Terug

Vallen

Als u ouder wordt is de kans op vallen groter. Vallen kan vervelende gevolgen hebben. Met wat geluk houdt u er alleen een schaafwond of een blauwe plek aan over. Maar vaak zijn de gevolgen ernstiger. Het is belangrijk om te voorkomen dat u valt.

Ongeveer 30 procent van de zelfstandig wonende ouderen boven de 65 jaar en de helft van de verpleeg- en verzorgingshuisbewoners, valt ten minste één keer per jaar. In 40 tot 60 procent van de gevallen leidt een valpartij tot een lichamelijk letsel. Meestal gaat het om een klein letsel zoals verstuikingen, snijwonden of kneuzingen. Soms zijn de gevolgen ernstiger: u kunt bijvoorbeeld uw heup, pols of schouder breken, of schade oplopen aan bijvoorbeeld uw milt of aan uw hoofd. Door zware valpartijen kunt u bovendien invalide worden of u kunt er zelfs door overlijden.

Angst voor vallen

Veel ouderen zijn bang om te vallen. Ook als u niet eerder bent gevallen kan u hiervoor angst hebben. Door die angst kunt u in een vicieuze cirkel terechtkomen: u gaat minder bewegen, waardoor uw spierkracht en evenwicht afnemen. Hierdoor neemt de kans op vallen toe. Valangst heeft ook wel gevolgen voor uw sociale leven en de kwaliteit van uw leven. Als u minder vaak buiten komt, neemt u ook minder deel aan sociale gebeurtenissen. Hierdoor kunt u geïsoleerd raken, vereenzamen of depressief worden.

In evenwicht blijven

Uw lichaam gebruikt verschillende systemen om het evenwicht te bewaren. Zo kunt u rechtop staan doordat u onbewust informatie via verschillende wegen naar uw hersenen stuurt die verantwoordelijk zijn voor de motoriek en voor het gevoel. Deze informatie komt van:

  • de ogen
  • het evenwichtsorgaan
  • spanning in de nekspieren
  • de huid
  • de spierspanning

Deze interne en externe informatie werkt via de hersenen in op de spieren die ervoor zorgen dat u niet valt. Achteruitgang in één of meer van bovengenoemde functies gaat gepaard met een verschuiving van een stabiel naar een min of meer wankel evenwicht. De kans dat u valt neemt dus toe als u ouder wordt.

Oorzaken vallen

Bij het risico op vallen kunnen lichamelijk factoren en omgevingsfactoren een rol spelen.

Lichamelijke factoren:

  • u komt moeilijker in beweging en hebt moeite om in balans te blijven (mobiliteitsproblemen)
  • eerdere valpartijen
  • gebruik van bepaalde medicijnen
  • duizeligheid
  • verwardheid, desoriëntatie en verminderd bewustzijn
  • urine-incontinentie, ’s nachts veel naar de toilet moeten
  • depressie of stemmingsklachten
  • u ziet of hoort slecht
  • als u ‘licht in uw hoofd’ of duizelig wordt bij (te) snel overeind komen, van liggend naar zitten of staan.

Omgevingsfactoren:

  • onbekende omgeving
  • gladde, natte vloeren
  • instabiele meubels
  • slechte leuningen
  • onvoldoende steunpunten
  • slechte verlichting
  • slecht schoeisel
  • losse stoeptegels
  • onrustige verkeerssituaties.

Onderzoek en diagnose

Het is belangrijk om te achterhalen waarom u bent gevallen. U komt hiervoor op de dagbehandeling geriatrie. Hier bezoekt u een arts, een fysiotherapeut en een verpleegkundige. Zij doen verschillende onderzoeken bij u.

  • Met de arts hebt u een gesprek om uw klachten in kaart te brengen. Hierna doet de arts een lichamelijk onderzoek. Ook wordt er een hartfilmpje gemaakt en prikken we bloed bij u.
  • De fysiotherapeut doet een aantal testen om te kijken naar uw balans, spierkracht en bewegingspatroon.
  • De verpleegkundige stelt u vragen om zo samen met u te proberen uw risicofactoren voor vallen op te sporen.

We doen de onderzoeken op de valkliniek allemaal op hetzelfde dagdeel. Als alle onderzoeken zijn afgerond mag u naar huis.

De arts, fysiotherapeut en verpleegkundige bespreken hun bevindingen vervolgens in een multidisciplinair overleg en stellen een gezamenlijk advies voor het behandelplan op. Zij bespreken de conclusies van dit overleg in een vervolggesprek met u.

Behandeling vallen

Het is belangrijk om te voorkomen dat u nog eens valt. Met een behandeling proberen we het risico op vallen te verkleinen of de gevolgen van vallen te beperken. Welke behandeling u krijgt, hangt af van de oorzaak van het vallen. 

Voorbeelden van behandelingen zijn:

  • oefenprogramma’s voor het verbeteren van spierkracht en evenwicht;
  • het gebruik van een loophulpmiddel;
  • aangepaste schoenen;
  • bril of lenzen (als u slecht ziet);
  • afbouwen van bepaalde medicijnen zoals slaapmedicatie, rustgevende medicatie, medicijnen voor een depressie, medicijnen voor het hart of de bloeddruk;
  • aanpassen van valgevaarlijke situaties in uw woning door een ergotherapeut;
  • een programma om valangst te verminderen;
  • een behandeling om de botten te versterken, zodat de kans dat u wat breekt na een eventuele val kleiner wordt.

Hebt u vragen?

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de polikliniek geriatrie. Voor een afspraak hebt u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.

T 088 75 583 78

De afdeling is bereikbaar van 08.00 - 17.00 uur.

Polikliniek

Verpleegafdeling

Specialisme