Terug

Systemische behandeling van melanoom

Als een chirurgische behandeling van het melanoom niet mogelijk is, wordt een behandeling met medicijnen voorgesteld. Medicijnen worden soms ook als aanvulling op een operatie gegeven. Omdat de medicijnen overal in het lichaam komen, wordt dit ook wel systemische behandeling genoemd.

Systemische behandeling: medicijnen

Deze behandeling worden óf in tabletvorm óf als infuus voorgeschreven. Omdat de medicijnen overal in het lichaam komen wordt dit ook wel systemische behandeling genoemd: niet alleen de plaats van de tumor wordt behandeld, maar het hele systeem, het hele lichaam.
Behandeling met medicijnen kan worden voorgesteld als:

  • Adjuvante behandeling: patiënten met een melanoom die een lymfeklieroperatie hebben ondergaan vanwege uitzaaiingen in de lymfeklieren (stadium III) kunnen adjuvant behandeld worden met medicijnen. Het doel van adjuvante behandeling met medicijnen is het doden van melanoomcellen die mogelijk - na de operatie – zijn achtergebleven. De kans op lokale terugkeer van de ziekte en/of het ontstaan van uitzaaiingen kan daarmee worden verkleind. 
  • Palliatieve behandeling: Als een chirurgische behandeling (operatie) van het melanoom niet mogelijk is of als er uitzaaiingen zijn wordt een palliatieve behandeling met medicijnen voorgesteld. Het doel hiervan is het remmen van de ziekte of het voorkomen of bestrijden van klachten.

Als patiënt  kunt u deze soorten medicijnbehandeling krijgen:

Omdat het melanoom vrijwel ‘ongevoelig’ is voor chemotherapie wordt deze vorm van systemische therapie bijna niet meer toegepast.  

De keuze van de behandeling

De keuze van behandeling hangt af van een aantal factoren zoals:

  • de BRAF-mutatie-status
  • uitgebreidheid van uitzaaiingen (bijvoorbeeld in de hersenen)
  • de hoogte van het LDH in het bloed
  • uw conditie

Uw behandelend arts zal de mogelijkheden met u bespreken.
 

Behandeling van het uitgezaaid melanoom met doelgerichte therapie

Bij ongeveer de helft van de patiënten heeft het melanoom een verandering (mutatie) van het BRAF-gen. De tumorcel heeft als het ware een (BRAF) vlaggetje aan zijn celwand. Alleen als deze mutatie aanwezig is kan een behandeling worden gegeven met BRAF-remmers. Dit is een vorm van doelgerichte behandeling.
Een behandeling met een BRAF-remmer kan verschillende doelen hebben:

  • Adjuvante behandeling: Bij patiënten met een melanoom die een lymfeklieroperatie hebben ondergaan vanwege uitzaaiingen in de lymfeklieren (stadium III) heeft deze behandeling als doel de kans op lokale terugkeer van de ziekte en/of het ontstaan van uitzaaiingen te verkleinen.
  • Palliatieve behandeling: Bij patienten met een uitgezaaid melanoom waarbij een operatie niet (meer) mogelijk is heeft de behandeling als de groei van het uitgezaaide melanoom te remmen.
BRAF-remmers en MEK-remmers worden als tablet ingenomen. Er zijn verschillende BRAF-en MEK remmers beschikbaar: 
  • vemurafenib (BRAF-remmer)
  • dabrafenib (BRAF-remmer)
  • dabrafenib in combinatie met trametinib (BRAF-remmer in combinatie met MEK-remmer)
  • vemurafenib in combinatie met cobimetinib (BRAF-remmer in combinatie met MEK-remmer)

Behandeling van het melanoom met immuuntherapie

Immuuntherapie wordt via een infuus op de dagbehandeling van de medische oncologie toegediend.
U kunt één van de volgende behandelingen krijgen:

  • Ipilimumab. Ipilimumab is een zogeheten 'checkpoint-remmer'. Dat zijn medicijnen die de verdediging van kankercellen tegen ons immuunsysteem (= afweersysteem) ongedaan maken. Ipilimumab is gericht tegen CTLA4. Ipilimumab wordt totaal vier keer gegeven. Tussen de toedieningen zit steeds 3 weken. 
  • Nivolumab of pembrolizumab. Dit zijn ook checkpoint-remmers, gericht tegen PD1. Afhankelijk van het middel wordt dit iedere twee, drie of vier weken toegediend.
  • Combinatie van ipilimumab met nivolumab. Beide middelen worden na elkaar, op één dag toegediend. Dit gebeurt vier keer, met tussenpozen van drie weken. Daarna wordt de behandeling met ipilimumab gestopt. De behandeling met nivolumab wordt voortgezet. Nivolumab wordt één keer per twee of vier weken toegediend.