Terug

Behandeling knieartrose zonder operatie

Knieartrose komt vaak voor bij oudere patiënten, omdat artrose voornamelijk door slijtage en ouderdom ontstaat. Artrose kan ook voorkomen bij jongere patiënten. Het behandelen van knieartrose hangt van meerdere factoren af. Een conservatief behandelingstraject houdt in dat we de klachten zo goed mogelijk onderdrukken door middel van niet-operatieve hulpmiddelen, zoals oefeningen, injecties en medicatie.

Mijn patiënt doorverwijzen

Meer informatie

Oorzaak knieartrose

Het kraakbeen zorgt voor de soepele beweging van het kniegewricht. Als het kraakbeen beschadigd is, dan kan dat slotklachten geven en bewegen ruwe botoppervlakken tegen elkaar die gaan schuren. Omdat kraakbeen zorgt voor een soepel bewegingsverloop, zal dit minder worden bij knieartrose. Dit kraakbeen kan niet meer terugkomen en zal dus zorgen voor vervelende pijnklachten, vaak zwelling en kan op lange termijn tot ernstige klachten leiden.

Klachten

Bij artrose hebben mensen vooral last van pijn in de gewrichten. U kunt veel pijn hebben bij het lopen, traplopen of lang staan. Ook bij het opstaan kunt u pijn voelen, evenals ‘s nachts in bed. Fietsen geeft daarentegen meestal weinig klachten. Door de pijn kunt u de gewrichten minder goed gebruiken, waardoor ze stijf worden en soms zelfs niet meer geheel kunnen strekken. Als u de knie heeft belast, kan deze dik worden. Omdat u de gewrichten minder gebruikt, verzwakken de spieren ook. Door het verzwakken van spieren krijgt u krachtverlies. Hierdoor komt er ook meer druk op het gewricht zelf te staan, waardoor het beschadigde kraakbeen nog eens extra belast wordt en u meer pijn kunt krijgen. Ook kunt u een zogenaamde X- of O-beenstand krijgen. In dat geval voelt uw knie steeds minder stabiel aan. Deze klachten nemen toe als de slijtage verergert.

De klachten van knieartrose zijn vaak cyclisch en na een periode van klachten kunnen ze ook weer langdurig afwezig zijn. Een snelle en agressieve behandeling is dan ook onverstandig. Onnodige behandeling brengt immers risico’s met zich mee.

Voorbereiding

Diagnose stellen 

Om u zo goed mogelijk te kunnen behandelen, is het essentieel om een goede diagnose te stellen. Het kan zijn dat er elders al een diagnose is gesteld of een operatie bij u is verricht. Wij zullen u echter weer volledig in kaart willen brengen om een goede diagnose te stellen en een behandelplan op te stellen. Daarvoor zijn de volgende zaken van groot belang: 

Anamnese

Er wordt aan u gedetailleerd gevraagd wat uw klachten zijn. Die kunnen vaak een grote invloed uitoefenen op persoonlijke omstandigheden, zoals werk, sporten en persoonlijke levenssfeer. We proberen dit allemaal goed in kaart te brengen. 

Lichamelijk onderzoek 

Een uitgebreid lichamelijk onderzoek van de benen is een standaard onderdeel van het eerste polibezoek. 

Röntgenfoto of MRI 

Om een goede diagnose te kunnen stellen is vaak aanvullend onderzoek nodig, zoals een röntgenfoto of eventueel een MRI. Soms zijn dergelijke onderzoeken al elders verricht en is het niet noodzakelijk om dit opnieuw te verrichten. Wij verzoeken u dan ook om al het beeldmateriaal aan ons te verstrekken, het liefst al voor het eerste polibezoek, zodat wij ons goed kunnen voorbereiden. Indien het onderzoek bijvoorbeeld te gedateerd is, kan het zijn dat we het onderzoek herhalen. 

Behandelopties bespreken 

Als de diagnose gesteld is (bij voorkeur al aan het einde van het eerste polibezoek, zullen de verschillende behandelopties met u worden doorgenomen. In overleg met u zal een, voor dat moment, beste behandeling worden bepaald.   

