English translation for this page is not available

Vorige

Elektrofysiologisch onderzoek

Een elektrofysiologisch onderzoek (efo) vindt plaats om de oorzaak en de plaats van een hartritmestoornis op te sporen.

  • Voorbereiding

    U wordt een dag voor het onderzoek opgenomen in het ziekenhuis. De cardioloog geeft u informatie over het onderzoek en bespreekt met u of u tijdelijk bepaalde medicijnen niet mag gebruiken. Ook vraagt de cardioloog of u overgevoelig of allergisch bent voor bepaalde medicijnen, jodium of pleisters. En of u mogelijk zwanger bent. De verpleegkundige geeft u informatie over de opname in het ziekenhuis. We doen de volgende onderzoeken:

    De dag voor het onderzoek is het tijdstip waarop het onderzoek plaatsvindt bij benadering bekend. U mag vanaf 0.00 uur 's nachts niets meer eten. Tot twee uur voor het onderzoek  mag u nog water drinken. Dit is om braken en misselijkheid tijdens het onderzoek te voorkomen.

    Helaas moeten wij soms het onderzoek uitstellen wegens onvoorziene omstandigheden.

    Wat moet u meenemen?

    Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

    Tips voor het gesprek over een onderzoek

    Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich voorbereiden op het gesprek met uw zorgverlener over een onderzoek.

  • Tijdens het onderzoek

    Het onderzoek vindt plaats op de hartkatheterisatiekamer. Het onderzoek duurt meestal twee tot vier uur. In de hartkatheterisatiekamer is veel apparatuur aanwezig.

    Voorbereidingen

    U stapt vanuit uw bed over op een onderzoektafel. U krijgt plakkers (elektroden) op de huid en we sluiten u op een monitor aan. Daarmee bewaken we uw hartritme. Wij bedekken uw lichaam met steriele doeken en maken uw liezen goed schoon met chloorhexidine 0,5%. Op de plaats waar de katheter(dun slangetje) wordt ingebracht, wordt uw huid plaatselijk verdoofd. Dit gebeurt met een injectie. Deze prik kan pijnlijk zijn. Tijdens het onderzoek moet u zo stil mogelijk blijven liggen. Als u kramp of rugpijn krijgt, vertel dit dan.

    Prikkels toedienen

    De cardioloog brengt twee tot vier dunne slangetjes (katheters) in. Deze katheters worden vanuit de lies door de bloedvaten heen naar het hart opgeschoven. Dit kan vervelend aanvoelen.

    De cardioloog gaat nu proberen uw ritmestoornissen op te sporen. Via de katheters worden er elektrische prikkels aan het hart toegediend. Die prikkels kunnen hartritmestoornissen opwekken. Als de hartritmestoornis optreedt, kan het voelen of uw hart op hol slaat. Dit kan een bekend gevoel geven. Heel soms worden patiënten duizelig of raken bewusteloos.

    Herstel ritme

    We maken een hartfilmpje (ecg) van de ritmestoornis. Daarna stopt de cardioloog de ritmestoornis zo snel mogelijk. Dit gebeurt soms door middel van een stroomstoot op de borst. Hier merkt u niets van. Maar u kunt wel last hebben van lichte brandplekken, veroorzaakt door de stroomstoot. Na ongeveer twee dagen is dat meestal over. Eventueel worden er via een infuus medicijnen toegediend. Hiermee kan de cardioloog testen hoe de ritmestoornissen reageren op deze medicijnen.

    Verwijderen katheter

    U mag tijdens het onderzoek gewoon praten met de cardioloog en verpleegkundigen. Als het onderzoek is afgelopen verwijdert de cardioloog de katheters. De aangeprikte plaats wordt verbonden en eventueel dichtgedrukt. De verpleegkundige brengt u in uw eigen bed terug naar de afdeling. U bent dan aangesloten op de monitor.

    Risico’s

    Er zijn nauwelijks risico’s bij een elektrofysiologisch onderzoek. Uw cardioloog vertelt u hier meer over.

