Een man met een afstudeercap en toga staat op een podium

Oratie Niels Eijkelkamp: op zoek naar de uit-knop van pijn

| Infecties en immuunziekten |Nieuws
5 minuten

Chronische pijn is vaak onzichtbaar, maar bepaalt het dagelijks leven van miljoenen mensen. Wereldwijd heeft één op de vijf volwassenen ermee te maken. Tijdens zijn oratie op 28 mei liet Niels Eijkelkamp, hoogleraar Neuro-immunologie van Pijn aan de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht, zien waarom chronische pijn veel meer is dan een symptoom van ziekte. In zijn rede Over de grens van pijn pleit hij voor een fundamenteel andere manier van kijken naar pijn én behandeling ervan.

Van rooksignaal naar zelfstandige ziekte 

“Traditioneel zagen we chronische pijn als een rooksignaal: blus de onderliggende ziekte en de pijn verdwijnt.” Volgens prof. Niels Eijkelkamp vormt die gedachte nog steeds de basis van veel medische zorg. De reumatoloog kijkt naar het gewricht, de neuroloog naar de zenuw en de oncoloog naar de tumor. “Elk claimt het eigen orgaan als bron. Repareer het orgaan en de pijn stopt.” Een versnipperde aanpak. Echter blijft bij veel patiënten de pijn bestaan, ook als de oorspronkelijke oorzaak succesvol is behandeld. Dat is volgens hem geen uitzondering, maar een veelvoorkomend probleem. Meer dan twintig procent van de patiënten met bijvoorbeeld reuma of artrose houdt pijnklachten, zelfs wanneer een ontsteking onder controle is of een versleten gewricht is vervangen. “Chronische pijn is dan dus een eigen aandoening, los van de oorspronkelijke schade.”  

Die gedachte kreeg in 2019 officiële erkenning, toen de Wereldgezondheidsorganisatie chronische pijn opnam als zelfstandige ziekte. Toch wordt pijn volgens Niels nog vaak benaderd als een symptoom van een ziekte. “Hier wringt de schoen van de moderne geneeskunde: we behandelen wat we kunnen zien, niet wat de patiënt voelt.”  

Volgens Niels vraagt dit om een fundamenteel andere manier van werken. “Chronische pijn trekt zich niets aan van medische disciplines. Toch organiseren we zorg en onderzoek nog steeds langs die grenzen.” Volgens hem belemmert dat het vinden van effectieve behandelingen. “We moeten juist kijken naar de gemeenschappelijke mechanismen, dwars door ziektes en specialismen heen.” 

Van filosofie naar biologie 

Om uit te leggen waarom een andere kijk nodig is, nam Niels zijn publiek mee door de geschiedenis van het pijnonderzoek. Al in de klassieke oudheid beschreef de Romeinse arts Celsus pijn als één van de kenmerken van ontsteking, naast roodheid, warmte en zwelling. Daarmee zag hij al een verband tussen het afweersysteem en pijn. 

Eeuwen later introduceerde René Descartes een heel andere visie. Hij zag pijn als een rechtstreekse verbinding tussen lichaam en hersenen: een mechanisch signaal dat van A naar B reist. Dat beeld bleef eeuwenlang dominant. 

Pas in de jaren zestig ontstond een nieuw inzicht. Onderzoekers Ronald Melzack en Patrick Wall beschreven de beroemde Gate Control Theory. Zij lieten zien dat pijnsignalen onderweg kunnen worden versterkt of juist afgeremd. Pijn was niet langer een rechte lijn, maar een dynamisch proces. Hun theorie vormde de basis voor moderne pijnbehandelingen, zoals ruggenmergstimulatie. “Dat was een revolutie voor het pijnonderzoek”, zegt Niels. “Maar ook deze theorie keek vooral naar zenuwen. De rol van het immuunsysteem bleef buiten beeld.” 

Een gesprek tussen twee systemen 

Precies daar begon zijn eigen wetenschappelijke zoektocht. Tijdens zijn initieel onderzoek ontdekte hij samen met collega’s dat zenuwcellen veel actiever zijn dan lange tijd werd gedacht. Ze registreren niet alleen ontstekingen, maar kunnen die ervaringen ook onthouden. Een eerdere ontsteking verandert de manier waarop een zenuwcel reageert op nieuwe signalen. Daardoor kan een tijdelijke pijnreactie overgaan in een langdurige toestand van verhoogde gevoeligheid. “Dat gaf een eerste antwoord op een vraag die mij al jaren bezighield: hoe kan pijn chronisch worden terwijl de wond allang genezen is? Dat onderzoek was mijn eigen switch. Het zette mijn fascinatie voor pijnonderzoek definitief aan.” 

Tegelijkertijd begon steeds duidelijker te worden dat zenuwcellen niet alleen opereren. Ze staan voortdurend in contact met immuuncellen. “Waarom zouden twee systemen die hetzelfde gevaar waarnemen, volledig onafhankelijk van elkaar opereren?” Volgens Niels communiceren het zenuwstelsel en het immuunsysteem voortdurend met elkaar. Juist die interactie bepaalt of het lichaam succesvol herstelt of dat pijn blijft bestaan. “Het lichaam kent geen grenzen tussen specialismen en disciplines,” zegt Niels. “Die grenzen hebben wij bedacht. Als we pijn echt willen begrijpen, moeten we er dwars doorheen werken.” 

