sprongbelasting

Sprongsporten geven een grotere kans op kniepees klachten.

Spierverkorting

Verkorting van de dijbeenspieren (hamstrings) en bovenbeenspieren (quadriceps) vergroot de kans op overbelasting van de kniepees.

Eerdere blessure

Na herstel van een eerdere blessure kan men te veel, te snel willen, waardoor overbelasting op de loer ligt. Door plotselinge verhoogde belasting op de kniepees kan een overbelasting ontstaan. 

Verminderde romp- en bekkenstabiliteit

Hoewel het een knieprobleem betreft speelt de hele onderste keten stabiliteit (stabiliteit van romp tot voeten) mee. Indien dit onvoldoende is, is de kans op een overbelastingsblessure groter.

Statiekafwijkingen

Statiekafwijkingen zoals platvoeten of holvoeten, beenlengteverschil, X- of O-benen, kunnen een rol spelen bij het ontstaan of onderhouden van klachten van de kniepees.

Onderzoek en diagnose

Bij het lichamelijk onderzoek wordt niet alleen gekeken naar de locatie van de pijn en de herkenbaarheid van de pijn bij provocatie (zoals strekken van het been tegen weerstand en voelen aan de onderkant van de knieschijf). De sportarts kijkt ook uitgebreid naar uw stand/statiek, naar de coördinatie en beweeglijkheid van uw enkel- en kniegewricht en naar de mate van rompstabiliteit en -kracht. Wanneer noodzakelijk zal de sportarts ook uw (sport-) schoeisel of zooltjes beoordelen. Neem deze dus mee tijdens het consult. Indien de diagnose duidelijk is, hoeft er geen aanvullend onderzoek gedaan te worden. Bij twijfel over de diagnose of bij blijvende klachten ondanks oefentherapie, kan er aanvullend onderzoek gedaan worden zoals:

Behandeling jumpers knee

Als de diagnose gesteld is, zullen de verschillende behandelopties met u worden doorgenomen. In overleg met u zal een, voor dat moment, beste behandeling worden bepaald.
De behandeling van een jumpers knee bestaat uit een benadering van meerdere facetten. Het is belangrijk om te weten dat peesherstel langzaam verloopt, waardoor vaak een langdurige actieve revalidatie nodig is van enkele maanden.

De behandeling bestaat uit:

  • Alternatieve/gedoseerde sportbelasting onder de pijngrens om de basisconditie op peil te houden.
  • Intensieve oefentherapie voor de knieschijf-pees (excentrische oefeningen).
  • Optimaliseren van de statiek.
  • Verbeteren romp, knie en enkelstabiliteit middels oefentherapie.
  • Ondersteunende maatregelen zoals patellabandje, ijsmassage na belasting, etc.
  • Rekoefeningen hamstrings en quadriceps indien er spierverkortingen zijn.

Het is erg belangrijk de oefeningen technisch goed uit te voeren, soms is hiervoor fysiotherapeutische aansturing en begeleiding bij nodig. Het is belangrijk om te weten dat de oefeningen in het begin de herkenbare pijn vaak provoceren. Schrik daar niet van (de pees moet juist belast en geprikkeld worden), maar laat op een schaal van 0-10 een pijnscore van maximaal 4 toe (0=geen pijn, 10= ergste pijn die u zich kan voorstellen). Overleg bij hevigere pijnklachten met uw sportarts over een aanpassing in de intensiteit en frequentie (hoeveelheid series en herhalingen) van de oefeningen, maar stop de actieve oefentherapie vooral niet.
Andere mogelijke behandelingen zijn hieronder weergegeven, vaak komen deze pas in beeld als oefentherapie onvoldoende effect heeft:

  • Medicijnen (paracetamol, NSAID).
  • Tapebehandeling (of patellabandje).
  • Shockwave therapie (afhankelijk van echo-uitslag).
  • Autologe bloedinjectie (afhankelijk van echo-uitslag).

Meer informatie

Wat u zelf kunt doen

Als u last heeft van een jumpers knee, kunt u zelf al beginnen om de belasting wat terug te nemen. Als u pijnklachten ervaart tijdens het sporten, mogen deze niet boven een pijnscore 3-4 uitkomen (0=geen pijn, 10= ergste pijn die u zich kan voorstellen). Koelen na belasting kan verlichting geven, net als het dragen van een zogenaamd patellabandje. Om de klachten goed aan te pakken is vaak oefentherapie nodig. Bij klachten in stadium één of twee kan het soms al voldoende zijn om alleen de belasting tijdelijk te verminderen en bijvoorbeeld alternatieve sporten te beoefenen zoals fietsen, zwemmen of fitness (indien dit zonder pijn gaat). Bij stadium drie en vier is oefentherapie vrijwel altijd noodzakelijk naast het verminderen van de belasting.

Vooruitzichten

Een groot deel van de sporters reageert goed op oefentherapie, met name als het aantal aanbevolen herhalingen ook gehaald wordt en men consequent de oefeningen blijft uitvoeren en indien mogelijk verzwaren. Soms blijven de klachten wat sluimerend aanwezig of verdwijnen ze onvoldoende met alleen oefentherapie. Afhankelijk van bevindingen bij aanvullend onderzoek, zijn er dan aanvullende behandelingen mogelijk.

Hebt u vragen?

Als u een afspraak wilt maken bij Mobility Clinic, hebt u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact op via Mobility Clinic.