    Ervaringen van patiënten

    Sommige patiënten ervaren een elektrofysiologisch onderzoek als belastend. Zij zijn bang om:

    • een hartritmestoornis te krijgen
    • bewusteloos te raken
    • de controle te verliezen
  • Na het onderzoek

    Na het onderzoek

    Als u terugkomt op de verpleegafdeling b4 west mag u direct eten en drinken. Uw hartritme wordt bewaakt via de monitor. De verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk en het wondje in uw lies in verband met een mogelijke nabloeding. Uw lies is in het begin pijnlijk en u kunt kleine bloeduitstortingen hebben op de prikplaatsen. Als dit grote bloeduitstortingen zijn dan moet u de verpleegkundige waarschuwen. U krijgt dan een strak verband in de lies. Dit moet een paar uur blijven zitten.

    U mag het been waarin u bent geprikt niet buigen. U moet tot de volgende ochtend in bed blijven. De verpleegkundige zal u uitleg geven over hoe u in liggende houding kunt eten en de urinaal of po kunt gebruiken.

    De volgende ochtend luistert de arts met een stethoscoop of er geen bijzonderheden zijn aan uw lies. Is alles goed? Dan mag u op de afgesproken tijd uit uw bed. Als u naar huis gaat mag u niet zelf autorijden of fietsen. U mag een week lang niet zwemmen of fietsen en geen zware dingen tillen.

    Uitslag

    De uitslag van het onderzoek krijgt u op de afdeling van de cardioloog te horen. De cardioloog bespreekt met u of er een behandeling nodig is en welke de beste is.

    Mogelijke complicaties

    Zelfs als een onderzoek helemaal goed is gegaan (“volgens het boekje”), kunnen er problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties.

    Complicaties die kunnen optreden bij dit onderzoek zijn:

    • lage bloeddruk (hypotensie)
    • nabloeding (in de lies)
    • overgevoeligheid voor de gebruikte medicamenten, jodium of materialen
    • bloeduitstortingen op de prikplaatsen
    • u verliest het bewustzijn door een zeer snelle ritmestoornis
    • stolselvorming op de katheter (medicijnen kunnen dit voorkomen)


    Complicaties die zelden optreden:

Meer informatie

Er zijn verschillende websites met informatie over het elektrofysiologisch onderzoek. Wij adviseren u:

Contact en vragen

Hebt u vragen? Neem dan contact op met het secretariaat elektrofysiologie.

Het secretariaat is bereikbaar van
08.30 - 17.00 uur
op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag
(woensdag alleen voor spoedgevallen)

 

Behandelteam

Zorgverleners

Cardiologen met het aandachtsgebied elektrofysiologie voeren het onderzoek uit. Daarnaast maken verpleegkundigen en technici deel uit van het behandelteam.

Specialisme

...en het UMC Utrecht

Het UMC Utrecht is hét Hart- en vaatcentrum van midden-Nederland. Ons doel: minder hart- en vaatziekten. Hieraan werken we elke dag tijdens de patiëntenzorg, door wetenschappelijk onderzoek en door onderwijs.

Uw zorg in het Hart- en vaatcentrum: hier klopt alles voor u!

Het Hart- en vaatcentrum behandelt hart- en vaatpatiënten uit Utrecht en omstreken die zijn doorgestuurd door de huisarts (tweedelijnszorg), maar behandelt daarnaast patiënten uit heel Nederland met een complexe aandoening (derdelijnszorg). Daarnaast is het UMC Utrecht voor een aantal behandelingen ook een internationaal referentiecentrum (vierdelijnszorg).

De visie van het UMC Utrecht op hart- en vaatziekten: hier klopt alles voor u! Om hart- en vaatziekten goed te behandelen is het niet voldoende alleen de acute problemen (bijvoorbeeld een hartinfarct) te behandelen, maar juist ook de risicofactoren die hiertoe hebben geleid. Bij het goed diagnosticeren en behandelen van deze risicofactoren is de kennis van meerdere specialismen nodig.

In het Hart- en vaatcentrum werken de volgende medisch specialismen samen: cardiologie, neurologie, vasculaire geneeskunde, vaatchirurgie, nefrologie, geriatrie, radiologie, cardio-thoracale chirurgie, anesthesiologie, en de spoedeisende hulp.