Vooruitgang op kniegebied 

Wanneer u voor het eerst op de Mobility Clinic kniepoli komt vragen we u mee te doen aan 'Het knieregister'. Het UMC Utrecht is continue bezig met wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling en verbetering van nieuwe en bestaande behandelingen. Om deze onderzoeken te kunnen uitvoeren is het van groot belang dat er gegevens worden verzameld. Daarom hebben we op de Mobility Clinic het knieregister opgezet. Hierin worden enkele medische gegevens en de resultaten van online vragenlijsten die u tijdens uw behandeling ontvangt, opgenomen. De online vragenlijsten gaan over uw knie en behandeling, en zijn onderdeel van uw standaard zorg. Hiermee kunnen wij in de gaten houden hoe het gaat. U kunt er ook voor kiezen om niet met het knieregister mee te doen, maar alleen met de vragenlijsten. Uw gegevens worden dan niet voor onderzoek gebruikt. U mag er ook voor kiezen om met beiden niet mee te doen.

Tijdens de behandeling

Het conservatieve behandeltraject van knieartrose bestaat uit meerdere behandelopties: 

Leefregels 

Afwisseling van activiteiten (zitten, staan en lopen) vermindert de klachten. Fietsen gaat bij knieartrose vaak beter dan lopen. Het spreekwoord ‘rust roest’ is zeker van toepassing bij het kniegewricht. Enerzijds kan uw versleten knie belasting niet meer zo goed aan, maar als u niet beweegt zullen de klachten alleen maar toenemen. Met name schokbelasting (zoals springen en hardlopen) zal niet meer zo goed worden verdragen door uw knie(en). Fietsen kan de beweging daarentegen weer goed bevorderen! 

Gewichtsreductie 

Indien u overgewicht heeft (Body Mass Index boven de 25), is het raadzaam om af te vallen. Het is bekend dat overgewicht kan zorgen voor snellere slijtage van de knieën en fors kan bijdragen aan de knieklachten. Indien u afvalt kan het heel goed zijn dat uw knieklachten afnemen. Omdat afvallen niet eenvoudig is, raden wij aan om dit te bespreken met uw huisarts of diëtist om zodoende een goed plan op te stellen.

Voor mensen met knieslijtage die in gewicht willen of moeten afvallen, gelden in principe dezelfde regels als voor mensen zonder slijtage, behalve dat ze hun knie minder kunnen belasten. Uit onderzoek blijkt dat het volgen van een dieet alleen, meer helpt dan alleen meer bewegen. Daarom vormt het dieet zeker bij knieartrose patiënten de hoeksteen van de aanpak bij overgewicht. 

1. Voedingsrecept 

Bij de aanpak van overgewicht staat de energiebalans centraal. Deze energiebalans geeft de verhouding tussen energie-inname (eten) en verbruik (ruststofwisseling en lichamelijke activiteit) weer. De energie-inname kunt u beperken door gezonder en of minder te eten (minder calorieën). De energie die niet verbruikt wordt zal als vet opgeslagen worden in uw lichaam. Bij afvallen is het dus ontzettend belangrijk om meer energie te verbruiken dan in te nemen. Dus moet stelselmatig zowel aan de uitgavekant van energie als de inname van energie gewerkt worden. Een grote valkuil is dat mensen die meer gaan bewegen ook meer gaan eten. Het is niet nodig om meer te eten als u meer beweegt. Met een normaal dagelijks dieet krijgt u voldoende energie binnen om het beweegrecept vol te houden. In de eerste twee weken kunt u zich wat slapper voelen door het veranderde eetpatroon, maar dit trekt daarna vanzelf weg. 

2. Beweegrecept 

Hoe te bewegen om gewicht te verlagen kan het beste door middel van een beweegrecept worden uitgelegd:

    • Dagelijks zestig tot negentig minuten matig intensief bewegen (wandelen, fietsen, huishouden, etc). Dertig minuten bewegen per dag is voor afvallen helaas niet voldoende.
    • Drie keer per week trainen waarbij flink gezweet mag worden. Hierbij niet gelijkmatig blijven trainen maar naar een piek toewerken. Hoe intensiever, hoe beter.
    • Kracht/weerstandstraining drie keer per week voor alle grote spiergroepen. Dit heeft meer effect op de gezondheid dan alleen fietsen of wandelen.
    • Train met een gestage opbouw, begin rustig, maar doe er steeds een schepje bovenop.
    • Bij voorkeur in een groep en onder gespecialiseerde begeleiding van bijvoorbeeld een fysiotherapeut of fitnesstrainer.

