Terug

Expertisecentrum voor Thoracic Outlet Syndroom

Expertisecentrum

Patiëntverhaal uitklapper, klik om te openen

Marjoleine Kater wandelt met haar honden door het bos

Na een lange zoektocht en groot doorzettingsvermogen kreeg Marjoleine de diagnose Thoracic Outlet Syndroom, kortweg TOS. Lees het verhaal van Marjoleine >

Het thoracic outlet syndroom (TOS) is een zeldzame aandoening van de vaatzenuwbundel in de overgang van de borstkas naar de arm. De afdeling vaatchirurgie van het UMC Utrecht doet sinds 2018 onderzoek naar TOS. Het UMC Utrecht werkt continu aan verbetering van de zorg voor patiënten met TOS en is sinds 2021 erkend als een expertisecentrum voor TOS.

Wat doet dit centrum uitklapper, klik om te openen

Doordat TOS zeldzaam is, is kennis en ervaring schaars en is het uitdagend om de behandeling te bepalen. Daarom hebben we de beschikbare kennis en ervaring gebundeld.

In ons expertisecentrum werken zorgprofessionals en onderzoekers van verschillende specialismen nauw samen om mensen met een beknelling van de ader (veneuze TOS of vTOS), slagader (arteriële TOS of aTOS) of zenuw (neurogene TOS of nTOS) te diagnosticeren en te behandelen. Ons behandelteam is ook gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van een bloedprop in de arm (armtrombose), die soms wordt veroorzaakt door een beknelling van een ader (vTOS).

Daarnaast doet het onderzoeksteam van het expertisecentrum wetenschappelijk onderzoek naar het ontstaan, herkennen en behandelen van alle typen TOS en armtrombose. U leest hier meer over onder het kopje Wetenschappelijk onderzoek. U behandelend arts kan u meer vertellen over het lopende wetenschappelijke onderzoek, en of u daaraan kunt bijdragen.

Zorgpad uitklapper, klik om te openen

Hoe het traject (zorgpad) er vanaf het moment van verwijzing tot en met behandeling eruit ziet, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals: uw klachten, het type TOS, uw medische voorgeschiedenis. Omdat de TOS zo zeldzaam is, staat de optimale behandeling in veel gevallen nog ter discussie. Ons gespecialiseerde team bepaalt samen met u als patiënt wat de meest passende behandeling is.

 Hoe het er voor u ongeveer uit kan zien, leest u hieronder.


1) Verwijzing en eerste telefonische afspraak

De verwijzing verloopt via de huisarts of medisch specialist (vaak vaatchirurg of neuroloog). In geval van een trombosearm komt de verwijzing vaak vanuit de vasculair geneeskundige in het UMC Utrecht of een kinderarts van het WKZ.

Eerste aanspreekpunt: TOS vaatchirurg

Tijdens de eerste telefonische afspraak spreekt u een triagist van het TOS behandelteam. U bespreekt uw klachten en welke zorg er al verleend is. Er worden dan keuzes gemaakt over aanvullend onderzoek (vaak een CT, soms iets anders) en er wordt een afspraak bij de TOS vaatchirurg gepland. De termijn is afhankelijk van of er alarm symptomen zijn en kan uiteenlopen van enkele dagen (in geval van medische spoed) tot enkele maanden (afhankelijk van de wachtlijst).

2) Voorbereiding

Voor de telefonische afspraak: schrijf uw klachten op.

Voor de poliafspraak: lees de informatiefolder door en het formulier voor deelname aan het TROTS register.

3) Start diagnosefase

Na een telefonische afspraak volgt vaak al een eerste onderzoek. Het onderzoek is afhankelijk van het type TOS waaraan wordt gedacht en of u al eerdere onderzoeken hebt gehad. Bij volwassenen wordt vaak gestart met een CT-scan. Andere veelgebruikte onderzoeken zijn: duplex-echografie, angiografie of een MRI-scan. De uitslag van het onderzoek wordt besproken tijdens uw eerste poliafspraak. Soms wordt gekozen om eerst de poliafspraak te plannen en pas later de kiezen voor een onderzoek.

4) Eerste poliafspraak / vervolg diagnosefase

Dan volg een afspraak bij de vaatchirurg. Die kan samen met u voor één van de onderstaande opties kiezen als er meer onderzoek nodig is. Veelgebruikt zijn de echogeleide botoxinjectie, duplex-echografie en angiografie. Soms wordt een afspraak bij een andere arts gemaakt, bijvoorbeeld als aan een andere aandoening wordt gedacht.

Overzicht onderzoeken:

De onderstaande onderzoeken kunnen gebruikt worden bij het stellen van de diagnose TOS. Soms wordt een combinatie gebruikt, maar dat hoeft niet altijd.

  • Röntgenfoto: dit is een standaard Röntgenfoto om te beoordelen of er sprake is van een afwijking aan het bot of dat er een extra rib aanwezig is in de hals.
  • Echo-onderzoek: er wordt een echo gemaakt van de schouder regio. Soms wordt dit gecombineerd met een injectie met pijnstillers of botox in een spier (zie ook echogeleide botoxinjectie, en de patiënten folder)
  • Duplex-echografie: een duplex-echografie, of duplexonderzoek, is een geavanceerd echo onderzoek. Tijdens een duplexonderzoek worden onder andere de bloedvaten in beeld gebracht. Dit gebeurt vaak in meerdere houdingen.
  • CT-scan: er worden afbeeldingen van de schoudergordel gemaakt middels Röntgenstraling, vaak wordt contrastmiddel toegediend via een infuus in de arm. De CT-scan wordt gemaakt in twee houdingen: met de armen omlaag en omhoog.
  • MRI-scan: er worden afbeeldingen van de schoudergordel gemaakt middels een magnetisch veld, vaak wordt contrastmiddel toegediend via een infuus in de arm. De MRI-scan wordt gemaakt in twee houdingen: met de armen omlaag en omhoog.
  • Angiografie: via een toegang in de arm of in de lies wordt contrastmiddel toegediend. Daarna worden afbeeldingen gemaakt met Röntgenstraling van de bloedvaten.
  • Echogeleide botoxinjectie: met behulp van echo wordt een botox injectie gezet in de schuine halsspieren, of in de kleine borstspier, die de spier verlamt. Dit kan voor meer ruimte zorgen. Zie hiervoor ook de patiënten folder.
  • Elektromyografie (EMG): tijdens een EMG wordt de zenuwgeleiding gemeten. Dit onderzoek wordt vooral gebruikt als aan bepaalde andere aandoeningen wordt gedacht.
  • Bloedonderzoek: Er wordt bloed geprikt. Er kan onder andere worden gekeken of er sprake is van een probleem met uw stollingsreactie. 
5) Afspraak uitslagen van onderzoek

De uitslagen van de onderzoeken bestuderen en bespreken we met een team van specialisten tijdens het multidisciplinaire overleg. Hieruit volgt een behandeladvies. Na elk onderzoek worden de uitslagen hiervan direct gedeeld met uw behandelend arts. Uw arts bespreekt met u de uitslag van het onderzoek tijdens een telefonische afspraak of poliafspraak. Alleen in geval van spoed wordt er zo snel mogelijk contact met u opgenomen, anders kunt u afwachten tot de afspraak.

6) Behandelfase

De vaatchirurg is de hoofbehandelaar, tenzij er sprake is van een armtrombose. Dan kan de vasculair geneeskundige of de kinderarts ook de hoofdbehandelaar zijn. Er is altijd zorg beschikbaar, ook in de nacht of het weekend. Zie hiervoor het kopje “Bereikbaarheid / contact”.

Behandelingen zijn afhankelijk van het type TOS, uw klachten en uw voorkeur. Opties zijn:

  • Gerichte fysiotherapie: zoals Mensendieck of oefentherapie gericht op het verbeteren van de houding en creëren van meer ruimte in de schoudergordel.
  • Medicijnen: zoals bloedverdunners of medicijnen voor zenuwpijn.
  • Echogeleide botoxinjecties: in één of meerdere spieren. Zie ook de aanvullende informatie.
  • Lokale trombolyse: Via een toegang in de lies of arm wordt een bloedstolsel opgelost.
  • Endovasculaire behandeling: via een toegang in de lies of arm wordt het bloedvat van binnenuit behandeld. Vaak wordt het bloedvat gedotterd, soms wordt een stent geplaatst.
  • Operatie: een operatie is gericht op het opheffen van de beknelling van de vaatzenuwbundel. Vaak door het verwijderen van de eerste rib. Tijdens de operatie bent u onder narcose. U leest hier meer over het verwijderen van de eerste rib. 
7) Herstel en nazorg

De verwachte hersteltijd is afhankelijk van de behandeling. Het effect van de behandeling wordt standaard gecontroleerd op de volgende momenten:

  • Na behandeling met medicijnen: wordt vaak na enkele weken tot maanden gekeken naar het effect.
  • Na botoxinjectie wordt na 6 weken gekeken naar het effect.
  • Na een operatie wordt na enkele maanden gekeken naar het effect.

