Vorige

Cardiomyopathie

Een ander woord voor hartspierziekte is cardiomyopathie. Cardiomyopathie is een chronische ziekte, dat betekent dat u hier niet van kunt genezen. Wel kunt u leren leven met cardiomyopathie.

Er zijn verschillende vormen van cardiomyopathie. De meest voorkomende vormen zijn:

  • dilaterende cardiomyopathie: een vergroot hart;
  • hypertrofische cardiomyopathie: een te dikke en stugge hartspier waardoor de holte van de hartkamer te klein is.

Symptomen

Doordat bij cardiomyopathie de pompfunctie van het hart is verminderd, krijgen sommige lichaamsdelen minder bloed. Hierdoor kunnen allerlei klachten ontstaan. Niet iedereen heeft in het begin klachten.

De meest voorkomende klachten zijn:

  • vermoeidheid;
  • kortademigheid (vooral bij inspanning);
  • opgezette benen en enkels;
  • pijn op de borst (angina pectoris);
  • koude handen en voeten;
  • een vol gevoel in de bovenbuik;
  • verminderde eetlust;
  • prikkelhoest (vooral bij plat liggen);
  • onrustig slapen, niet meer plat liggen en ’s nachts vaak moeten plassen.

Oorzaken

Cardiomyopathie kan verschillende oorzaken hebben, maar de oorzaak is niet altijd bekend.

Oorzaken kunnen zijn:

  • erfelijkheid (de cardiomyopathie komt dan vaak bij meerdere familieleden voor);
  • langdurige hoge bloeddruk;
  • vernauwde kransslagaders;
  • langdurige hartritmestoornissen;
  • een infectie van de hartspier;
  • vergiftiging door medicijnen, alcohol of drugs;
  • afwijking aan de hartkleppen;
  • andere ziekten, zoals diabetes (suikerziekte) en schildklier- of stofwisselingsziekten  en stapelingsziekten.
    Stapelingsziekten zijn ziekten waarbij het ‘afval’ in de cel niet goed opgeruimd wordt, met allerlei medische problemen als gevolg.

Onderzoek en diagnose

De cardioloog start met het bekijken van uw medische voorgeschiedenis. Daarna stelt hij u enkele vragen. Dit heet de anamnese. Ook voert de arts een lichamelijk onderzoek uit. Hierbij luistert hij met een stethoscoop naar aanwijzingen voor hartklepafwijkingen of vocht in de longen. Tot slot kijkt de arts of u vocht vasthoudt in uw benen en of uw lever gezwollen is.

Daarnaast kunt u te maken krijgen met de volgende onderzoeken:

  • bloedonderzoek;
    Meestal prikken we bloed via een prik in uw arm. We onderzoeken uw bloed onder meer om na te gaan of uw hart beschadigd is.
  • röntgenfoto van hart en longen;
    Op een röntgenfoto van hart en longen kan de arts zien hoe groot uw hart is en hoe uw longen eruit zien. 
  • MRI-scan van het hart;
    Met een MRI-scan is de pompfunctie goed te beoordelen en zien we soms de oorzaak van de cardiomyopathie.
  • hartfilmpje (ecg);
    De arts beoordeelt het ecg en ziet dan of er storingen in het hartritme zijn, of het hart zuurstofgebrek heeft en wat de plaats van een eventueel hartinfarct is.
  • echo van het hart;
    Op de echobeelden ziet de arts of de hartspier goed beweegt en of de hartkleppen goed functioneren.
  • holteronderzoek;
    Bij een holteronderzoek registreren wij uw hartritme thuis 24 tot 48 uur lang. 
  • inspannings-ecg;
    Bij een inspannings-elektrocardiogram (ecg) meten we de elektrische activiteit van uw hart tijdens toenemende inspanning.
  • hartkatheterisatie: Bij een hartkatheterisatie kunnen we zien of er vernauwingen zijn in de kransslagaders van het hart.
  • erfelijkheidsonderzoek .

Behandeling

Cardiomyopathie is een chronische ziekte. U kunt hiervan niet genezen. De behandeling van cardiomyopathie staat in het teken van verminderen van uw klachten en voorkomen dat de ziekte erger wordt.

Leefstijl en revalidatie

Zowel in het algemeen als bij cardiomyopathie is een gezonde leefstijl erg belangrijk. Meer hierover leest u in 'Leven met cardiomyopathie'. Ook kan hartrevalidatie nuttig zijn, uw arts kan u hiervoor doorverwijzen.

Medicijnen

Bij cardiomyopathie kan de arts verschillende medicijnen voorschrijven. Bijvoorbeeld medicijnen die de bloedvaten wijder maken of medicijnen die rechtstreeks op het hart inwerken. Ze zorgen ervoor dat uw hart makkelijker pompt en in het juiste ritme blijft kloppen. Plastabletten zorgen ervoor dat u het teveel aan vocht uitplast en voorkomen dat u opnieuw vocht vasthoudt. Als u plastabletten gebruikt mag u niet teveel vocht en zout gebruiken, want dan helpen de medicijnen minder goed.s

Biventriculaire pacemaker

Normaal trekken beide hartkamers tegelijk samen. Bij cardiomyopathie is dit niet altijd het geval. Dan duurt het samentrekken van de linkerkamer langer dan van de rechterkamer. De hartslag is daardoor minder krachtig en het hart pompt minder bloed weg. Een biventriculaire pacemaker is een pacemaker die beide hartkamers aanstuurt en ervoor zorgt dat de beide hartkamers weer tegelijk samentrekken.

ICD

Een icd is een soort pacemaker die ook kan ingrijpen bij ernstige hartritmestoornissen. De icd geeft dan een elektrische schok af. Hierdoor herstelt het normale hartritme.

Steunhart (zeldzaam)

Een steunhart is een mechanische pomp die de functie van de linkerhartkamer ondersteunt of overneemt. Het steunhart wordt aangesloten op het hart als de pompfunctie van het hart erg slecht is.

Harttransplantatie (zeldzaam)

Voor een zeer beperkt aantal mensen is een harttransplantatie mogelijk. Patiënten moeten aan strenge criteria voldoen. De wachtrlijst voor een harttransplantatie is erg lang. Jaarlijks zijn er maar weinig geschikte donorharten beschikbaar.

Meer informatie

Er zijn verschillende websites met informatie over hart- en vaatziekten.

Wij raden u de volgende websites aan:

Hebt u vragen?

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de polikliniek cardiologie.

De afdeling is bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur.