Vorige

Autologe stamceltransplantatie

Bij een autologe stamceltransplantatie krijgt u stamcellen van uzelf via een infuus. Deze cellen komen in uw bloedbaan en nestelen zich daarna in uw beenmerg.

Voorbereiding

Voorbereidende onderzoeken

Dit kunnen onderzoeken zijn als:

    • Bloedonderzoek: hierbij kijken we of organen als de lever en nieren, goed functioneren. Daarnaast onderzoeken we welke virusinfecties u in het verleden heeft doorgemaakt.
    • ECG (hartfilmpje)
    • Röntgenfoto van hart en longen (X-thorax).  
    • Beenmergonderzoek: hiermee bepalen we de toestand van uw beenmerg vóór de transplantatie. Dit onderzoek is niet standaard.
    • Eventueel nog andere onderzoeken, bijvoorbeeld een CT-scanPET-scan of urineonderzoek. Uw arts overlegt met u welke onderzoeken precies nodig zijn. Voor de opname Het is sterk afhankelijk van uw situatie hoe lang u in het ziekenhuis bent. De duur van de totale opname kan variëren van 5 dagen tot 4 weken; als u na de autologe SCT thuis kunt zijn, is de opname  5-8 dagen en  komt u daarna driemaal per week in het ziekenhuis voor een controle. Zie voor meer informatie  en de voorwaarden de Informatiefolder Ambulante zorg

Tips voor het gesprek

Veel mensen vinden het prettig als ze het gesprek met hun zorgverlener kunnen voorbereiden. Deze tips kunnen u daarbij helpen.

Lees meer
Vrouw kijkt op telefoon

Wat moet u meenemen?

Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

Lees meer

Tijdens de behandeling

Een centrale lijn

Voor het toedienen van medicijnen en de stamcellen krijgt u een centrale lijn (PICC) ingebracht in de bovenarm. Dat is een slangetje in een groot bloedvat (groter dan een infuus). Uw arts vertelt u of dit bij u nodig is. Zie voor meer informatie de Informatiefolder Perifeer Ingebrachte Centraal veneuze Katheter (PICC).

Voorkomen van infecties

Door de chemotherapie verlaagt uw afweer. Dit komt doordat het aantal witte bloedcellen sterk daalt. U hebt daardoor een verhoogde kans op het krijgen van infecties. Wij behandelen u daarom uit voorzorg met bepaalde antibiotica en middelen tegen schimmelinfecties. Uit voorzorg, om voedselinfecties te voorkomen, adviseren wij u een voeding volgens de hygiënische voedingsrichtlijn. Zie voor meer informatie de Informatiefolder Voeding voor mensen met een verminderde weerstand en risico op ondervoeding. Voorbehandelingen

Voor de transplantatie krijgt u chemotherapie. Hiermee verminderen we de aanmaak van eigen (zieke) bloedcellen. De nieuwe stamcellen krijgen hierdoor de kans om nieuw bloed aan te maken.

De toediening van stamcellen

Het toedienen van stamcellen lijkt op een bloedtransfusie. Via het infuus gaan de stamcellen het bloedvat in, waarna deze hun weg zoeken naar het beenmerg om daar verder te ontwikkelen. Tijdens de transplantatie zijn er altijd een arts en verpleegkundige bij u. Ook uw familieleden mogen gewoon in uw kamer blijven. Zie voor meer informatie de Informatiefolder Stamcelaferese.

Na de behandeling

Controles na de SCT

Door chemotherapie werkt uw beenmerg tijdelijk minder goed. Hierdoor maakt het beenmerg minder nieuwe bloedcellen aan. Daarom houden wij u na de transplantatie goed in de gaten en krijgt u mogelijk ondersteunende behandelingen. De eerste tijd na ontslag komt u regelmatig op de polikliniek. Dit is meestal eenmaal per week. Afhankelijk van uw herstel hoeft u geleidelijk aan minder terug te komen.

Controle van het bloed en bloedtransfusies

We nemen na de transplantatie regelmatig wat bloed bij u af. Als het nieuwe beenmerg zich genesteld heeft, kan het zijn werk weer gaan doen. De aanmaak van bloedcellen komt dan weer op gang. Als het aantal bloedcellen in uw bloed te laag is, kan het zijn dat u transfusies nodig heeft van rode bloedcellen of bloedplaatjes.

Bijwerkingen

Infecties

Door uw verminderde afweer is er kans dat u een infectie oploopt. Bij een temperatuur van 38,5 graden of hoger, of koude rillingen, moet u direct contact opnemen met uw arts. Dan moeten we onderzoeken of er bacteriën en schimmels aanwezig zijn. Hier passen we de antibiotica op aan.

Vervolg

Tips voor na de behandeling

Na de transplantatie is uw weerstand verminderd. Om infecties zoveel mogelijk te voorkomen, is het belangrijk dat u zich aan een aantal leefregels houdt. Zo is een goede lichaamsverzorging en het voorkomen van wondjes erg belangrijk. De verpleegkundige neemt de leefregels uitgebreid met u door.

Enkele adviezen en richtlijnen zijn:

  • Was regelmatig uw handen, met name voor de maaltijd en na toiletgebruik.
  • Neem dagelijks een douche. Bekijk uw huid voor en na het douchen en let daarbij op punt-bloedinkjes, blauwe plekken of huiduitslag. Als u iets ongewoons signaleert, meld dit dan aan de verpleegkundige of arts.
  • Poets uw tanden na elke maaltijd en voor het slapen gaan. Spoel na het poetsen met fysiologisch zout.
  • Gebruik een elektrisch scheerapparaat (geen mesjes in verband met infectie- en bloedingsgevaar).
  • Knip uw nagels voorzichtig, zodat er geen wondjes ontstaan.
  • Gebruik alleen papieren zakdoeken.
  • Draag geen contactlenzen als u last hebt van uw ogen.
  • Voorkom in de periode dat u een groter risico loopt op infectie, dat u in contact komt met mensen met huid-, luchtweg,- of darminfecties (verkoudheid, griep of diarree).
  • Wees voorzichtig met zonlicht. Wanneer u de zon in gaat, moet u zich insmeren met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger) en beschermende kleding dragen.

Alle tips en adviezen zijn terug te vinden in het Patiënten Informatie Dossier, dat u van de verpleegkundige krijgt.

Patiënten Informatie Dossier Autologe stamceltransplantatie

Indien uw behandeld arts met u heeft besproken dat u een autologe stamceltransplantatie (SCT) zult ondergaan voor uw ziekte, kunt u het Patiënten Informatie Dossier (PID) lezen voor verdere informatie. Dit PID dient als voorbereiding en aanvulling op de informatiegesprekken met uw behandelend arts en de verpleegkundige van het stamceltransplantatieteam (SCT-verpleegkundige).

Patiëntenboekje  Autologe stamceltransplantatie

Patiëntenorganisatie Hematon heeft in samenwerking met onze zorgverleners een goede informatiebrochure voor patiënten gemaakt.

Autologe stamceltransplantatie en het UMC Utrecht

JACIE-accreditatie

Om stamceltransplantatie als behandeling te mogen geven, heeft het ziekenhuis een speciale accreditatie nodig.  Deze JACIE-accreditatie moet elke anderhalf à twee jaar opnieuw worden verleend. Er wordt dan beoordeeld of het ziekenhuis nog steeds aan de strenge kwaliteitseisen voldoet. In april 2016 is de JACIE-accreditatie van het UMC Utrecht verlengd.

Hebt u vragen?

Hebt u nog vragen over deze behandeling? Neem dan contact op met de Polikliniek Hematologie.

088 75 576 55

De polikliniek is op werkdagen bereikbaar van 8.00 tot 17.00 uur

Polikliniek

Verpleegafdeling

Ziektebeeld

We kunnen deze behandeling bij verschillende vormen van kanker toepassen