English translation for this page is not available

Vorige

Klaplong

De pleuraholte is de ruimte tussen de long en de binnenkant van de borstkas. Bij een klaplong is er lucht in deze ruimte gekomen, waardoor de long naar binnen klapt. De long kan dan niet meer goed meedoen met de ademhaling.

Symptomen

De belangrijkste klachten bij een klaplong zijn:

  • plotselinge benauwdheid;
  • plotselinge pijn in de borstkas.

Oorzaken

Een klaplong kan op verschillende manieren ontstaan:

  • spontaan, zonder duidelijke oorzaak:
  • een verwonding van buitenaf (ongeluk);
  • door een medische ingreep (bijoorbeeld een pacemakerimplantatie);
  • door een onderliggende longziekte (longontsteking, astma, COPD).

Mensen die roken hebben in het algemeen een verhoogde kans op een klaplong.

Klaplong - wat gebeurt er in je longen?

Onderzoek en diagnose

De arts kan door lichamelijk onderzoek (kloppen en luisteren naar de longen) vermoeden dat u een klaplong hebt.

Met een aanvullende röntgenfoto van de longen kan de arts vaststellen of dat inderdaad zo is.

Behandeling

Eerste behandeling

Afhankelijk van de grootte van de klaplong stelt de arts een behandelplan op. Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • Een kleine klaplong Een kleine klaplong kan met rust genezen. De arts bepaalt of u hiervoor opgenomen moet worden en extra zuurstof krijgt. Wanneer een opname niet nodig is, krijgt u leefregels mee en een polikliniiekafspraak op korte termijnDan wordt ook ter controle een röntgenfoto van de longen gemaakt. Als u meer pijn krijgt of benauwder wordt moet u zich eerder melden
  • Een grote(re) klaplong Een grote(re) klaplong behandelen we door het plaatsen van een buisje of slangetje (drain) in de ruimte tussen borstkas en long (pleuraholte). Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. Deze drain sluiten we aan op een vacuümsysteem (zuigsysteem) , om de lucht uit de pleuraholte te verwijderen.Zo krijgt de long weer ruimte om mee te doen met de ademhaling. Deze drain blijft meestal drie tot vijf dagen zitten.

Vervolg behandeling

Als er geen lucht meer afgezogen hoeft te wordt de drainverwijderd of kan er gekozen worden om de long ‘te plakken’. Dit is  afhankelijk van de oorzaak van de klaplong. De arts bespreekt met u wat de beste behandeling is, en wat de voor- en nadelen zijn.

Met ‘het plakken’ van de long willen we de kans op een nieuwe klaplong verkleinen. Voor het plakken spuit de arts oplosbare talk door de drain.

Voordeze behandeling krijgt u  een ruggeprik ter pijnstilling (een epidurale ruggenprik).

Een andere manier van behandelen is een kijkoperatie onder narcose, door de longchirurg (VATS). De chirurg kan op deze manier de mogelijke oorzaak van de klaplong behandelen en de long ‘plakken’.

Nazorg

Na het verwijderen van de drain wordt het wondje waar de drain zat verbonden. In de meeste gevallen zit er nog een hechting. Deze hechting kan de huisarts na zeven tot tien dagen verwijderen.

De meeste mensen gaan na het verwijderen van de drain binnen een dag naar huis. Soms is langere opname nodig.

U krijgt duidelijke leefregels mee naar huis om verdere genezing zo goed mogelijk te laten verlopen Ook krijgt u een polikliniekafspraak meevoor controle.

Hebt u vragen?

Meer informatie

Op de volgende website vindt u meer informatie over een klaplong:

Contact en afspraak maken

Hebt u vragen of wilt u een afspraak maken neem dan contact op met de polikliniek longziekten.

De polikliniek is bereikbaar van

09.00 - 12.00 uur en van 14.00 - 17.00 uur

Polikliniek

Verpleegafdeling

Specialisme