English translation for this page is not available

Vorige

Kaakbotopbouw

Als uw tanden en kiezen zijn getrokken, heeft het kaakbot op deze plaatsen geen functie meer. Hierdoor verdwijnt (slinkt) het kaakbot in de loop van de jaren. Als u dan een tandimplantaat wilt laten plaatsen, hebt u misschien te weinig kaakbot over, waardoor het implantaat te weinig houvast heeft. We kunnen dan uw kaak hoger of breder maken. Op de plek waar het implantaat moet komen, bouwen we de kaak op. Hiervoor kunnen we verschillende materialen gebruiken: bot dat we van een andere plaats uit het lichaam halen of kunstbot (synthetische botvervangers).

Voorbereiding

Voordat u met de behandeling begint, krijgt u een brief met informatie over de nazorg. Lees deze informatie goed door.

Als u narcose krijgt, moet u na 0.00 uur nuchter blijven. Dit betekent dat u niet mag eten, drinken en roken. Omdat het wondgebied goed schoon moet zijn, moet u de avond of ochtend voor de operatie douchen en uw haren wassen. Ook moet u ’s ochtends uw tanden poetsen.

Om trombose te voorkomen krijgt u  meestal één keer per dag een spuitje met een bloedverdunnend middel. Als u na de operatie voldoende uit bed komt, wordt dit weer gestopt.

Tips voor het gesprek over de operatie

Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich voorbereiden op het gesprek met uw zorgverlener over uw operatie.

Lees meer
Vrouw kijkt op telefoon

Wat moet u meenemen?

Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

Lees meer

Tijdens de behandeling

Voor en tijdens de behandeling

Als we bot uit uw eigen lichaam gebruiken, begint de arts met het weghalen van dat bot. Hij maakt een snee in de huid en haalt het bot weg dat hij nodig heeft. Soms laat hij in de wond een slangetje (drain) achter. Hierdoor kan het wondvocht weglopen. De drain wordt aangesloten op een opvangpot.Vervolgens begint de arts met de operatie in de mond. Hij maakt een snee in het tandvlees, waardoor hij de kaak kan zien. Daarna maakt hij het bot met schroefjes vast aan de kaak. Hierna hecht hij het tandvlees. Het bot groeit vast aan de kaak.

Hoe lang de operatie duurt, is afhankelijk van de plaatsen waar bot wordt opgebouwd en waar in het lichaam het bot wordt weggehaald.
Na de grotere operaties met narcose wordt u één of twee dagen opgenomen op onze afdeling.

Poliklinische behandeling

Als u op de polikliniek wordt behandeld, met plaatselijke verdoving, dan kunt u na de ingreep direct weer naar huis. U krijgt dan medicijnen mee, dit zijn meestal antibiotica en pijnstillers. Ook leggen we u uit wat u in de dagen na de ingreep mag eten en drinken.

Operatie

Wat gebeurt er voor tijdens en na de operatie?

Lees meer

Anesthesie (verdoving of narcose)

Dit is algemene informatie over anesthesie (verdoving of narcose). De anesthesioloog geeft u tijdens het ‘preoperatief spreekuur’ meer uitleg over anesthesie.

Lees meer

Zorgverleners

Tijdens de behandeling krijgt u te maken met een team van behandelaars van de afdeling mondziekten, kaak-, aangezichtschirurgie en bijzondere tandheelkunde. De behandelaars zijn:

  • een kaakchirurg: doet de operaties en plaatst de implantaten
  • assistenten: assisteren bij de operaties en de tandheelkundige behandeling

Mogelijke complicaties

Zelfs als een behandeling helemaal goed is gedaan, kunnen er problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties.

Complicaties die na een operatie kunnen voorkomen zijn een nabloeding of ontstekingen. Soms groeit het bot niet goed vast door bijvoorbeeld een ontsteking en kan het afgestoten worden. Het bot wordt dan met een operatie verwijderd.

Na de behandeling

Voordat u met de behandeling begint, krijgt u een brief met informatie over de nazorg. Lees deze informatie goed door.

Na de behandeling hebt u een infuus. U krijgt waarschijnlijk antibiotica via dit infuus. Dit is een medicijn om infecties te voorkomen. Deze antibiotica moet u ongeveer een week gebruiken, om te voorkomen dat het getransplanteerde bot wordt afgestoten.
U gebruikt de eerste dagen vloeibare of zachte voeding om de wond in uw mond tot rust te laten komen. In overleg met de arts kunt u na ongeveer een week weer vaster voedsel eten.

Afhankelijk van de plaats van het gebruikte bot hebt u een wond bij een rib of de rand van uw bekken. Deze kan pijnlijk zijn en het lopen de eerste dagen lastig maken. De fysiotherapeut kan u hierbij adviezen geven. 
We sturen een brief aan uw huisarts met informatie over de ingreep. Voor de eerste controle komt u na één tot drie weken op de polikliniek. Als het nodig is, worden de hechtingen dan verwijderd. Ook maken we een röntgenfoto (OPG) van uw kaak.

De volgende controle op de polikliniek is drie maanden na de operatie. Ook dan maken we een röntgenfoto en kijkt de arts in uw mond. Als u in aanmerking komt voor het plaatsen van implantaten, krijgt u hiervoor een afspraak op de polikliniek.

Leefregels

Een intensieve verzorging van uw mond na de operatie is erg belangrijk. Hiermee geneest de wond sneller en hebt u minder kans op infecties. De verpleegkundige en mondhygiëniste bespreken met u hoe u dit het beste kunt doen. Wij adviseren u:
• viermaal per dag de mond spoelen met een oplossing van één deel cetrimide 0,1% verdund met negen delen water
• eventueel nog aanwezige tanden en kiezen poetsen
• voorzichtig uw tandvlees schoonmaken met natte gaasjes
• uw lippen goed vet te houden met bijvoorbeeld cacaoboter

Mogelijke bijwerkingen

De pijn na de operatie is meestal goed te behandelen met pijnstillers. Als we bot uit de bekkenkam hebben gehaald, dan kunt u hierdoor nog een paar weken pijn hebben bij het lopen en opstaan.
Verder kan uw gezicht de eerste dagen na de operatie gezwollen zijn. Vanaf de derde dag na de operatie neemt deze zwelling langzaam af. Tijdens en na de operatie krijgt u medicijnen om zwelling van uw gezicht tegen te gaan.
Zoals na elke ingreep, kunt u zich enkele dagen wat zwak voelen.  

Wachttijden

Laatst bijgewerkt: 11-6-2018

Toegangstijd polikliniek Kaakchirurgie: 7 dagen

Belangrijk

Dit is de gemiddelde wachttijd. De wachttijd kan per patiënt verschillen. Het is afhankelijk van de reden voor verwijzing.