Terug

Epilepsiechirurgie

Epilepsiechirurgie is een hersenoperatie met als doel de epileptische aanvallen te stoppen. Zo’n operatie wordt gedaan door een neurochirurg. Patiënten met epilepsie die onvoldoende baat hebben bij medicijnen (refractaire epilepsie) kunnen in aanmerking komen voor epilepsiechirurgie. Vaak hebben deze patiënten al meerdere anti-epileptica uitgeprobeerd zonder het gewenste resultaat.

Meer informatie

Voor patiënten die ervoor in aanmerking komen is epilepsiechirurgie vaak een succesvolle behandeling. Vijftig tot tachtig procent heeft daarna geen aanvallen meer en een groot deel van de patiënten kan de medicijnen geheel afbouwen.
Epilepsiechirurgie is een optie als:

  • Er één duidelijk afgebakend gebied in de hersenen aan te wijzen is waar de epilepsie ontstaat (de zogeheten epilepsiehaard).
  • Dit deel van de hersenen veilig verwijderd kan worden.
  • De kans groot is dat de patiënt na de operatie aanzienlijk minder of helemaal geen aanvallen meer heeft.

Soms passen we epilepsiechirurgie ook toe bij patiënten die wel aanvalsvrij zijn met medicatie, maar bij wie we de onderliggende oorzaak van de epilepsie vrij eenvoudig met een operatie kunnen verhelpen.

Een operatie is op bijna alle leeftijden mogelijk. De aanpak kan variëren.

Hersenfuncties

We willen met epilepsiechirurgie de aanvallen stoppen, zónder belangrijke hersenfuncties te beschadigen. Dat lukt goed. We zijn steeds beter in staat om precies vast te stellen waar de epilepsie begint en om de hersenfuncties in kaart te brengen. De risico’s van een operatie zijn dan duidelijk en deze leggen we persoonlijk aan u uit.

Resultaten epilepsiechirurgie

De resultaten van epilepsiechirurgie zijn meestal goed. Ongeveer tachtig procent van alle geopereerde patiënten heeft minder aanvallen. Ongeveer zeventig procent van de patiënten heeft helemaal geen aanvallen meer. Dit hangt af van de oorzaak van de epilepsie en het type operatie. Bij ongeveer vijf procent van de geopereerde patiënten heeft de operatie niet geholpen.
Patiënten die niet volledig aanvalsvrij worden, hebben vaak wel veel minder aanvallen en een betere kwaliteit van leven.

Nervus Vagus Stimulatie

Een andere mogelijkheid dan epilepsiechirurgie is Nervus Vagus Stimulatie (NVS). Bij NVS krijgt de linker hersenzenuw (nervus vagus), die loopt via de hals, kleine stroomstootjes via een soort pacemaker; de stimulator genoemd. Deze stroomstootjes zorgen dat de zenuw ‘lichaamseigen’ signalen aanmaakt. Deze signalen worden naar de hersenen gezonden met als doel de aanvallen onder controle te krijgen, in aantal te laten verminderen of het herstel na een aanval sneller te laten verlopen.

Wie komt in aanmerking voor een operatie

Om te kunnen beoordelen of u in aanmerking komt voor epilepsiechirurgie zullen er meerdere onderzoeken moeten plaats vinden. De onderzoeken zullen deels in een epilepsiecentrum plaatsvinden – bijvoorbeeld dat van SEIN – en deels in een academisch ziekenhuis.
Wanneer er voldoende informatie is verzameld om het traject voort te zetten zal de patiënt besproken worden in een van de werkgroepen van de epilepsiechirurgie, die plaatsvinden in het UMC Utrecht met onze samenwerkende partners SEIN en Kempenhaeghe.

Werkgroepen epilepsiechirurgie

Patiënten die mogelijk in aanmerking komen voor epilepsiechirurgie worden besproken in de  UMCU-SEIN werkgroep, of de landelijke werkgroep epilepsiechirurgie. Aan deze vergaderingen nemen vele specialisten deel, waaronder kinderneurologen, neurologen, neurochirurgen, neurofysiologen, radiologen, psychologen, en specialistisch verpleegkundigen.
De ziektegeschiedenis en de resultaten van aanvullend onderzoek van elk patiënt worden in detail besproken voordat een beslissing over een operatie wordt genomen.

De impact van epilepsiechirurgie is groot

Neurochirurg Peter van Rijen vertelt over epilepsiechirurgie. ''Epilepsiechirurgie is enorm in ontwikkeling, we ontdekken steeds meer mogelijkheden.''

Lees meer

Voorbereiding

Als we denken dat een operatie mogelijk is, nodigen we u uit voor een gesprek met de neurochirurg en de verpleegkundig specialist. De neurochirurg gaat in op de hoe de operatie in zijn werk gaat en wat de risico’s en verwachtingen zijn van de operatie. Aansluitend heeft u een gesprek met de Verpleegkundig specialist, zij bespreekt alles rondom de operatie en de laatste onderzoeken die ervoor nog moeten plaatsvinden.

Hierbij moet u denken aan een gezichtsveldonderzoek, MRI neuronavigatie en aanvullend neuropsychologisch onderzoek.  Zij plant de operatie ook uiteindelijk in. Naast het bezoek aan de neurochirurg en de verpleegkundig specialist wordt er ook een afspraak op de POS-poli bij de anesthesist, ofwel de slaapdokter, gemaakt. Soms vraagt een onderzoeker uw medewerking voor wetenschappelijke testen via de verpleegkundig specialist. Meedoen is niet verplicht maar volledig vrijwillig.

Tijdens de behandeling

Verdoving

Tijdens de operatie bent u over het algemeen volledig verdoofd. De operatie voeren we in de meeste gevallen uit onder EEG-bewaking. Als we dicht bij belangrijke hersenfuncties, zoals het spraakcentrum, moeten opereren, kunnen we u wakker maken tijdens de operatie (wakkere chirurgie). Op deze manier kunnen we uw hersenfuncties blijven testen. Indien dit het geval is bij u, wordt dit vooraf uitvoerig met u besproken en wordt u daarop voorbereid door de verpleegkundig specialist en de neuropsycholoog.

De operatie

De operatie duurt ongeveer vijf tot zes uur. Nadat u verdoofd bent, scheren we een klein gedeelte van uw hoofdhaar eraf. Een strook waar de snede in de huid gaat komen. De rest van het haar wordt opzij gekamd of ingevlochten (bij vrouwen). In overleg met de neurochirurg kan er worden afgesproken hoeveel haar er uiteindelijk weg gehaald moet worden. Daarna maakt de neurochirurg een luikje in het bot van de schedel. Veelal wordt er direct op de hersenen een EEG gemeten voor, tijdens en na het weghalen van de epilepsiebron. Na het verwijderen van de epilepsiebron zet de neurochirurg het botluikje weer terug en maakt het stevig vast met drie titaniumplaatjes. Het botluikje is meestal binnen 4-6 weken weer vastgegroeid. De wond in de huid is na zeven dagen weer genezen. De hechtingen mogen na 10-12 dagen verwijderd worden bij de huisarts.

Weefselonderzoek

Tijdens de operatie neemt de chirurg bijna altijd wat hersenweefsel weg voor pathologisch onderzoek. De patholoog-anatoom probeert vast te stellen wat de afwijking in het weefsel is. De resultaten van dit onderzoek zijn meestal een week na de operatie bekend. En anders hoort u dit tijdens de eerste controle na de opname op de polikliniek.

Na de behandeling

Leefregels

Herstelperiode

In principe mag u in de tweede week na de operatie naar huis. Ontslag uit het ziekenhuis betekent echter niet dat u dan ook al helemaal hersteld bent. Lichamelijk moet u weer op krachten komen. Bouw uw conditie rustig op door bijvoorbeeld te gaan wandelen. Geadviseerd wordt uw werkzaamheden in een opbouwend schema op te pakken in overleg met de neuroloog, arbo-arts en /of verpleegkundig specialist. Overhaast het niet en gun uzelf de tijd.

Ook emotioneel zult u het een en ander moeten verwerken. Ex-patiënten merkten dat thuis pas de vragen kwamen over wat er was gebeurd. U kunt klachten krijgen die hiermee te maken hebben, zoals:

  • vermoeidheid
  • stemmingswisselingen
  • depressie

Deze onderwerpen komen in de gesprekken met de verpleegkundig specialist aan bod, die u vaak binnen 2 weken naar thuiskomst even belt. De verpleegkundig specialist is voor u het aanspreekpunt tot de operatie maar ook direct na thuiskomst als er vragen zijn.

Gebruik anti-epileptica na de operatie

Na de operatie moet u nog minimaal 1 jaar de anti-epileptica innemen. Soms is het alsnog noodzakelijk dat u na de operatie levenslang anti-epileptica moet blijven gebruiken. Uw behandelend neuroloog besluit of en wanneer u kunt afbouwen.

Mogelijke complicaties

 Zelfs als de operatie helemaal goed is gegaan kunnen er complicaties ontstaan.
Onderstaande complicaties kunnen voorkomen bij een hersenoperatie. Deze complicaties zijn tijdelijk en verdwijnen in de loop van de tijd na de operatie vanzelf weer.

  • Hersenoedeem: een zwelling van het hersenweefsel.  Het is een normale reactie van het hersenweefsel om op te zwellen na de operatie. Het oedeem ontstaat langzaam en het wordt na de vierde dag vanzelf weer minder. Klachten die hierbij horen zijn: hoofdpijn, epilepsie-aanvallen, soms uitvalsverschijnselen (bijvoorbeeld tijdelijke spraakstoornissen). Deze klachten herstellen als het oedeem verdwenen is.
  • Wondinfectie: een ontsteking van de wond. Een wondinfectie is meestal oppervlakkig. Heel af en toe wordt het een diepere ontsteking in het bot, hersenvlies of in de hersenen zelf.
  • Liquorlekkage: hersen- of ruggenmergsvocht (liquor) dat uit de operatiewond lekt
  • Nabloeding: een bloedophoping in het operatiegebied. Soms is een tweede operatie nodig om deze bloedophoping te verwijderen

De operatie kan ook blijvende complicaties geven zoals lichte geheugenstoornissen of een gedeeltelijke uitval van het gezichtsveld.
Meer ernstige complicaties met een blijvend letsel komen voor bij minder dan een half procent van deze operaties, dus bij minder dan één van de 200 operaties. Deze complicaties zijn afhankelijk van het type operatie.

Mogelijke bijwerkingen

Vlak na de operatie kunt u tijdelijke uitvalsverschijnselen krijgen. Bijvoorbeeld minder kracht aan één kant van uw lichaam, of u kunt minder goed praten. Als de hippocampus ook is verwijderd kunt u een paar dagen traag en initiatiefloos zijn. Dit komt omdat de hippocampus een onderdeel is van het systeem dat onder andere stemmingen en het geheugen regelt. De traagheid en het initiatiefloze gedrag verdwijnen weer na ongeveer vier dagen. U kunt ook een onbestemd, depressief gevoel krijgen dat langer kan duren.

Wachttijden

Klik hieronder voor een overzicht met alle wachttijden  voor de afdeling Neurologie en Neurochirurgie.

Hebt u vragen?

Hebt u vragen, of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de polikliniek functionele neurochirurgie en epilepsie.

Polikliniek

Specialisme

Relevante links