Het doel bij deze training is om door zowel duur- als krachttraining onder andere de spiermassa te vergroten. Bij een vergroting van de spiermassa stijgt de ruststofwisseling waardoor u tijdens training en in rust meer energie verbruikt. Een goede manier om deze trainingen te doen is via speciale programma’s bij de (sport-)fysiotherapeut of in de sportschool. Voor meer tips en adviezen over beweging, kunt u de website van het voedingscentrum raadplegen. 

3. Veranderingen in vet- en spiermassa 

Het is belangrijk om de veranderingen in leefstijl betreffende het eten en inspanning vast te houden. Het kan ontmoedigend zijn dat u na de eerste twee weken minder gewicht verliest dan daarvoor. Dit komt doordat naarmate u langer bezig bent, u minder gewicht in water en meer gewicht in vet verliest. De eerste week is 70 procent van het verloren gewicht water, terwijl het verloren gewicht in week vier voor 70 procent door vetvermindering komt. Alleen het gewicht is eigenlijk geen goede weergave van het verloren vet. Bij trainen neemt de spiermassa toe terwijl de vetmassa afneemt. Op de weegschaal zou het dus kunnen lijken alsof u niet afvalt terwijl er wel vet verloren is. Een vetpercentagemeting door de (sport-)arts, diëtist of fysiotherapeut kan hier meer inzicht in geven. Klik hier voor meer informatie over dieetbehandeling. 

Voedingssupplementen 

Soms kunnen voedingssupplementen helpen bij knieartrose. Het is raadzaam om met glucosamine/chondroitinesulfaat te starten voor een proefperiode van drie maanden om de pijn te verlichten. Het werkingsmechanisme van dit voedingssupplement is nog niet volledig opgehelderd. Het effect is waarschijnlijk pas na enkele weken merkbaar. Is er na drie maanden geen symptomatische verlichting, dan kunt u de therapie staken.

Oefeningen 

Vaak zijn patiënten met knieartrose angstig om te bewegen (‘misschien beschadigt het gewricht nog meer’). Het gevolg van minder bewegen is dat de knie stijf wordt en dat de kracht in de bovenbeenspieren afneemt. Dit werkt juist averechts voor de knieklachten. Oefeningen gericht op het bewegen van de knie en krachttoename van de bovenbeenspieren (quadriceps) zijn bij uitstek geschikt bij knieartrose. U kunt dit zelfstandig of onder begeleiding van een (fysio)therapeut oefenen. Masseren wordt niet aanbevolen, omdat het nut hiervan niet is aangetoond.

De oefeningen vindt u op de oefeningenpagina behandeling knieartrose zonder operatie.

Schoenaanpassingen / braces / loophulpmiddelen

Soms kunnen aanpassingen aan uw schoenen, inlegzolen of een brace de klachten van de knieartrose verminderen. Het kniegewricht kan worden ontlast door een loophulpmiddel, zoals een wandelstok, krukken of een rollator. 

Injecties in de knie 

Er bestaan verschillende soorten injecties voor knieartrose. 

Glucocorticoiden 

Indien er een opvlamming (flare) is, wordt dit meestal veroorzaakt door de ontsteking dat vaak gepaard kan gaan met knieartrose. Deze kan worden behandeld door een injectie in het kniegewricht met een ontstekingsremmer (glucocorticoïd). Hierdoor zal de pijn en zwelling afnemen en de weefsels weer rustig worden. De duur van het effect kan erg variëren. Vaak is dit een eenmalige injectie. 

Hyaluronzuur 

Indien deze flare is afgenomen kan worden gekozen voor een injectie met hyaluronzuur (Synvisc®). Dit is een olieachtige vloeistof die qua elasticiteit en viscositeit grote overeenkomst heeft met gewrichtsvloeistof. Het vervangt op dat moment het eigen gewrichtsvloeistof en verhoogt hiermee de beweeglijkheid van de knie, geeft bescherming en zorgt voor minder pijnklachten. Er kan worden gekozen voor één injectie (6ml) of een serie van drie injecties (3x2ml). Het voordeel van de eenmalige injectie is uiteraard dat je maar één keer een injectie krijgt, maar het is inmiddels bekend dat de serie van drie injecties een langer aanhoudend resultaat laat zien (26 versus 52 weken). 

