Terug

Congenitale dyserythropoëtische anemie

Congenitale dyserythropoëtische anemie is een zeldzame erfelijke (aangeboren) vorm van bloedarmoede (anemie) die het gevolg is van een slechte en verminderde aanmaak (dys-poiëse) van rode bloedcellen (erythro). Bij sommige vormen van congenitale dyserythropoëtische anemie gaat dit in combinatie met een versnelde afbraak van rode bloedcellen (hemolyse). Door de verminderde aanmaak en de versnelde afbraak bevat het bloed te weinig hemoglobine. Dat noemen we bloedarmoede. Mensen met bloedarmoede hebben vaak last van vermoeidheid en kortademigheid bij inspanning.

Oorzaak

Congenitale dyserythropoëtische anemie (CDA) is een zeldzame erfelijke aandoening van de rode bloedcellen. Door een verandering in het DNA (mutatie) kunnen de rode bloedcellen zich niet goed ontwikkelen. Er worden minder rode bloedcellen aangemaakt (dys-poiëse) en bij sommige mensen is er ook sprake van verhoogde afbraak (hemolyse).

CDA Type 1

CDA type 1 wordt gekenmerkt door matige bloedarmoede. De diagnose wordt vaak gesteld in de kindertijd of pubertijd. Veel patiënten hebben een gele verkleuring van de huid en ogen (geelzucht). Ook hebben zij een vergrote lever en milt.

CDA Type 2

Patiënten met CDA type 2 hebben een milde tot matig ernstige bloedarmoede en de daarmee gepaard gaande geelzucht en vergrote milt en lever. Deze aandoening veroorzaakt ook vaak ijzerstapeling (meestal rond het 20e levensjaar), met bijbehorende risico’s op schade aan weefsels en organen. CDA type 2 komt vaker voor dan CDA type 1 en het klinische beeld is ernstiger.

CDA Type 3

Dit is is de meest zeldzame vorm van CDA. De bloedarmoede en klachten zijn over het algemeen mild.  

CDA Type 4

 CDA type 4 is eveneens erg zeldzaam. Patiënten hebben een ernstige bloedarmoede en zijn vaak afhankelijk van bloedtransfusies. Hierbij ontstaat ook ijzerstapeling, met risico’s op schade aan weefsels en organen. Daarnaast kunnen lever en milt vergroot zijn.

Erfelijkheid

CDA Type 1 en 2: Autosomaal recessieve overerving

CDA type 1 en 2 hebben een autosomaal recessief overervingspatroon. Dat wil zeggen dat de ziekte alleen tot uiting komt als het kind van beide ouders het afwijkende gen erft (recessief). Het geslacht van het kind is hierbij niet van invloed (autosomaal). Daarom komen CDA type 1 en 2 zowel bij jongens als meisjes voor.

CDA Type 3 en 4: Autosomaal dominante overerving

CDA type 3 en 4 hebben een autosomaal dominant overervingspatroon. Dit betekent dat wanneer slechts één van beide ouders het afwijkend gen bezit, de aandoening bij het kind tot uiting komt (=dominant). CDA type 3 en 4 zijn niet geslachtsgebonden (autosomaal) en daarom komt de ziekte zowel voor bij jongens als meisjes.

Onderzoek

De diagnose CDA wordt gesteld op basis van:

- Lichamelijk onderzoek
- Bloed- en ijzerstapeling onderzoek
- Beenmergonderzoek (niet altijd nodig)
- Genetisch onderzoek

Daarnaast zijn voor het stellen van de diagnose CDA vier criteria vereist:

- Aanwezigheid van erfelijke of aangeboren bloedarmoede
- Verstoorde aanmaak van de rode bloedcellen (erytropoïese)
- Veranderde vorm van erythroblasten (voorlopers van de rode bloedcel) in het beenmerg
- Uitsluiting van andere vormen van een aangeboren bloedarmoede

Behandeling

Stamceltransplantatie

Bij zeer ernstige vormen van CDA type 2 kan stamceltransplantatie worden overwogen. Stamceltransplantatie is de enige mogelijkheid op genezing van CDA type 2. Hiervoor moet een geschikte donor beschikbaar zijn. Een stamceltransplantatie brengt veel risico’s met zich mee omdat het kan leiden tot complicaties zoals ernstige ziektes en soms de dood. Bespreek de mogelijkheden van een stamceltransplantatie met een expert op het gebied van CDA.

Interferon alpha

Bij sommige patiënten met CDA type 1 kan behandeling met interferon alpha de bloedarmoede verbeteren. Hier zitten echter ook bijwerkingen aan wat een reden kan zijn om te stoppen met de behandeling

Vitamine D/calcium

CDA geeft een verhoogde kans op botontkalking (osteoporose). Het is verstandig om in ieder geval eenmalig de mate van botontkalking te onderzoeken met een DEXA-scan. Als er sprake is van botontkalking, wordt er extra vitamine D, calcium en een botbeschermend medicijn zoals bisfosfonaat voorgeschreven.

Foliumzuur

Veel artsen schrijven foliumzuur voor. Foliumzuur helpt bij de aanmaak van rode bloedcellen. Een tekort verergert de bloedarmoede.

Bloedtransfusie

Als het hemoglobine (Hb) daalt, kan een bloedtransfusie gegeven worden. Er is momenteel geen duidelijke richtlijn wat een wenselijke waarde is om transfusie te geven. Sommige mensen functioneren prima op een Hb van 4 of 5 mmol/L, maar anderen krijgen een bloedtransfusie om de Hb-waarde te verhogen naar 6 of 7 mmol/L. Veel hangt af van de conditie van de patiënt en de visie van de arts.
 
Veel bloedtransfusies kunnen leiden tot ijzerstapeling. IJzerstapeling geeft vooral problemen in de lever en het hart, maar het kan ook de hormoonproductie verstoren en in de gewrichten gaan zitten. Te weinig transfusies is ook niet goed, en kan leiden tot chronische schade aan het hart. Het is verstandig dit in een expertise centrum voor CDA zoals het UMC Utrecht te bespreken. 

Miltverwijdering

Het verwijderen van de milt (splenectomie) wordt bij CDA overwogen als er veel pijnklachten zijn. Het verwijderen van de milt geeft in de meerderheid van de gevallen een blijvende vermindering van de pijnklachten. Het effect op ijzerstapeling en de anemie is onduidelijk en dit zijn geen redenen om miltverwijdering te overwegen.

Een miltverwijdering kan worden gedaan bij patiënten van alle leeftijden, maar in principe niet bij kinderen jonger dan 2 jaar en bij voorkeur boven de 5 jaar. Omdat de afweer tegen infecties verlaagt als de milt is verwijderd, moet de patiënt voor de operatie een aantal vaccinaties krijgen en na de operatie twee jaar lang dagelijks antibiotica slikken. Daarnaast gaat het risico op trombose (bloedprop) omhoog na verwijdering van de milt. De voor- en nadelen moeten dus goed worden afgewogen.

Complicaties

IJzerstapeling

In rode bloedcellen zit veel ijzer. Wanneer rode bloedcellen worden afgebroken komt dit ijzer vrij in het lichaam en wordt het afgevoerd. Het lichaam kan echter maar een beperkte hoeveelheid ijzer afvoeren. Bij verhoogde afbraak van rode bloedcellen kan het lichaam niet al het vrij gekomen ijzer afvoeren, waardoor er een teveel aan ijzer in het lichaam ontstaat. Dit noemen we ijzerstapeling. IJzerstapeling kan ook het gevolg zijn van verhoogde opname van ijzer uit de voeding. Dit komt doordat de aanmaak van rode bloedcellen versneld is en er dus ook meer bouwstenen nodig zijn.

 Tot slot kan ijzerstapeling worden veroorzaakt door de bloedtransfusies. Wanneer het ijzer niet kan worden afgevoerd, zal het zich gaan opstapelen. Dit kan overal in het lichaam gebeuren, maar geeft de meeste problemen in de lever en het hart. Daarnaast kan het ook de hormoonproductie verstoren en in de gewrichten gaan zitten. IJzer kan uit het lichaam worden afgevoerd met medicijnen. Dit wordt ook wel chelatietherapie genoemd.

 Aplastische of hemolytische crisis

Bepaalde infecties, bijvoorbeeld veroorzaakt door het parvo-B19 virus, kunnen een zogenoemde aplastische crisis veroorzaken. Hierbij daalt het Hb tot zeer lage waarden en kan het nodig zijn om een bloedtransfusie te geven, omdat er geen rode bloedcellen meer worden aangemaakt terwijl deze wel worden afgebroken. Daarnaast geven veel andere infecties met bacteriën of virussen een versnelde afbraak van rode bloedcellen wat een sterke Hb daling tot gevolg kan hebben. In een dergelijke situatie zal de geelzucht ook toenemen. Vaak zijn aplastische of hemolytische crises kortdurend van aard en is het herstel volledig.

Galstenen

De versnelde afbraak van rode bloedcellen veroorzaakt een overschot aan bilirubine. Dit kan leiden tot geelzucht en zeer pijnlijke galstenen. De behandeling bestaat uit het verwijderen van de galblaas en galstenen. Soms blijven de klachten door kleine steentjes in de galwegen. Daarnaast zijn veel patiënten geel van kleur doordat het bilirubine in de huid gaat stapelen.

Skeletafwijkingen

Sommige mensen met CDA type 1 vertonen aangeboren skeletafwijkingen, meestal aan de vingers en/of tenen. Soms kunnen deze afwijkingen door een operatie verbeterd worden.

 Overige complicaties

Er zijn nog meer complicaties beschreven bij CDA. Het is daarom verstandig om onder controle te zijn van een medisch specialist op dit gebied.

Hebt u vragen?

Heeft u vragen over congenitale dyserythropoëtische anemie of wilt u een afspraak maken? Neem dan gerust contact op met de Van Creveldkliniek.