Sommige UMC’ers denken vooral aan toekomstige patiënten. Dat geldt bijvoorbeeld voor wetenschappelijk onderzoekers. 

Hoogleraar Onno Kranenburg is er zo een. “Als we darmkanker op dezelfde manier blijven behandelen, overleeft iedere vijf jaar slechts een half procent meer deze verschrikkelijke aandoening. Dat is veel te weinig. Om veel grotere resultaten te boeken, moeten we heel anders denken. Dat probeer ik te doen.”

Agressieve soort

Sinds kort is duidelijk dat er vier soorten darmkanker zijn. “Bij de meest agressieve vorm daarvan komen uitzaaiingen veel vaker voor en die zijn heel slecht te behandelen. Slechts twintig procent van de patiënten overleeft dat voor een periode van tenminste vijf jaar. Eigenlijk moet je dus uitzaaiingen zien te voorkomen. Hiervoor ontwikkelden wij eerst een methode om bij de eerste diagnose al te kunnen zien welke van de vier soorten darmkanker een patiënt precies heeft. Tot nu toe krijgt iedereen dezelfde behandeling. Wij denken dat je patiënten moet behandelen afhankelijk van de tumorsoort. Vooral voor die agressieve soort is een nieuwe behandeling nodig.”

Subsidie

“In ons jarenlang lopende vooronderzoek hebben we verschillen gevonden tussen ‘gewone’ tumorcellen en tumorcellen die verantwoordelijk zijn voor de uitzaaiingen. Om uitzaaiingen te voorkomen, moet je die laatste dus aanpakken. Wij hebben enkele theorieën over hoe dat zou kunnen. KWF Kankerbestrijding heeft ons subsidie gegeven om deze de komende tijd te testen. Het Dirkzwager-Assink Fonds, het Gieskes-Strijbis Fonds en Vrienden UMC Utrecht steunen deze onderzoekslijn ook.”

Lees meer verhalen