Bij uw nazorg zijn uw hoofdbehandelaar en de afdeling van de hoofdbehandelaar betrokken. Controle afspraken worden door uw hoofdbehandelaar in overleg met u gemaakt. De afspraak kan telefonisch zijn of op de polikliniek.

Zodra u klachtenvrij bent of wanneer de klachten stabiel en houdbaar zijn, bespreekt uw hoofdbehandelaar met u om te stoppen met controleren. Als er nieuwe klachten of toename van klachten zijn, kunt u opnieuw contact opnemen.

8) Overgang van kinderleeftijd naar volwassen leeftijd

Kinderen worden in eerste instantie behandeld door de kinderarts. Soms in samenwerking met een vaatchirurg of andere medisch specialist. Bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar wordt de zorg overgedragen aan de vaatchirurg of een andere medisch specialist zoals een vasculair geneeskundige.

Multidisciplinaire zorg uitklapper, klik om te openen

Binnen het expertisecentrum TOS werken de volgende medisch specialisten intensief samen:

  • Vaatchirurgie
  • Interne geneeskunde
  • Radiologie
  • Neurologie
  • Neurochirurgie

Ziektebeelden uitklapper, klik om te openen

Armtrombose

In dit centrum behandelen we ook de aandoening armtrombose. Dat komt omdat armtrombose overlap kan hebben met TOS van de ader (vTOS).

Wetenschappelijk Onderzoek uitklapper, klik om te openen

Om meer te leren over de aandoening en de behandeling en zo de zorg te verbeteren, hebben we binnen het centrum veel aandacht voor wetenschappelijk onderzoek. Om met zoveel mogelijk specialisten onderzoek te doen naar TOS en armtrombose, is het landelijk Thoracic Outlet Syndroom register (TROTS register) opgezet. Als UMC Utrecht zijn we beheerder van dit register.

Bent u patiënt met TOS in het UMC Utrecht? Dan vragen we u of u mee wilt doen met de registratie. Als u toestemming geeft, slaan we uw gegevens uit het patiëntdossier anoniem op in de databank. Daarnaast sturen we u periodiek vragenlijsten via de mail over de functie van uw aangedane arm en uw kwaliteit van leven. Deelname aan dit onderzoek is altijd geheel vrijwillig en kan op ieder gewenst moment weer gestopt worden.

Het TROTS register is uniek in de wereld. Momenteel breiden we het register nationaal, en mogelijk in de toekomst internationaal, uit.

Meer informatie over het TROTS register en andere onderzoeken vindt u hier. Hebt u vragen hierover? Neem dan contact op met uw behandelend arts. 

Bereikbaarheid / Contact uitklapper, klik om te openen

Onze zorg is elke dag, 24 uur per dag, bereikbaar voor dringende situaties die niet kunnen wachten.

  • U kunt overdag bellen met de poli van uw hoofdbehandelaar.
  • Buiten kantoortijden (’s avonds, 's nachts en in het weekend) kunt u bellen met het algemene nummer van het UMC Utrecht en vragen naar de afdeling van uw hoofdbehandelaar. Meestal is dat de afdeling vaatchirurgie.

Overige vragen over uw klachten, het herstel of de (na)zorg?

Via telefonisch contact met de afdeling vaatchirurgie kunt u terecht met uw vragen. Medische vragen kunt stellen aan de hoofdbehandelaar tijdens uw eerstvolgende afspraak, of door middel van een tussentijds e-consult.

Polikliniek Vaatchirurgie

T. 088 75 569 02

Virtuele route naar de polikliniek Vaatchirurgie

Afspraak uitklapper, klik om te openen

Voor het maken van een afspraak hebt u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist. De huisarts stuurt de verwijsbrief rechtstreeks naar het expertisecentrum.  

Bent u al patiënt en hebt u een medisch inhoudelijke vraag? Neem dan contact met ons op via het patiëntportaal

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?
Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.

Werken bij het UMC Utrecht

Contact

Afspraken

Praktisch

umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet