Terug

Expertisecentrum voor erfelijke en aangeboren nier- en urinewegaandoeningen

Expertisecentrum

Patiëntverhaal uitklapper, klik om te openen

Ouders lopen met dochter door de stal

Door wetenschappelijk onderzoek ontdekten we een tot dan toe nog onbekende erfelijke afwijking in het gen van baby Roos. Bekijk de video >

Wat doet dit centrum uitklapper, klik om te openen

Ons expertisecentrum voor erfelijke een aangeboren nier- en urinewegaandoeningen is dé plek voor patiënten met aangeboren afwijkingen van de urinewegen (plasbuis, blaas, urineleiders en nieren), erfelijke nierziekten of een verdenking daarop. Voorbeelden zijn patiënten met cysten in de nieren, nierfalen op jonge leeftijd of een verstoorde nieraanleg (nierhypoplasie/-dysplasie/-agenesie). Ook patienten met syndromen waar nierziekte een onderdeel van kunnen zijn (zoals Bardet-Biedl en Joubert syndroom) komen in dit centrum.

Als patient of familielid van een patiënt kunt u in het expertisecentrum terecht voor diagnostiek, multidisciplinaire behandeling, erfelijkheidsadvisering en wetenschappelijk onderzoek. U vindt antwoorden op vragen als:

  • Waarom heb ik een nierziekte?
  • Is mijn aandoening erfelijk?
  • Wat is de kans dat ik (ook) een nierziekte krijg?
  • Hoe kan ik het beste worden behandeld en onder controle blijven?
    En is dat bij één medisch specialist, of is het goed als meerdere specialismen betrokken zijn?
  • Heeft de nierziekte effect op mijn zwangerschap?
  • Ik wil bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek, hoe kan ik dat doen?

Voor u als patiënt, jong of oud, passen we de zorg aan uw behoefte en levensfase aan in een persoonlijk zorgpad. Zaken die hier een rol bij spelen zijn bijvoorbeeld: een kinderwens, zwangerschap en de overgang van kinder- naar volwassenzorg.

In ons expertisecentrum werken veel verschillende medisch specialisten samen om patiënten de beste zorg te kunnen bieden, namelijk van de afdelingen:

Ziektebeelden uitklapper, klik om te openen

  • Erfelijke nierziekten die al dan niet aanleiding geven tot nierfalen. Daarbij hoort ook nierfalen door onbekende oorzaak op (te) jonge leeftijd:
    • Zeldzame aandoening mogelijk geïndiceerd voor niertransplantatie
    • Zeldzame genetische nierziekte
  • Specifieke erfelijke nierziekten, die al dan niet onderdeel zijn van een syndroom met symptomen in andere organen dan de nieren:
    • Genetisch nefrotisch syndroom
    • Syndroom van Alport 
    • Nefronoftise
    • Syndroom van Bardet-Biedl
    • Syndroom van Joubert en aanverwante aandoeningen 
    • Familiale cystische nierziekte (onder andere ADPKD en ARPKD) 
    • Zeldzame renale tubulaire ziekte 
  • Aangeboren afwijkingen van de nieren of urinewegen:
    • Niet-syndromale renale of urinewegmalformatie 
    • Niet-syndromale urogenitale kanaalmalformatie bij man en vrouw 
    • Renale of urinewegmalformatie 
    • Urogenitaal kanaalmalformatie 
    • Exstrofie - epispadieën-complex 

Naast patiënten met één van bovengenoemde aandoeningen, zijn we ook nauw betrokken bij de zorg voor patiënten met bijvoorbeeld:

Zorgpad uitklapper, klik om te openen

Dit zorgpad is bedoeld voor kinderen en volwassenen met (een verdenking op) een erfelijke of aangeboren aandoening van de nieren en urinewegen. Het gaat om een brede groep zeldzame aandoeningen, zoals aangeboren afwijkingen van de nieren of urinewegen, cysteuze nierziekten, tubulaire aandoeningen en syndromen waarbij ook andere organen betrokken kunnen zijn.

Sommige patiënten hebben al een diagnose, terwijl bij anderen de oorzaak van de nierziekte nog niet bekend is. In het Zorgpad beschrijven we de relevante stappen die u kunt verwachten als patiënt, van de diagnosefase tot behandeling, nazorg en follow up.


1) Eerste contact/Verwijzing

Verwijzing naar het expertisecentrum verloopt via de huisarts, medisch specialist of een ander ziekenhuis. Ook kan een zorgverlener eerst advies vragen aan het expertisecentrum.

Redenen voor verwijzing zijn bijvoorbeeld:

  • onverklaarde nierziekte
  • een vermoeden van een erfelijke aandoening
  • afwijkingen van nieren of urinewegen (bij kind of ongeboren kind)
  • vragen over erfelijkheid of kinderwens
  • behoefte aan specialistische behandeling of second opinion

Na ontvangst van de verwijzing worden de medische gegevens beoordeeld (triage). Daarna wordt bepaald of en wanneer een afspraak wordt ingepland.

2) Voorbereiding eerste afspraak

Voor de eerste afspraak kan het helpen om:

  • een overzicht te maken van klachten en vragen
  • familiegegevens over nierziekten/urinewegen na te gaan
  • eerdere medische gegevens uit het buitenland mee te nemen (indien beschikbaar)

De exacte voorbereiding kan verschillen per situatie.

3) Eerste afspraak (intake)

Tijdens de eerste afspraak wordt uitgebreid stilgestaan bij de klachten en de medische voorgeschiedenis. Ook wordt gekeken naar:

  • eerdere onderzoeken en behandelingen
  • familiegeschiedenis (erfelijkheid)
  • eventuele klachten en verschijnselen buiten de nieren of urinewegen

Er vindt lichamelijk onderzoek plaats en er wordt besproken welke vervolgonderzoeken nodig zijn.

4) Onderzoek en diagnose

Het doel van de onderzoeken is om de oorzaak zo goed mogelijk vast te stellen. Dit kan bestaan uit:

  • bloed- en urineonderzoek
  • beeldvormend onderzoek (zoals echo)
  • genetisch onderzoek (onderzoek naar erfelijke aanleg)
  • ander aanvullend onderzoek, afhankelijk van de situatie

Genetisch onderzoek speelt vaak een belangrijke rol, omdat veel van deze aandoeningen erfelijk zijn. De behandelend arts of de klinisch geneticus kan dit onderzoek aanvragen.

Een nierbiopsie (weefselonderzoek) wordt alleen gedaan als dit nodig is. Onderzoek uit andere ziekenhuizen wordt opnieuw beoordeeld als dat nuttig is. Wanneer de diagnose niet direct duidelijk is, wordt de situatie besproken in een multidisciplinair overleg.

5) Gesprek - uitslagen onderzoeken

De uitslagen van de onderzoeken worden besproken tijdens een vervolgafspraak.

Als er een diagnose wordt gesteld, wordt uitgelegd:

  • wat de aandoening inhoudt
  • wat het te verwachten verloop is (ook bijvoorbeeld tijdens zwangerschap)
  • welke behandelmogelijkheden er zijn
  • wat dit betekent voor familieleden, en voor kinderwens

Als er (nog) geen duidelijke diagnose is, wordt besproken welke vervolgstappen mogelijk zijn.

6) Behandelfase

De behandeling is afhankelijk van de specifieke aandoening, de ernst en de levensfase. Binnen dit expertisecentrum worden verschillende soorten behandelingen toegepast.

Algemene doelen van behandeling

  • behoud van nierfunctie
  • voorkomen van schade aan nieren en urinewegen
  • behandelen van klachten
  • verbeteren van kwaliteit van leven

Mogelijke behandelingen

Afhankelijk van de aandoening kan de behandeling bestaan uit:

Medicatie en conservatieve behandeling

  • medicijnen voor de nierfunctie of bloeddruk
  • behandeling van klachten zoals infecties of elektrolytstoornissen
  • begeleiding bij voeding of leefstijl
  • ondersteuning van de blaasfunctie (bijvoorbeeld katheterisatie)

(Kinder)urologische behandeling
Bij afwijkingen van de urinewegen kan een behandeling nodig zijn om de afvloed van urine te verbeteren of schade te voorkomen, zoals:

  • operaties om een vernauwing te verhelpen
  • correctie van aangeboren afwijkingen
  • behandelingen gericht op continentie (zindelijkheid)

Nierfunctievervangende behandeling
Wanneer de nierfunctie ernstig verminderd is, kan een behandeling nodig zijn die de functie van de nieren (deels) overneemt. Dit kan bestaan uit:

  • dialyse (het zuiveren van het bloed via een machine of via het buikvlies)
  • niertransplantatie

Welke behandeling passend is, hangt af van de situatie en wordt zorgvuldig besproken met het behandelteam.

Genetische begeleiding
Bij erfelijke aandoeningen vindt aanvullende begeleiding plaats, bijvoorbeeld:

  • uitleg over erfelijkheid en risico’s voor familie
  • mogelijkheden rond kinderwens en zwangerschap
  • eventueel onderzoek bij familieleden

Behandeling bij specifieke ziektegroepen
Binnen deze brede patiëntengroep bestaan verschillende subgroepen met eigen kenmerken, zoals:

  • aangeboren afwijkingen van nieren en urinewegen
  • cysteuze nierziekten en ciliopathieën; als ADPKD, nefronofthise, Bardet-Biedl syndroom, Joubert syndroom
  • tubulaire aandoeningen met stoornissen in zouthuishouding of zuur-base balans
  • glomerulaire aandoeningen als Alport syndroom en erfelijk nefrotisch syndroom
  • onverklaarde/onbegrepen nierziekte (“CKDx”)

De zorg wordt afgestemd op de specifieke diagnose of situatie.

Behandelplan

Samen met de behandelaar wordt een persoonlijk behandelplan opgesteld. Hierin staat:

  • de diagnose (indien bekend)
  • het doel van de behandeling
  • welke controles nodig zijn
  • wanneer contact moet worden opgenomen

Keuzes worden zoveel mogelijk samen genomen, afgestemd op de wensen en situatie.

De behandeling wordt regelmatig geëvalueerd. Hierbij wordt gekeken naar:

  • effect van de behandeling
  • eventuele bijwerkingen
  • verloop van de nierfunctie
  • kwaliteit van leven

Zo nodig wordt het behandelplan aangepast.

Multidisciplinaire zorg

Een team van verschillende specialisten werkt samen aan uw zorg:

  • (kinder)nefrologen (nierspecialisten)
  • (kinder)urologen
  • klinisch genetici
  • radiologen en pathologen
  • obstetrici (bij zwangerschap)
  • verpleegkundigen en andere zorgverleners

Complexe situaties worden besproken in een multidisciplinair overleg, zodat de behandeling goed op elkaar wordt afgestemd.

Voor sommige aandoeningen (zoals Joubert en Bardet-Biedl syndroom, en andere ciliopathieën)  en situaties (nierziekte en zwangerschap; erfelijke nierziekte) zijn er speciale multidisciplinaire poliklinieken waar u door meerdere specialisten op één dag wordt gezien.

De zorg vindt plaats in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (voor kinderen, zwangeren en Afdeling Genetica) en in het UMC Utrecht locatie AZU (voor volwassenen). Sommige afspraken kunnen ook via videobellen of telefonisch.

7) Controles en nazorg

Veel erfelijke en aangeboren nier- en urinewegaandoeningen vragen om langdurige of levenslange controle. Hoe vaak controles nodig zijn, hangt af van de diagnose, de ernst van de aandoening en de behandeling.

Tijdens controles wordt onder andere gekeken naar:

  • de nierfunctie
  • het beloop van de aandoening
  • eventuele complicaties
  • het effect van de behandeling

Controles kunnen bestaan uit afspraken op de polikliniek en, waar mogelijk, (deels) telefonisch of via e-consult. Soms is aanvullend onderzoek nodig, zoals bloed- of urineonderzoek of beeldvorming.

Zorg in het UMC Utrecht en in de regio

Niet alle zorg hoeft in het UMC Utrecht plaats te vinden. Afhankelijk van de situatie kan de zorg:

  • (deels) plaatsvinden in een ziekenhuis dichter bij huis
  • worden gedeeld met of overgedragen aan een specialist in de regio

Het expertisecentrum blijft hierbij zo nodig betrokken voor advies of bij complexe vragen.

Patiënten die voor een second opinion of specialistisch advies komen, worden na afronding van het traject meestal terugverwezen naar de verwijzer, waar de verdere controles plaatsvinden.

Langdurige follow-up en aanpassing van zorg

Bij chronische aandoeningen blijft langdurige begeleiding nodig. De invulling van de zorg kan in de loop van de tijd veranderen, bijvoorbeeld:

  • wanneer de aandoening stabiel is
  • wanneer behandeling wordt aangepast of gestopt
  • bij veranderingen in levensfase (bijvoorbeeld overgang naar volwassenenzorg)

De hoofdbehandelaar bepaalt samen met de patiënt hoe de controles worden ingericht.

Wanneer contact opnemen

Zolang de patiënt onder behandeling is in het UMC Utrecht, kan bij vragen of nieuwe klachten contact worden opgenomen met het behandelteam.

Als de zorg (gedeeltelijk) is overgedragen aan een andere zorgverlener of ziekenhuis, is die behandelaar het eerste aanspreekpunt.

8) Voor jongeren

Voor jongeren met een chronische aandoening wordt de overgang naar volwassenenzorg zorgvuldig begeleid. Hierbij is aandacht voor:

  • het overnemen van eigen regie
  • kennis over de aandoening
  • voorbereiding op de toekomst

Deze overgang wordt afgestemd op de leeftijd en situatie.

Ondersteuning

Leven met een erfelijke of aangeboren nier- of urinewegaandoening kan impact hebben op het dagelijks leven.

Ondersteuning kan bestaan uit:

  • uitleg en begeleiding bij de aandoening (inclusief de erfelijkheid)
  • psychosociale ondersteuning
  • begeleiding bij school, werk of gezin
  • advies voor toekomstige kinderwens of zwangerschap

Bij vragen of zorgen kan contact worden opgenomen met het behandelteam.

9) Wetenschappelijk onderzoek

Het expertisecentrum doet onderzoek naar erfelijke en aangeboren nier- en urinewegaandoeningen. Dit onderzoek helpt om deze aandoeningen beter te begrijpen en de behandeling te verbeteren.

U kunt vaak, als u dat wilt, meedoen aan wetenschappelijk onderzoek. Dit kan op verschillende manieren:

  • meedoen aan onderzoeksdatabases (“registries” of biobanken)
  • bloed of weefsel doneren voor onderzoek
  • deelname aan studies naar nieuwe behandelingen

Meedoen is altijd vrijwillig. Uw behandelaar kan u informeren over de mogelijkheden. Deelname heeft geen invloed op uw reguliere behandeling.

Van onderzoek naar betere zorg

Het expertisecentrum werkt ook aan het verbeteren van de zorg op een bredere manier:

  • We helpen bij het maken van landelijke richtlijnen voor de behandeling van zeldzame nierziekten
  • We stemmen met andere centra af welke adviezen het beste zijn voor patiënten
  • We doen onderzoek naar hoe we de zorg kunnen verbeteren
  • Nieuwe kennis uit onderzoek passen we snel toe in de dagelijkse zorg

Doordat onderzoek en zorg bij ons dicht bij elkaar staan, kunnen nieuwe inzichten snel ten goede komen aan patiënten.

Samenwerking uitklapper, klik om te openen

Landelijke samenwerking

Internationale samenwerking

Ons expertisecentrum voor erfelijke een aangeboren nier- en urinewegaandoeningen is aangesloten bij:

  • ERKNet, het Europese Referentie Netwerk voor zeldzame nierziekten
  • EUROgen, het referentienetwerk voor zeldzame urologische aandoeningen

Wetenschappelijk Onderzoek uitklapper, klik om te openen

Om de zorg aan mensen met nier- en urinewegaandoeningen en erfelijke nierziekten te verbeteren, verrichten we binnen ons expertisecentrum veel wetenschappelijk onderzoek. Bekijk ons wetenschappelijk onderzoek naar erfelijke nierziekten voor voorbeelden.

Naast de gebruikelijke zorg die u in het kader van uw ziekte of aandoening in ons expertisecentrum krijgt, kunnen we u vragen of u mee wilt doen aan wetenschappelijk onderzoek. Bijvoorbeeld door erfelijk materiaal af te geven. Dit gebeurt meestal met behulp van bloedcellen. Hiervoor is een gewone bloedafname (bloedprikken) nodig. Hier vindt u meer informatie over deelname aan onderzoek naar erfelijk materiaal.

Contact uitklapper, klik om te openen

Bent u (of uw kind) onder behandeling bij een nefroloog, een kindernefroloog, een kinderarts, een uroloog, een kinderuroloog of een klinisch geneticus? Bespreek uw vragen dan met uw specialist. Als het nodig is, verwijst uw specialist u door naar ons expertisecentrum. 

Hebt u vragen over de oorzaak of erfelijkheid van uw ziekte of aandoening? Neem dan contact op met de afdeling Genetica. Hier kunt u ook terecht met vragen over de kans op een nierziekte of urinewegafwijking die in de familie voorkomt als u (nog) niet bij een medisch specialist in het UMC Utrecht in behandeling bent.

Afspraak uitklapper, klik om te openen

Voor het maken van een afspraak hebt u een verwijzing van de huisarts of specialist nodig.

Bent u al patiënt en hebt u een medisch inhoudelijke vraag? Neem dan contact met ons op via het patiëntportaal

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?
Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.

Werken bij het UMC Utrecht

Contact

Afspraken

Praktisch

umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet