Terug

W.L. van der Pol

Neuroloog

Aandachtsgebieden

Neurologie

Afdelingen / poliklinieken

Wetenschappelijk onderzoek

  • Het belangrijkste thema van het wetenschappelijk onderzoek naar SMA zijn de oorzaken van de grote variatie in ernst van deze erfelijke neuromusculaire ziekte. In 2010 is een landelijke cohort studie van start gegaan om gedetailleerde klinische gegevens, bloed- en huidmonsters van patienten met SMA van alle leeftijden te verzamelen (www.smaonderzoek.nl). Voor het onderzoek wordt gebruik gemaakt van genetische technieken (analyse van genetische variatie van kandidaat genen die het beloop van SMA zouden kunnen beinvloeden; RNA expressie profielen), biochemische technieken (rol van SMN eiwit concentratie in leukocyten en fibroblasten) , EMG en MRI technieken.
  • De tweede onderzoekslijn richt zich op het ontrafelen van de oorzaak en pathogenese van MMN en de verwante aandoening PSMA. MMN is een bijzondere ziekte van motorische zenuwen. PSMA kan op MMN lijken, maar is waarschijnlijk primair een ziekte van motorische voorhoorncellen. Wij onderzoeken de rol van antilichamen tegen het glycolipide GM1 dat in zenuwen voorkomt in het ontstaan van MMN en PSMA en de relatie van deze antilichamen met voorafgaande infecties. De rol van genetische polymorfismen als oorzaak van MMN en PSMA en het werkingsmechanisme van intraveneuze immuunglobulines (IVIg) die gebruikt worden voor de behandeling van MMN zijn andere onderzoeksthema’s.

Publicaties

  • Wadman RI, Vrancken AFJE, van den Berg LH, van der Pol WL. Dysfunction of the neuromuscular junction in spinal muscular atrophy types 2 and 3. Neurology 2012; 79: 2050-5.
  • Vlam L, Van der Pol WL, Cats EA, Straver DC, Piepers S, Franssen H, Van den Berg LH. Multifocal motor neuropathy: diagnosis, pathogenesis and treatment strategies. Nat Rev Neurol 2011; 8: 48-58.
  • Cats EA, Jacobs BC, Yuki N, Tio-Gillen AP, Piepers S, Franssen H, Van Asseldonk JT, Van den Berg LH, Van der Pol WL. Multifocal motor neuropathy: association of anti-GM1 IgM antibodies with clinical features. Neurology 2010; 75: 1961-7.
  • Piepers S, Cobben JM, Jansen MD, Wadman RI, Meester-Delver A, Poll-The BT, Lemmink HH, Wokke JHJ, Van den Berg LH, Van der Pol WL. Quantification of SMN protein in spinal muscular atrophy patients after treatment with vaproic acid. J Neurol Neurosurg Psych 2011; 82: 850-2.
  • Cats EA, Van der Pol WL, Piepers S, Franssen H, Jacobs BC, Van den Berg-Vos RM, Kuks JB, Van Doorn PA, Van Engelen BG, Verschuuren JJ, Wokke JHJ, Veldink JH, Van den Berg LH. Clinical spectrum and correlates of outcome in 88 patients with multifocal motor neuropathy. Neurology 2010; 75: 818-25.

Biografie

Ludo van der Pol studeerde medische biologie (doctoraal examen 1994) en geneeskunde (artsexamen 1996) aan de Universiteit van Amsterdam. Aansluitend deed hij in het laboratorium voor Immunotherapie van het UMC Utrecht promotie onderzoek naar de rol van IgG receptoren in de afweer tegen de belangrijkste veroorzakers van meningitis (proefschrift: Fc receptor-mediated immunity against S. pneumoniae and N. meningitidis, 2000).

Na zijn opleiding tot neuroloog in het UMC Utrecht werkte hij dankzij een subsidie van het Prinses Beatrix Spierfonds gedurende een jaar als fellow neuromusculaire ziekten. In 2008 specialiseerde hij zich als fellow in het Dubowitz Neuromuscular Centre in het Great Ormond Street Hospital in London verder in de neuromusculaire ziekten van de kinderleeftijd.

In 2009 werd hij hoofd van het Spieren voor Spieren Kindercentrum in het UMCU. Het Spieren voor Spieren Kindercentrum heeft als doel de diagnostiek van neuromusculaire ziekten bij kinderen zo snel mogelijk te laten verlopen en multidisciplinaire zorg te bieden aan kinderen bij wie reeds een spierziekte is vastgesteld. Binnen het Spieren voor Spieren Kindercentrum wordt onderzoek verricht naar de oorzaak en behandeling van spinale spieratrofie (SMA). Deze onderzoeksactiviteiten leidden in 2010 tot de oprichting van het SMA expertise centrum dat tot doel heeft nieuwe behandelingsvormen voor patienten met SMA te ontwikkelen en bestaande behandelingsvormen te verbeteren.

Hij is ook betrokken bij onderzoek naar aan SMA verwante aandoeningen op de volwassen leeftijd, in het bijzonder multifocale motorische neuropathie (MMN) en progressieve spinale spieratrofie (PSMA). Hij is sinds 2007 lid van de organisatiecommissie van het Prinses Beatrix Spierfonds symposium dat de jaarlijkse neuromusculaire nascholing voor neurologen en neurologen in opleiding in Nederland verzorgt. Hij is medisch adviseur van de diagnosegroepen spinale spieratrofie (SMA) en Guillain-Barré syndroom-CIDP van de Vereniging Spierziekten Nederland (VSN).

Persoonlijke prijzen, subsidies en onderscheidingen

  • 2003-2005: ‘Functional role of auto-antibodies in the immune-mediated pathogenesis of the Guillain-Barre syndroom’. Prinses Beatrix Spierfonds.
  • 2006-2007: Personal grant for fellowship Neuromuscular Diseases. Prinses Beatrix Spierfonds.
  • 2007-2010: ‘The humoral immunesystem and multifocal motor neuropathy (MMN): pathogenesis and treatment’. Prinses Beatrix Spierfonds.
  • 2009-2013: ‘A population-wide study on spinal muscular atrophy in the Netherlands’. Prinses Beatrix Spierfonds.