ACP 

Een ACP (Autoloog geConditioneerd Plasma) behandeling is een behandeling waarbij u een injectie krijgt met eigen bloedplasma. Het doel hiervan is om bij artrose (pijnlijke, lichte tot middelzware artrose (graad I-III)) de pijn te verlichten en de genezing te bevorderen. 

Voor deze behandeling wordt er bloed afgenomen uit de arm en dit wordt vervolgens 5 minuten gecentrifugeerd. Het verkregen bloedplasma bevat een hoge concentratie (2 tot 3 keer zoveel) lichaamseigen bloedplaatjes die groeifactoren afgeven. Deze groeifactoren ondersteunen de heropbouw van beschadigde weefsels en remmen pijnlijke ontstekingsreacties. Het ACP bestaat dan ook uit puur lichaamseigen stoffen die vervolgens in de knie worden geïnjecteerd. 

Voorafgaand aan de behandeling is het belangrijk om voldoende te drinken. Dat wil zeggen 1,5 tot 2 liter per dag. Na de behandeling mag u de knie op dezelfde manier belasten zoals u voor de behandeling deed, al is het verstandig vlak erna en de dagen daarop wel even iets rustiger aan te doen. 

Er zijn enkele situaties waarbij u geen ACP behandeling mag krijgen. Dit is het geval bij bloedafwijkingen, zoals hemofilie. Ook als u NSAID’s (pijn- en ontstekingsremmer) of bloedverdunners gebruikt mag u geen ACP behandeling krijgen. Daarnaast mag u niet recent een andere injectie of een infectie in de knie hebben gehad. Mocht er in de tijd voor de behandeling iets veranderen in uw situatie of medicijnen, meld ons dit dan zo snel mogelijk via de polikliniek orthopedie

In deze grafiek kunt u zien welk effect ACP injecties hebben in vergelijking met een placebo. De WOMAC score is een scoresysteem voor knieartrose. Na 1 jaar is er nog steeds resultaat te zien van de injecties. Hier leest u de publicatie hierover. 

Medicatie 

Het wordt aanbevolen eerst Paracetamol (PCM) te gebruiken bij patiënten met knieartrose. Bij een patiënt met knieartrose, die onvoldoende pijnvermindering heeft na behandeling met PCM, wordt een NSAID aanbevolen. Er bestaan verschillende medicijnen die in de categorie NSAID vallen, zoals Diclofenac, Naproxen of Ibuprofen. Deze medicijnen hebben na een pijnstillend effect ook een ontstekingsremmende werking. Daarmee kan de ontstekingscomponent die gepaard gaat met knieartrose worden geremd. Dit kan klachtenvermindering opleveren. Deze medicijnen hebben echter wel meestal als bijwerking dat de maag extra maagzuur gaat produceren. Daarom worden ook vaak maagzuurremmers voorgeschreven, dit is echter ter beoordeling van uw dokter. Indien u bloedverdunners gebruikt, kan de werking hiervan worden beïnvloed door deze NSAID. Het is daarom raadzaam om het niveau van de antistolling (coumarines) extra goed te controleren bij gelijktijdig gebruik.

Indien een NSAID slecht wordt verdragen kan uw arts eventueel een combinatie van PCM en Tramadol voorschrijven, maar dan is de ontstekingsremmende werking niet meer aanwezig. 

Zorgverleners

Behandeling knieartrose zonder operatie en het UMC Utrecht

Wetenschappelijk onderzoek

In het UMC Utrecht loopt er een studie op het gebied van knieartrose. Tijdens deze studie wordt het effect van het geneesmiddel zoledronaat als behandeling van knieartrose getest. We bestuderen of zoledronaat het verlies van het kraakbeen in de knie afremt en/of de klachten bij patiënten vermindert. Bent u geïnteresseerd in deelname? Meer informatie en de voorwaarden voor deelname, leest u op de ZODIAK-studie websitepagina:

Hebt u vragen?

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact op via Mobility Clinic.

Afspraak

Als u een afspraak wilt maken bij Mobility Clinic, hebt u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.

Polikliniek

Ziektebeeld