Zorg onder druk vraagt om verbinden, leren en kiezen
We worden ouder, leven langer met ziekten, waardoor de vraag naar zorg groeit. Tegelijk bieden nieuwe therapieën kansen, maar zetten ze ook de betaalbaarheid onder druk en wekken ze verwachtingen over de maakbaarheid van het leven. Op 23 april sprak Ewoud van Dijk, hoogleraar Neurologie, zijn oratie ‘Neurologie en context’ uit. Daarin laat hij zien waarom samenwerken, leren en keuzes tussen "doen en laten" nodig zijn.
We weten dat als we niets doen, de zorg vastloopt,” stelt Ewoud van Dijk in zijn oratie. “Eén op de zeven werkenden werkt nu in de zorg. Dat zou met de toegenomen vraag in 2040 naar één op vier moeten gaan. Die mensen zullen er niet zijn.”
De zorgvraag groeit en ook de verwachtingen veranderen. Nieuwe behandelingen geven hoop en kansen, maar hebben ook een prijskaartje. “Zonder nieuwe bekostigingsmodellen worden die langverwachte therapieën niet of ernstig vertraagd toegankelijk,” stelt Ewoud. “Dan gaan we van een veelbelovende behandeling terug naar geen behandeling.”
Doen én laten
“Niet alles wat in de zorg kan, is nodig of zinvol,” benadrukt Ewoud. “We moeten daarom kritisch kijken naar hoe we het nu ingericht hebben en nadenken of wat we nu doen ook echt (nog) nodig is.” Het gaat daarbij bijvoorbeeld om extra onderzoeken, opnames of controles. “Zorg die je niet levert, heeft geen bijwerkingen, kost geen schaars personeel en is minder vervuilend. Kun je er veilig mee stoppen? Dan geldt: doen, dus laten!”
Hij pleit daarom voor meer ‘less is more’-zorg: Een voorbeeld is de behandeling van patiënten met een acuut herseninfarct en weinig klachten. “We beslissen samen met de patiënt of iemand direct naar huis kan vanaf de spoedeisende hulp in plaats van te worden opgenomen. De belangrijkste onderzoeken zijn al gedaan en de medicatie is gestart. Verdere uitleg volgt later op de polikliniek. Ongeveer een kwart van de patiënten koos hier zelf voor. Zij waren tevreden en kregen geen complicaties.”
Samenwerken en innoveren
Maar alleen andere keuzes maken is niet genoeg. De zorg vraagt ook om een andere manier van werken. “Zorgprofessionals moeten niet alleen vakkennis hebben, maar ook de bredere context begrijpen,” benadrukt Ewoud. “Ze moeten flexibel, verbindend en vernieuwend werken.”
Die context gaat verder dan de ziekte. Het gaat over de persoonlijke context: het dagelijks leven van patiënten en hun rol in de samenleving. “We willen dat mensen zo goed mogelijk meedoen. Dat lukt alleen als we samenwerken, binnen én buiten de zorg en weten wat we van elkaar kunnen verwachten.”
Blijven leren is daarbij essentieel. “In het UMC Utrecht doen we dit onder andere via de Nieuwe Utrechtse School. Studenten uit verschillende disciplines leren daar samen. Zo leren zij al vroeg om over grenzen heen te kijken en samen te werken—met elkaar, met patiënten en met de maatschappij.”
Samen, leren, doen
Ewoud vat zijn boodschap samen in drie woorden: samen, leren, doen. “Het gaat niet om méér doen, maar om in staat te zijn het samen beter te doen. Dat bereiken we door tijd en ruimte te maken om te blijven leren en verbeteren.”
Hij vergelijkt het met de neurologie: “Niet alleen het zenuwstelsel bestaat uit centra en verbindingen, maar ook de zorg. Die verbindingen zijn net zo belangrijk als de expertisecentra.”
“Het gaat daarom om balans. Tussen inhoud en context. Tussen doen en laten. Als we dat samen blijven leren en doen, zijn we klaar voor de toekomst,” sluit hij af.
Over Ewoud van Dijk
Ewoud is hoogleraar Neurologie en richt zich op vasculaire en acute neurologie. Vooral jonge mensen met een herseninfarct, hersenbloeding of vaatafwijking in de hersenen kunnen bij hem terecht. Ook zijn wetenschappelijk onderzoek richt zich op deze neurovasculaire aandoeningen.
Sinds 1 april 2025 is hij medisch afdelingshoofd binnen het thema Hersenen. In die rol is hij verantwoordelijk voor de afdeling Neurologie. Naast de zorg voor patiënten zet hij zich in voor wetenschappelijk onderzoek, het opleiden van studenten en toekomstige neurologen en heeft hij verschillende bestuurlijke rollen.