Op zoek naar de uit-knop van pijn 

Lange tijd richtte onderzoek naar chronische pijn zich vooral op één vraag: wat houdt pijn in stand? Niels besloot de vraag om te draaien. Wat gebeurt er eigenlijk wanneer pijn wél weer verdwijnt? 

Die zoektocht leidde tot een verrassende ontdekking. Tijdens herstel van een tijdelijke ontsteking verzamelen macrofagen, afweercellen die beschadigd weefsel opruimen, zich rond zenuwcellen. Daar geven ze zelfs mitochondriën, de energiefabriekjes van de cel, door aan zenuwen die moeite hebben om terug te keren naar hun normale toestand. Wanneer die hulp uitblijft, blijkt pijn niet goed te verdwijnen. 

Die ontdekking was verrassend, omdat chronisch pijnonderzoek zich traditioneel vooral richt op mechanismen die pijn aanhouden. Voor Niels markeert dit als een fundamentele verschuiving in het denken over chronische pijn. “Het klassieke idee is dat pijn vanzelf uitdooft als een kaars wanneer de oorzaak verdwijnt. Maar het stoppen van pijn blijkt een actief proces te zijn.” 

Nieuwe behandelingen in zicht 

De inzichten uit dit onderzoek bieden nieuwe mogelijkheden voor behandeling. In plaats van alleen pijn te onderdrukken, wil Niels therapieën ontwikkelen die het natuurlijke herstelproces van het lichaam ondersteunen of nabootsen. 

Samen met onderzoekers binnen het UMC Utrecht ontwikkelde hij zogenoemde Synerkines: combinaties van signaalstoffen uit het immuunsysteem die pijn in experimentele modellen effectief kunnen verminderen. Het onderzoek richt zich onder meer op chronische ontstekingspijn, zenuwpijn na chemotherapie en artrosepijn. Volgens Niels kan deze aanpak op termijn leiden tot een nieuwe generatie behandelingen voor chronische pijn, vergelijkbaar met de impact die immunotherapie heeft op kanker en ontstekingsziekten. 

De inzichten uit het onderzoek blijken bovendien niet alleen relevant voor chronische pijn. Ook bij aandoeningen zoals long covid en ME/CVS lijken verstoringen in de communicatie tussen immuunsysteem en zenuwstelsel een belangrijke rol te spelen.

Een groep mensen in een kamer

Leren van een zwerm spreeuwen 

Als metafoor voor zijn visie op zijn onderzoek, en onderzoek in het algemeen, gebruikte Niels tijdens zijn oratie een zwerm spreeuwen. Honderden, duizenden, vogels bewegen als één complex dynamisch geheel. Door elegant eenvoudige regels (drie simpele principes), onderling vertrouwen en voortdurende interactie ontstaat een complex maar georganiseerd systeem. 

Volgens hem geldt hetzelfde voor het lichaam. Chronische pijn ontstaat niet door één enkele cel, één zenuw of één beschadigd orgaan. Het is het resultaat van voortdurende communicatie tussen verschillende systemen die elkaar beïnvloeden. Die metafoor geldt volgens hem niet alleen voor het lichaam, maar ook voor de wetenschap zelf. “Wetenschap ontleent haar kracht aan cruciale principes: wendbaarheid, vertrouwen, en bewegingsvrijheid, en dat met elegante eenvoud in regels” 

Over de grenzen heen 

Met zijn leerstoel Neuro-immunologie van Pijn, onderdeel van het strategische onderzoeksprogramma Infection & Immunity van het UMC Utrecht, wil Niels de grenzen tussen immunologie, neurowetenschappen en klinische zorg verder verbinden. Als hoofdonderzoeker bij het Center for Translational Immunology (CTI) wil hij beter te begrijpen hoe chronische pijn ontstaat, waarom die blijft bestaan en hoe het lichaam pijn weer kan stoppen. Volgens hem vraagt dat om een andere benadering: niet alleen kijken naar beschadigde zenuwen, ontstoken gewrichten of zieke organen, maar naar de voortdurende interactie tussen de systemen die ons lichaam beschermen en laten herstellen.  

Tegelijkertijd ziet Niels dat de manier waarop wetenschap nu vaak is georganiseerd, innovatie juist kan afremmen. “We hebben onderzoeksaanvragen en zorgvuldige beoordeling natuurlijk hard nodig, maar de balans is doorgeslagen. We vragen om doorbraken, maar organiseren onderzoek soms via 60-pagina lange subsidieaanvragen, zeer frequente tussentijdse rapportages en een hoge administratieve druk.” Volgens hem gaat zo kostbare tijd en energie verloren die niet aan ontdekking wordt besteed. “Echte wetenschap ís juist afwijken van het oorspronkelijke plan als de data of een onverwachte observatie daartoe uitnodigt.”  

Hij pleit daarom voor compactere aanvragen, minder rapportageverplichtingen en meer vertrouwen, om ruimte te creëren voor serendipiteit, onverwachte inzichten en echte vernieuwing. “Chronische pijn is geen eenrichtingsverkeer”, besluit Niels. “Het is een gesprek tussen systemen. Als we dat gesprek beter begrijpen, én meer samenwerken over grenzen heen, kunnen we leren hoe we pijn kunnen uitzetten, en daarmee het chronisch pijnprobleem kunnen doorbreken.

Een groep mensen in zwarte gewaden

umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet